Als ik na mijn werk de supermarkt binnenstap om de boodschappen voor het avondeten te halen, zie ik mijn zoon bij de kassa staan. Ik loop naar hem toe. “Hé”, zeg ik, terwijl ik zacht zijn schouder even aanraak. “Jij ook hier?”. Op de band liggen twee pakken Oreo’s maar daar besteed ik verder geen aandacht aan. “Het waait echt keihard”, zegt hij. “Ik ben helemaal verzopen”. En inderdaad, ik zie dat zijn lichte spijkerbroek donker is van de regen. Hij is doorweekt. “Ga maar lekker naar huis en doe wat droogs aan”, zeg ik en ik loop weg. Naast mijn zoon staat een jongen van ongeveer zijn leeftijd die me even aankijkt. Een vriend van hem die ik niet eerder had gezien. Hij heeft een mooie volle krullenbol. En terwijl ik een winkelwagentje pak hoor ik achter mijn rug: “hé joh, wie was dat?” “Me vader”, hoor ik mijn zoon kort en bondig reageren. Als ik me omdraai zie ik dat ze beiden naar me kijken maar ik kan niet meer horen hoe hun gesprek verder gaat.

Later, als mijn zoon weer droog en opgewarmd op de bank zit en ik met twee volle tassen thuis kom, vraag ik: “wie was dat? Ik heb hem niet eerder gezien”. Mijn zoon noemt zijn naam. “Hij woont hier vlak achter en we fietsen wel eens samen naar huis als we van school komen”. “Enne…”, vraag ik voorzichtig. Tegen een vijftienjarige is het stellen van een persoonlijke vraag een hachelijke onderneming. Voor ik het weet heb ik een zone betreden waar ik echt helemaal niets te zoeken heb, volgens hem. Maar goed, ik probeer het toch. “Hoe was dat voor je, om te vertellen dat ik je vader ben? En wat stoer dat je dat gewoon zonder gêne vertelt.” “O, ik heb gemerkt dat als ik gewoon en direct zeg hoe het zit ik er het minste last mee heb”. Ik zet mijn liefste toon op: “en heb je er wel eens last mee gehad?” “Nee”, zegt hij droog, “maar als ik duidelijk ben vindt iedereen het eigenlijk normaal. ” “En, hoe reageerde deze jongen?”, vraag ik hem. Geen reactie. Hij zit diepgebogen in zijn telefoon een muziekje uit te zoeken waar hij heel dringend naar wil luisteren. “Hoe reageerde hij op jou?”, herhaal ik. “O, gewoon. Het is gewoon zo”. Einde gesprek. Over een transgender die aan haar zoon vraagt hoe leeftijdgenoten op hem reageren als hij vertelt over zijn bijzondere vader.

En verder: ik vroeg me laatst af, stel dat ik later dement word, word ik dan weer het kleine jonetje van vroeger? Dat zou gek zijn.

Advertenties