Michel.

Met besliste stappen loopt hij af op ons tentje. Ik heb hem net opgezet samen met de vriend met wie ik het weekend kampeer. Ik herken de jongen meteen, hij heeft ons zojuist mee ingecheckt. Zijn mond staat een beetje open en lijkt wat scheefgegroeid aan een kant. Zijn ogen staan helder en beslist. Hij kijkt me aan en staat dan stil. Dan richt hij zich tot mijn vriend: “uw vrouw heeft een stem als een man. Hoe kan dat?” Dan kijkt hij weer naar mij. Medogenloos. Wachtend op een antwoord. Zijn volkomen eerlijkheid werkt ontwapenend en ik zeg: “ik ben een vrouw, maar vroeger was ik een man”. “Blegghh”, reageert hij direct. “Nou zeg”, reageer ik terug, “da’s ook niet aardig wat je doet”. “Sorry mevrouw, maar ik ken mensen als u alleen maar van de tv”. Hij draait zich om, zegt geen gedag en weg is hij. Verbluft kijk ik hem na.

Een dag later ga ik langs bij de receptie. De jongen is er niet. Aan de vrouw die er nu staat vertel ik mijn verhaal van de dag er voor. “O, je bedoelt Michel, ja die kan nogal direct zijn”, zegt ze lachend. Ik vertel haar dat ik zijn eerlijkheid ook wel kon waarderen. “Nou gelukkig, want hij komt er nog wel eens mee in de problemen. Verder is alles naar wens geweest?” Ik knik. “Het was een heerlijk weekend. Het is ook zo’n mooie plek hier. En Michel, die werkt hier?” Ze knikt. “We hebben hier elke dag mensen van het beschermd wonen huis rondlopen. Ze helpen ons en ze vinden het hier hartstikke leuk”. Ze tovert een warme lach op haar gezicht. “Het is jammer dat je nu al weggaat anders had je Maria nog even kunnen ontmoeten. Dié is pas open en direct”. “Ja, jammer”, zeg ik, maar ik weet niet zeker of ik dat wel helemaal meen. “Een fijne dag nog”, zeg ik tot slot. En met een soepele zwaai hijs ik de zware rugzak op mijn rug. Toch weer teveel meegenomen dit weekend.

Advertenties