Het was een mooie middag. De eerste bijeenkomst van deze lessen is altijd een beetje spannend voor de studenten. Omdat het een persoonlijk vak is. Omdat het écht is. Omdat de student contact met zichzelf maakt met behulp van anderen. Een voor één zullen de studenten de komende weken hun gezin van herkomst neerzetten in de ruimte. Waar staat je moeder ten opzichte van jou? En je vader? En hoe staan ze ten opzichte van elkaar? Alle belangrijke mensen worden zo neergezet en wordt visueel hoe de onderlinge verhoudingen er uit zien. Als deze rollen dan ook nog benoemen hoe het is om op die bepaalde plek te staan, dichtbij, ver weg, alleen of juist met elkaar en hoe ze zich daarbij voelen, dan zul je begrijpen hoe persoonlijk zo’n familieopstelling is. Dat vraagt lef en vertrouwen van de studenten in elkaar maar ook in mij als begeleidend docent.

En dus geef ik het goede voorbeeld en zet ik mijn familie als eerste neer zoals het was toen ik 12 jaar oud was. Mijn moeder verstikkend dicht tegen me aan. Mijn broer boos naar me kijkend. Mijn vader zet ik neer bij de deur. Zelfs op die leeftijd was hij al bijna verdwenen. Mijn eigen opstelling raakt me. Niet fijn om weer terug in dat bange kind van toen te zijn. “Zou jij daar….”, ik kijk naar een student, “zou jij daar achter mij in de hoek op je hurken willen gaan zitten. Je gezicht naar de muur. Weg van mij”. Ze doet wat ik haar vraag. “Zij is het in mij verstopte meisje die er toen totaal niet kon zijn”, zeg ik zacht. Even kijk ik naar haar over mijn schouder. “Wat doet dat met u?”, vraagt een van de mannelijke studenten aan me. “Het doet pijn”, zeg ik eerlijk. Ik voel mijn ogen vochtig worden. “Het was gewoon allemaal niet zo leuk”. Ik zucht even diep. Dan kijk ik de klas rond. Ik ben ook de docent en neem de regie weer terug. Iedereen lijkt te voelen wat de bedoeling is. “Het is nu eenmaal belangrijk jezelf en je geschiedenis te kennen als je hulpverlener bent”, zeg ik. Dat snappen ze. Ik maak mijn opstelling af. Ook mijn leven in het hier en nu komt aan bod. Dat is mooi. Mijn nieuwe balans,  fijne mensen om me heen. Kansen. En als ik klaar ben zeg ik: “ok, we gaan even pauzeren en als we straks weer beginnen mag iemand anders. Wie zou er willen?”

Advertenties