* In de de supermarkt. Een gezicht van lang geleden. “Heee, hoe is het met jou zeg? Ik dacht al dat ik je zag lopen maar ik wist het niet zeker. Je bent zo veranderd”. Zijn ogen glijden naar beneden en even hangt zijn blik tussen mijn borsten.  Van binnen glimlach ik. Mooi is dit. We wisselen uit hoe het met ons is en dan reageert hij met : “wat gaaf om te horen dat je je dromen hebt waargemaakt. Hoe je woont. Jij zelf natuurlijk (weer glijden zijn ogen langs mijn lichaam). Echt mooi ja”. Hij vervolgt zijn verhaal maar mijn gedachten dwalen af. Ik hoor flarden als ‘verantwoordelijkheid’, ‘moeilijk om een nieuwe baan te vinden’,  ‘pensioen’ en ‘ik zou ook wel willen maar…’. Hij heeft gelijk. Ik doe het zo slecht nog niet.

* “pappa?” “Ja, zeg het eens jongen”. Ik mag je toch wel,pappa blijven noemen?” Mijn zoon kijkt me vragend aan. “Natuurlijk mag dat. Ik ben juist zo blij dat ik voor altijd je pappa mag zijn..;” 

* op een feestje zegt een kennis tegen me: “je bent echt anders nu. Alsof je er nu bént. Eerst was je er wel maar toch ook niet. Snap je wat ik bedoel?” Ik knik. Ik geloof dat ik wel herken wat ze zegt. Ik heb bijna twee maanden op mijn rug gelegen ik ben gewoon hartstikke blij dat ik weer mee kan doen. En het werk is gedaan. Operatie voorbij en meer smaken zijn er niet. Heerlijk vrij voel ik me en met stip op één binnengekomen: genieten!

* ’s Avonds laat en ik ga naar bed. Sloffen sloffen sloffen naar het toilet. De dag is voorbij. Deur open. Bril omhoog. Deur dicht. Hand in mijn broek. Graai, graai, graai, mis.  Huh? Dan lach ik in mijn vuistje. Dit is maf zeg.

Advertenties