Via een kennis van een vriend van een vriend zie ik een naam onder een bericht op facebook staan. Waar ken ik die naam ook alweer van? Ergens in mijn achterhoofd begint een vaag belletje te rinkelen. Ach ja! Natuurlijk! Maar dat is toch zeker dertig jaar geleden. Ik zucht. Wat zou het leuk zijn hem weer eens te spreken. Onze levens hebben elkaar op zo’n bijzondere wijze gekruist. We zijn daarna even best wel goede vrienden geweest totdat ik verhuisde en we elkaar onlangs onze goede pogingen toch uit het oog verloren.

Ik scroll wat door zijn facebookberichten. Jeetje, wat gaat het goed met hem en wat is hij hetzelfde als toen gebleven. Ik merk dat ik nieuwsgierig ben geworden. Zal ik? Mijn vinger bungelt boven het icoontje ‘chatbericht sturen’. “Zal ik?”, zeg ik hardop nu. Het is zo ingewikkeld. Moet ik gaan uitleggen hoe het me is en hoe het zo is gekomen. En heeft hij daar wel zin in? Het voelt meteen ingewikkeld. Gendergedoe.

Een paar dagen later denderen mijn oprechte interesse en nieuwsgierigheid mijn geest binnen. Ach, wat kan mij het ook schelen. Ik zoek zijn pagina op, druk op de knop ‘chatbericht sturen’ en begin te typen: “hier een bericht van Sandra, vroeger heette ik John. Ik kwam je naam hier toevallig tegen en werd meteen blij van binnen. Het is zo lang geleden….”

Nog diezelfde dag: “Dag Sandra. Ik had al eens gezocht naar je en ik kon je nergens vinden. Ik dacht al, zou er iets zijn gebeurd? Wat leuk om van je te horen. Wat een bijzonder verhaal van jou, zeg”. Ik glimlach als ik zijn reactie op mijn tablet lees.

Een paar weken later, tijdens onze ontmoeting: “ik weet nog wel dat je er toen ook al mee bezig was. Je scriptie, die ging over rolpatronen tussen man en vrouw”. Ik lach. Wat is het leuk om zijn kant van ons gezamelijke verleden te horen. “En je raadde me toen ook dat boek aan, ‘de schillen van de ui’ van Anja Meulenbelt”. “Echt? Heb ik dat gedaan?”, reageer ik vol ongeloof. Dat boek is het meest belangtijke manifest van de tweede feministische golf uit de jaren tachtig. Een über-vrouwen boek zou ik het nu noemen. Beschaamd kijk ik hem aan. “Sorry”, zeg ik gespeeld schuldig. “Het zat er toen al in inderdaad, dat gendergedoe van mij”.

Ik heb dit boek verslonden. Het was mijn bijbel. Hoe is het toch mogelijk dat er toen geen alarmbellen zijn afgegaan bij mij? Ik voelde me zo verwand met de feministische beweging.

Advertenties