Met de gebeurtenissen van de afgelopen jaren zijn we zo goed als mogelijk omgegaan. Zij begreep dat het heftig was voor mij. Dat alles op zijn kop stond in mijn leven. Ze voelde haarfijn aan dat dit het pad was dat ik hoe dan ook zou lopen. Het pad van man naar vrouw. Het was vanzelfsprekend voor haar dat ze mij zou steunen. Me zou bijstaan zo goed als ze kon tijdens alle veranderingen, uitdagingen en beslissingen die ik te nemen had. 

Ze vertelde me dat ze lang geleden al afscheid had genomen van die lange, wat slungelige jongen op wie ze ooit verliefd was geworden en toen ik haar vroeg hoe het kwam dat ik daar niets van had gemerkt zei ze me dat ik teveel met mijzelf bezig was om überhaupt signalen op te vangen vanuit mijn omgeving. “Je had gewoon geen ruimte”, had ze me zacht en begripsvol toegefluisterd. “Ik heb je gevolgd en het is goed zo”. 

Mijn afstandelijkheid maakte plaats voor emotionaliteit. Mijn hoekigheid werd ronder en ronder totdat er van die slungelige jongen niets meer over was. Mijn spieren werden vet en in plaats van avonden alleen achter de computer verlangde ik naar verbondenheid en samenzijn. Ik begon zorgtaken over te nemen. De boodschappen, het koken en het opruimen. Ze zag het en ze vond het fijn. Ze had zo lang gezorgd. Vroeger thuis deed ze het al.

Van mijn allereerste stapjes als vrouw zoveel jaar geleden tot aan mijn nieuwe zorgrol nu: met elke verandering, het zijn er honderden geweest, hebben we zo goed als mogelijk gereageerd. Aangepast, ingevoegd, bijgesteld. Altijd maar weer die nieuwe balans die gevonden moest worden totdat we weer een soort van nieuw normaal te pakken hadden en er weer even wat rust was tot de volgende golf er aan kwam.

Het afgelopen jaar hebben we ons allebei serieus afgevraagd of we er nog wel zin in hadden. Het gedoe moest stoppen. Uiteindelijk konden we allebei en los van elkaar zeggen: “dit ben ik. Zo ben ik. Ik pas me niet meer aan. Dit zijn mijn wensen. Dit zijn mijn verlangens. Dit heb ik te geven en dit heb ik van je nodig”. Het grote plaatje. We moesten opnieuw voor elkaar kiezen. 

De keuken was de rode draad. De keuken die we niet gingen uitzoeken want het had toch allemaal geen zin. De keuken die vervangen moest worden om nog jaren mee te gaan. Het uitstellen van het besluit van het kopen van een nieuwe keuken want hoe kon je zo’n grote aankoop doen als niet duidelijk was of we hem samen zouden gebruiken. De oude keuken zat letterlijk met ducttape aan elkaar. De oude keuken lekte. De oude keuken piepte en kraakte.

De duizend dozen van de nieuwe keuken als de bouwstenen van een nieuw fundament.

Advertenties