“Kun je nu zeggen dat je jezelf bent geworden, zo aan het einde van je transitie?” Deze vraag kreeg ik vanavond. Hij is vaker aan me gesteld en zelf heb ik er vanzelfsprekend eerder over nagedacht. “Als man was ik ook mezelf”, zeg ik. “Niet gelukkig, niet kloppend en zwoegend door het leven maar inderdaad, ook dat was ik. Denk ik. Ik weet het niet precies, eerlijk gezegd”. Ik vertel dat mijn ik best zakelijk kon zijn als man. Dat mijn ik toen problemen goed kon analyseren, knopen kon doorhakken of een kwestie parkeren voor later, om maar eens iets te noemen. En doodongelukkig was. Ook dat. Nadat de testosteron zo goed als weg was uit mijn lijf en de oestrogenen vrij spel kregen werd het pas echt een rollecoaster. Tegenwoordig ben ik emotioneler, dramatischer, liever, zorgzamer, onzekerder, warmer, meer ontspannen en ja, meer mezelf.

“Ik weet het ook niet precies, mijn nieuwe lijf, mijn nieuwe geest. Het klopt gewoon!”, ga ik verder. Ik bedenk me dat ik dit vijf jaar geleden echt zo’n ‘vrouwenantwoord’ had gevonden. Geen argumenten behalve dat het ‘nu eenmaal zo voelt’. Lekker vaag. Maar het is míjn heerlijke vaagheid. Van mij, passend bij hoe ik ben geworden of al was. Geen idee verder. Heerlijk. “Weet je”, besluit ik mijn antwoord, “eerst was de grondtoon van mijn leven donker, zwaar en moeilijk. Nu is mijn grondtoon blij en ongedwongen en dat is geloof ik alles wat ik er over kan zeggen. Ik ben gewoon blij”. Ik lach en ben me bewust hoe ontspannen ik me eigenlijk voel. En hoe nieuw dat nog voor me is. Ik kijk even om me heen. De mensen met wie ik deze avond ben maken me blij. Gewoon omdat ik ik ben en zij kunnen zijn wie zij zijn.

Advertenties