“Ga er maar van uit dat waar je ook komt je waarschijnlijk de eerste transgender bent in die ander zijn leven”. Deze zin hoorde ik een andere transgender laatst zeggen en daar moest ik onlangs aan denken.

Ik ben bij een verjaardag. Het is namiddag. Er zijn zo’n vijftien mensen, voor mij allemaal onbekenden. Ik zit aan het hoofd van een eettafel en klets wat met de mensen die toevallig naast me zitten. Tegenover me, aan het andere hoofd van de tafel zit een man. Middelbare leeftijd. Blouse met blauwe ruitjes met daar over een bruine trui. Ik merk dat hij me aankijkt en ik kijk als vanzelf terug zijn kant op. Met zijn rug recht en zijn ogen strak op mij gericht kijkt hij niet onvriendelijk maar wel beslist recht in mijn ogen. In een reflex kijk ik weg en vervolg ik het gesprek dat ik voer met de vrouw schuin naast me. Maar weer voel ik hem. Ik kijk op. Hij, onveranderd van houding, zijn blik schaamteloos strak mijn kant op gericht. Ik draai me nu recht naar hem toe met alleen de lange eettafel tussen ons in. Dit keer kijk ik niet weg. Niet onvriendelijk maar wel beslist staar ik terug zijn richting op. Heel voorzichtig, onzichtbaar haast, glimlach ik en knik ik met mijn hoofd. Dan  draait hij zich weg van mij en het moment van contact is voorbij. Waarschijnlijk was ik zijn eerste. Daar ben ik maar van uit gegaan. 

Advertenties