Met ons drieën, mijn partner, onze zoon en ik, fietsen we op zo’n gratis witte leenfiets door park Kröller-Müller. Als ik naast mijn 15 jarige zoon fiets vraag ik hem: “je volgt het nieuws toch ook een beetje?” Hij zegt ja en ik ga verder: “de mensen die hier fietsen, die ook op weg zijn naar het museum, zijn dat nou normale mensen? Je weet wel, waar Rutte het over had?” Hij hoeft er niet lang over na te denken. “Echt niet”, hoor ik hem zeggen met zijn ferme stem, “die mensen daar, die nemen hun eigen electrische fiets mee. Niet normaal toch? En daar”, en ik zie hem wijzen naar twee wandelaars”, die gaan dat hele pokke eind lopen. Dan ben je echt niet goed wijs.”. Ik kijk hem even schuin aan. Meent hij dat nou? Ik verwachtte meer een reactie in de trant van of hier gemiddelde dagjesmensen zijn en of het zou voldoen aan het beeld wat onze premier voor ogen heeft. Mijn zoon meent het in ieder geval: “dan staan hier fietsen en dan ga je je eigen fiets meesjouwen! Om naar een museum te gaan!” Ik lach. Wat is deze jongen heerlijk 15 zeg.

De witte leenfietsen. Je kunt ze gratis gebruiken om mee door het park te fietsen

“Denk jij omdat je nu al deze van Gogh’s hebt gezien meer een echte nederlander bent geworden? Je weet toch wel van die plannen van het nieuwe kabinet om elk kind naar het Rijksmuseum te sturen?” We zitten inmiddels op het terras van het museum Kröller-Müller. “Zou van Gogh ook goed genoeg zijn?”, vraag ik hem. “Hij zet zijn colaatje neer en gaat er eens goed voor zitten: “we moeten met zijn allen naar het Amsterdam Dance Event”, zegt hij beslist. “Deze oude zooi vindt niemand van mijn leeftijd toch leuk? Kijk, Nederland heeft de beste dj’s, ze verdienen het meest en alle grote dj’s zijn nu in Amsterdam. Dát is Nederland”, zegt hij trots. Hij pakt zijn cola leunt achterover in zijn stoel en kijkt me tevreden aan. Hij heeft gelijk en van binnen gloei ik van trots over zoveel eigenheid die hij hier even laat zien.


Het terras van het museum.


“Eigenlijk gaat het er over dat de regering gewoon bang is voor verandering”. Mijn partner meldt zich nu ook in het gesprek. “De regering wil de angst van de mensen wegnemen door ze een nederlands gevoel te geven van veiligheid maar dit is niet de goede manier hoor. Leven vanuit vertrouwen is zoveel fijner”. Ik ben het met haar eens. Het vertrouwen in de ander en dat ‘het leven goed voor je zorgt’ heeft ons gedurende de transitie zoveel moois gebracht. “Ik ben het wel eens met wat je moeder zegt”, reageer ik. “Op alles wat anders is of eng lijkt wordt vaak zo krampachtig gereageerd. En terwijl het juist zo leuk is om anders te zijn. Of jezelf, het is maar hoe je het bekijkt”. En zo gaat het gesprek nog even door. Over het Wilhelmus en dat mijn zoon eigenlijk weinig buitenlandse kinderen in de klas heeft. En dat wij als gezin wel nooit als normaal zullen worden gezien, en dat dat dan weer wel zo prettig is.

Ik jou van ze. Ik hou van ons als gezin. Het is fijn om met ze te zijn en een golf van warme dankbaarheid stroomt door me heen. En het woord ‘lesbisch’ klinkt in mijn gedachten als een lelijk woord uit een andere wereld. Een wereld vol onrust en verwarring.

Advertenties