Op het symposium ging het over mij. Nou ja, niet over mij persoonlijk. Over transgenders. Een wethouder vertelde hoe hij moest wennen aan ons ‘andere mensen’ maar dat in zijn stad ruimte was voor iedereen. Ik hoorde een zeer interessante lezing over de geschiedenis van transgenders. Dankjewel, lieve voorgangers. Dankjewel dat ik nu op jullie schouders mag staan. Op het symposium waren hulpverleners, beleidsmensen en andere geinteresseerden. En ik dus. En een handvol andere transgenders.

Ik vond het zo gek om in een zaal te zitten en te horen hoe anderen over mijn beleving, mijn problemen en mijn kansen praatten. Transgenders zijn hot. Transgenders zijn de nieuwe doelgroep waarover we alles willen weten. Het gekke was dat normaal gesproken ík degene ben om alle vragen te beantwoorden. Dat ik degene ben om licht te brengen in de duistere gewone mensenwereld en te vertellen over de magische wereld van het transgenderschap. Ik dacht nog even, ‘dat kan ik beter’ maar daarover later wellicht meer.

De workshop over biculturele transgenders vond ik leerzaam en interessant (niet doorvertellen, ik dacht dat het over biseksuele transgenders ging dus toen me in het beginrondje gevraagd werd waarom ik me voor deze workshop had ingeschreven stond ik met mijn mond vol tanden). Niettemin zat ik op de juiste plek. Als je bijvoorbeeld transgender bent en ook nog een andere culturele achtergrond hebt, dan kan het lastiger zijn om je plek als transgender in Nederland te vinden. Dat snap ik. Als witte Nederlandse transgender merk ik al hoe hard ik moet werken om me gelijk gehoord te voelen als toen ik man was. Wat ook leerzaam was, was dat het gesprek ging over klasse en achtergrond. Van rijke en hoogopgeleide komaf heb je het sowieao wat makkelijker. Ook als transgender.

Ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn vader was lasser (en alcoholist). Mijn moeder huisvrouw en had verschillende werkhuisjes uit de rijke wijken om mijn vaders gedrag financieel te compenseren. Ik kom uit Wassenaar. Jawel. En al snel had ik als kind in de gaten dat ik vriendjes had uit andere sociale klassen. Onbewust leerde ik, kopieerde ik, observeerde ik gedrag waardoor ik me makkelijker kon handhaven. Deep down ben ik een arbeiderskind, verontwaardigd en boos op het systeem, dankbaar voor ieder dubbeltje, hardwerkend en stiekem opkijkend naar boven. Aan de andere kant ben ik hoog opgeleid, intelligent en sociaal sensitief wat me kansen geeft om me te profileren en hogerop te komen. Ik ben het kind van arme komaf, het dubbeltje dat nooit het kwartje zal worden. Tegelijkertijd, en ik besefte me dat tijdens het symposium, woont een deel in mij dat het heel vanzelfsprekend vindt om te zijn wie ik ben. Een vrouw en een transgender. Dat geeft rust. Een bevoorrechte positie.

Wie voor een dubbeltje geboren is, kan gewoon een kwartje zijn hoor.

Advertenties