Het ‘om’ gaan heb ik uitgesteld voor een paar maanden. Ik heb weer behoorlijke baardgroei en in de zomer kan ik niet ontharen. Verplicht mijn gezicht plamuren is geen pretje voor me. Ook ga ik, als ik verder gezond ben, starten met hormonen waardoor ik er wat vrouwelijker uit ga zien (hoop ik). En dan die neptieten. Als het wat warmer is soppen ze na een dag dragen mijn truitje uit. Nou ja, ik wacht dus nog even en ik heb het er voor over. In de tussentijd veel uren als vrouw draaien en avonturen beleven.

Ik begin eindelijk te wennen aan het vrouw zijn. De angst is weg, de weerstand bijna. En wat dan overblijft is dat ik klop. In mijn beleving zal ik altijd een ‘soort van’ vrouw blijven en daar begin ik me bij neer te leggen. Het is beter dan niets en bovendien: ik heb geen keuze. Ik moet.

Na twee jaar emotionele achtbaan is er best wel rust. Het naar buiten gaan en ‘anders’ zijn is peanuts vergeleken met de rollercoaster die achter me ligt. Het begint langzaam tot me door te dringen dat het echt gaat gebeuren. Ik ben afscheid aan het nemen van vrienden. Zij willen dat graag en ik ook. Ik vertel het verhaal dat als ze me nog willen zien als man ze haast moeten maken. We huilen en lachen en genieten van de verbinding die dit proces ook geeft.

De hormonen gaan wat doen met mijn lichaam en geest. Er komt wat nieuws en dus hoort daar ook afscheid van het oude bij. Ook dat proces is gaande. Het is mooi, vaak intens en het klopt.