Kerstavond, zeven jaar geleden. Ik ging voor het aller-aller-allereerst openbaar als mezelf naar buiten. Mijn zoon was 10 en speelde één van de drie koningen van het kerstverhaal. Het was in een kerk in Wassenaar. Buiten schonk zijn juf van school warme chocolademelk in witte plastic bekertjes uit aan de kinderen en hun ouders.

Het was gewoon tijd en kerstavond leek een mooi moment, voor zover dat al bestond, om mijzelf te laten zien zoals ik altijd al was geweest. Mijn schoonmoeder wilde mij, voordat ze met ons meeging, eerst even zien. Ook voor haar was dit een nieuwe ervaring. Toen ze me zag zei ze niet al te veel. “Zullen we dan maar?”, zei mijn partner nadat mijn schoonmoeder haar jas had aan gedaan.

Ik voelde me opgelaten en verloren en deed zo normaal als mogelijk was onder deze omstandigheden. De onderbouw was nog bezig in de kerk en wij moesten nog even wachten. Mijn zoon en zijn klasgenootjes waren zich in een bijzaaltje aan het verkleden. Wachten, glimlachen, ongemak. Hoe draag ik mijn handtas?

De ouders waren werkelijk fenomenaal. “Ik vind het zo goed van je”. “Wat zie je er goed uit”. “Wow, wat fijn dat je jezelf kunt zijn”. Ik ontving oprechte knuffels, zelfs van vaders en een rondrennend kind bleef even pontificaal voor mij staan om me goed te bekijken. Er viel geen onvertogen woord. De avond was voor mij, ondanks de zenuwen, een fantastische start van mijn nieuwe leven.

De kerk in Wassenaar.

Kerstavond 2019. “Hoe was het nou voor jou?” Ik stel de vraag aan mijn schoonmoeder van toen. Ze ging die eerste avond met mij de deur uit. Ging naast me staan in de volle kerk. “Toen ik je eenmaal had gezien was het goed”, reageert ze nonchalant. “Het klopte gewoon dus was het eerlijk gezegd niet zo heel bijzonder”. Ze zegt het op een toon van ‘sorry, meer kan ik er niet van maken’ en ze heeft niet in de gaten dat ze mij geen groter compliment had kunnen geven. “En je omgeving? Hoe reageerden jouw vrienden en kennissen op het verhaal van mijn transitie?” “Ze waren wel nieuwsgierig natuurlijk”, gaat ze verder. “Vroegen hoe ze je moesten aanspreken bijvoorbeeld. Je weet toch die buren van verderop? Die kwamen toen zogenaamd spontaan even langs toen jij een keer hier was”. Ik wist het nog. Ze waren oprecht geïnteresseerd in mijn transitie, hoe het nou allemaal zat, zoals zoveel mensen dat toen wilden weten. “Toen ze je hadden gezien was het meteen heel normaal eigenlijk. Meer kan ik ik er niet over zeggen”.

En daarmee werd het onderwerp afgesloten. Het was allemaal niet zo heel bijzonder. Van binnen juich ik. Heel erg hard. Wat een heerlijke reactie van haar.