Ik ben wat zoekende. Wist ik veel, ik was in transitie. Overleven, dealen met mijn angsten, mijn nieuwe leven, lichaam en geest. Opnieuw passen in de maatschappij. Het cliché beeld van eerst ontevredenheid, dan een transitie en na alle verwarring het geluk en de altijd schijnende zon klopt maar ten dele. Kijk, echt, heus word ik iedere! dag blij wakker. Blij omdat ik een toppprestatie heb geleverd. Blij om wie ik ben geworden en blij om eindelijk zo dicht bij mezelf te mogen leven. Blij dat het alles bij elkaar best goed is gegaan en blij, nou ja, gewoon blij. Wow!

Ik ben wat zoekende. Omdat ik lebisch ben geworden. Of al was, weet ik veel. Nooit bij stilgestaan. Omdat ik leef met een vrouw die het niet was en is en nooit zal worden. Omdat ik toch gelukkig ben met haar maar ergens ook niet. Het potje past niet meer op het dekseltje, zal ik maar zeggen, en dat is keihard wel heel jammer. Maar dat ik toch ook een heel fijn leven heb met haar. Ik heb veel om dankbaar voor te zijn.

Ik hoef niet het onderste uit de kan van mijn leven. Ik ben 52 jaar. Ik heb het goed. Echt. Ik ben 52 jaar. En ik ben een nieuwbakken lesbische vrouw met een maagdelijk lichaam. Wat moet ik er mee? 

Ik leef met een vrouw die me alles heeft gegeven, alles opzij heeft gezet om mij te laten stralen. Die me het beste gunt en bij me wil zijn. Om mij, om wie ik ben. Die me een glimlach geeft op mijn gezicht als ik aan haar denk. Zo heerlijk. Ik doe altijd mijn best om haar schoonheid en wijsheid te eren, haar te laten groeien en bloeien. Om wie ze is. Ik ben heel graag met haar.

Maar ik zal nooit meer met haar zoenen zoals mijn hart zó vurig schreeuwt. 

Het potje en de deksel. Ook dit is transitie. Of, zoals een vriend het met galgenhumor verwoorrdde: “als je vrouw die niet op vrouwen valt niet meer met je wil vrijen betekent het dat jij echt wel helemaal vrouw geworden bent”. 

Advertenties