Het gesprek loopt lekker en natuurlijk. Het is een soort van werkontmoeting. Nadat we elkaar eerder eens hadden gesproken gingen we nu een kopje thee te drinken. Ervaringen uitwisselen, wat verder kennismaken en brainstormen over wat we verder zouden willen qua carierre.

Ik voel me verbonden met haar en we hebben een fijne klik. Vooraf had ik me voorgenomen om mijn transgender achtergrond niet te noemen. Vanuit onzekerheid zou ik dat eerder wel hebben gedaan. Om grip te houden op mijn eigen beeldvorming. Dat ben ik nu wel voorbij. Ik ben wie ik ben, ik hoef mezelf niet langer toe te lichten.

Tijdens het gesprek stoei ik met mijn gedachten. Ik vertel dat ik een tijd geleden ook voor mezelf heb gewerkt (voor mijn transitie). Als ik vertel dat ik de 50 ben gepasseerd kijkt ze me vol ongeloof aan. “Je hebt haast geen rimpels”, roept ze uit (hormonen! Komt door de hormonen). En als ik vertel over mijn partner en dat ze een zij is ben ik voor mijn gespreksgenoot automatisch lesbisch, terwijl ik dat eigenlijk niet zo beleef (ik val op mannen én vrouwen, mijn vrouw valt op die manier niet meer op mij maar we hebben het wel supertof met elkaar. Eigenlijk leuker dan ooit tevoren. Ik ben op seksuele ontdekkingsreis, ik geniet met volle teugen en met een open hart van het leven. En hoe bijzonder is het, hoe mijn vrouw en ik onze eigen weg vinden, en we ons daardoor juist meer verbonden voelen met elkaar dan ooit tevoren. Elkaar juist daardoor het beste te gunnen).

Ik zucht en laat mijn gedachten voor wat ze zijn. Het contact met de ander is waardevol en dat is meer dan voldoende op dit moment. Maar pff, het valt niet mee hoor, normaal zijn met zo’n geschiedenis.

Advertenties