“Holy shit, ik heb een vagina”. Ik voel tussen mijn benen of het echt waar is. “Ja, het is echt, echt waar”. Ik lach hardop en hoofdschuddend vol ongeloof loop ik naar de waterkoker om mijn eerste kopje thee van de dag te zetten. 

Dit gebeurt me nog regelmatig, dat opeens en in volle hevigheid tot me doordringt dat ik mijn piemel niet meer heb en dat daarvoor in de plaats een vagina is gekomen. Ik ben me dan ook bewust van de glimlach rond mijn mond maar heel soms vraag ik mezelf nog wel eens af: heb ik echt het juiste gedaan? Had ik echt niet iets anders kunnen bedenken om mijn onvrede weg te nemen? 

Dan herinner ik me mijn dramatische seksleven waar ik worstelde met mijn identiteit, waar mijn piemel in de weg zat en dat ik in paniek van jaloezie was, op de vrouw die onder me lag. En dat ik maar bleef doen alsof ik het allemaal heel tof vond. Ik herinner me die eeuwige frustratie die alsmaar door mijn lijf gierde. Mijn geest als een verbitterde oude man. Mijn onmacht om verdorie minstens een dag gewoon tevreden te zijn. Nee, geluk hoefde ik niet, gewoon een beetje tevreden. Ik in balans met mijn lijf en mijn omgeving.

Het water kookt en ik sta voor het aanrecht. Ik kruis mijn benen zoals ik vroeger wel deed toen ik mijn geslacht naar achter trok zodat het voor een spiegel net leek alsof ik een vagina had. “Nou, dat kan ik ook niet meer doen”, zeg ik lachend hardop. Ik voel nog even. Tussen mijn benen. Er zit niet niets, alles zit er. En met een brede glimlach giet ik het hete water in de theekop. Wat voelt dat tof, zeg. 

Advertenties