Ik had wat vergeten spulletjes in mijn mandje. Achter me, in de rij bij de kassa, staat een jongetje van een jaar of zes. In elke hand heeft hij een blikje Red Bull. Verbaasd kijk ik hem aan. “Ga je die opdrinken?”, vraag ik hem en ik wijs naar de twee blikjes. “Nee, die zijn voor mijn moeder. Ik moest ze voor haar halen”. Brutaal kijkt hij me aan en ik zie hem even fronsen. “Bent u een man of een vrouw?”, vraagt het kereltje opeens genadeloos. “Een vrouw”, reageer ik kalm. En alsof hij zijn vraag nog nog even wil toelichten, vervolgt hij: “want uw stem klinkt als een man, daarom vroeg ik het”. 

In een pavlov-reactie had ik het mannetje wel even willen kielhalen en vierendelen maar ik bleef rustig. Ik word meer mezelf, doe minder mijn best om op mijn allervrouwelijkst te zijn. Ik dans wat minder met mijn stem en mijn mannenwinterjas helpt ook niet mee in de beeldvorming. Ik ‘verslap’ een beetje, zal ik maar zeggen en daarmee is de reactie van het kind wat minder vreemd dan het misschien op het eerste gezicht lijkt.

Veertig jaar mannensocialisatie en voorheen een mannenlichaam. Ook dat ben ik en ik doe minder mijn best dat te verhullen. Ik vind het, geloof ik, ook wat minder erg als mijn oude ik wat door mijn gevonden vrouwelijkheid heen sijpelt. Ik heb nu eenmaal mijn verleden. Ik heb nu eenmaal het lichaam dat ik heb. Ik noem het verslappen maar ik kan het ook ontspannen noemen.  Ja, ik ben gewoon veel meer ontspannen. Ik hoef voor niets en niemand mijn best te doen en ik geloof dat ik dan liever af en toe ‘door de mand val’ dan dat ik hard moet werken om passabel te zijn. 

Deze laatste zin laat ik even tot me doordringen. Is het echt zo dat ik mijn passabiliteit wat loslaat? Ik geloof van wel. Ik ben gewoon wie ik ben. Punt. Beetje ongemakkelijke gedachte, dat ook. Maar gewoon mijn eigen ontspannen zelf zijn…. het kan toch nergens anders heen gaan dan daarheen?

Advertenties