Ik dacht ik neem een andere route want deze is altijd zo druk. Ik dacht als ik nou hier in ga dan snij ik een stuk af en ben ik eerder thuis. Dus ik rijd die straat uit en mijn gevoel zegt me dat ik naar rechts moet, ja hier hier ergens moet ik heen volgens mij. Ik rijd maar kan opeens niet verder. Een paaltje in de weg. Draaien, keren en terug. Pas nu zie ik de grote letters op de weg, nu ondersteboven, staan. BUS. Ik kan het niet helpen maar dan word ik onrustig. Komt me er geen bus tegemoet rijden? O wat stom. Echt hé? Ik weer.

Wiiiieeehhooooeeeiiiiee!! Kort en snel hoor ik een politiesirene. 🛂 Oh shit, dat is voor mij natuurlijk. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik grote rode letters: STOP POLITIE. Meteen parkeer ik langs de weg en laat mijn raampje zakken. “Zo mevrouw. U weet waarschijnlijk wel waarom u wordt staande gehouden?” De agente heeft prachtig rood haar maar verder is ze streng en beslist. Ik staar schuldbewust naar haar handboeien en haar pistool want ze blijft kaarsrecht staan. Ze verlaagt zich niet voor mij. “Dag mevrouw, het leek me toch moeilijk te missen, die borden? De letters op de busbaan?”. Haar blik priemt en Ik weet niet goed hoe ik moet reageren. Is dit een retorische vraag? “Niet zo handig nee….sorry…..ik dacht dat…….”. Verder weet ik het ook niet. Even dreigen mijn emoties de overhand te krijgen en ik voel zelfs even een traan opwellen tegelijk met een lichte paniek. Ik ben duidelijk overdonderd. Maar ze zei wel mevrouw tegen me, hoor ik mezelf denken. Da’s mooi meegenomen. Ik voel me zo vrouw en muts en een beetje dom. “Hadden mijn collega’s u gezien,  dan had u misschien wel een bekeuring gekregen”, gaat Roodhaar nog even door. De gifbeker moet zeker helemaal leeg. Moet ik nu dankbaar zijn? Moet ik nu haar voeten kussen? Achter haar verschijnt agent nummer twee. Een jongen die mijn zoon had kunnen zijn, compleet met hipsterbaard en dezelfde machtige blik. Ja ik bedoel macht. Macht gegeven door het uniform en de functie en niet door kracht, verworven door overwonnen tegenslag en innerlijke wijsheid. “Laat dit een les voor u zijn”, besluit Roodhaar plechtig en Hipsterbaard knikt, trots op de rechtvaardige geste van zijn collega. “Wilt u mijn rijbewijs nog zien?” vraag ik voorzichtig, maar dat hoeft niet. Jammer, want hij is nog zo nieuw en ongebruikt en met zo’n enige foto er op. 

Dan rijd ik rustig weg. Hoe heb ik nou zo stom kunnen zjn? Ik ben echt minder handig geworden, wat het verkeer betreft. Waarom schrik nou toch zo van twee van die broekies? En het is maf, maar mijn mond lacht. Ik ben een vrouw. Ha! Mijn gedachten buitelen over elkaar heen terwijl ik in mijn spiegels zie dat de twee agenten nog steeds achter me rijden.

Advertenties