Hoe het precies kwam weet ik niet meer. Op de avond van de bloedmaan en de verduistering nam ik deel aan een groepsmeditatie. In de duinen van Den Haag verzamelden zo’n honderd mensen en in de bonte stoet liepen we rustig naar de duinpan.

Na de bijzondere meditatie liep ik mee, terug naar de zee, met een groepje mensen om nog wat te gaan zwemmen. Het weer was zwoel, het was bijna nacht en ik maakte me druk. In donker, zonder dag- of kunstlicht, zou ik letterlijk onzichtbaar zijn. Slechts mijn niet al te vrouwelijke stem om te communiceren met een groepje voor mij vreemde mensen.
“Kijk eens, de zee geeft licht”, roept iemand als we het strand oplopen. Het groepje schreeuwt het uit van plezier en als iedereen zich begint uit te kleden zie ik dat ze bloot gaan. Helemaal. Ik denk niet na. Ik heb plezier. Ik wil de zee voelen en me onderdompelen in deze heerlijke avond. En voor ik het zelf goed door heb ren ik poedelnaakt de zee in. De lichtgevende, fluoriserende spetters vliegen in het rond. We spelen, we lachen en gieren het uit van kinderlijk plezier.
Als jonge jongen had ik ooit eens naakt gezwommen. En nu weer dus. Met mijn nieuwe lijf. Met mijn borsten en mijn vagina rende ik door de golven. Mijn zorgen achterlatend, de vrijheid tegemoet. Zo voelde het.

Vandaag was ik op het strand van de Langevelderslag. De plek waar ik mijn allerallerallereerste stappen als vrouw buiten de deur zette. “Zullen we even gaan zwemmen?”, zeg ik tegen mijn partner. We lopen een stuk langs het strand. “Hier”, zeg ik. “Hier kan het wel”. We kleden ons uit. Poedelnaakt. Met een sprint en een schreeuw van plezier ren ik de zee in en duik ik in de aanrollende golven.dus. Met mijn nieuwe lijf. Met mijn borsten en mijn vagina rende ik door de golven. Mijn zorgen achterlatend, de vrijheid tegemoet. Zo voelde het.

Vandaag was ik op het strand van de Langevelderslag. De plek waar ik mijn allerallerallereerste stappen als vrouw buiten de deur zette. “Zullen we even gaan zwemmen?”, zeg ik tegen mijn partner. We lopen een stuk langs het strand. “Hier”, zeg ik. “Hier kan het wel”. We kleden ons uit. Poedelnaakt. Met een sprint en een schreeuw van plezier ren ik de zee in en duik ik in de aanrollende golven.

Advertenties