Fijn is dat zeg, mezelf zijn.

In het weekend ging het mis met mezelf zijn. Vandaag op het terras bij de Parade in Rotterdam. Een ouder echtpaar schuift aan bij onze tafel. Ik ben er met een oude vriend. Mijn buik spant een beetje samen als het tot een kort gesprekje komt tussen ons vieren. Pff, wat is dat ingewikkeld zeg, mezelf zijn bij volkomen vreemde mensen. En ik wil het zo graag anders doen. Anders dan het afgelopen weekend. Als mezelf.

Later zitten we op het terras van de Bazar. Een multi-kulti-lekker-eten restaurant. Naast ons komen toevallig vier dames zitten. Degene naast me begint een praatje met me. Dat ze net in Rotterdam zijn en dat zij Zwitsers is maar eigenlijk uit Griekenland komt. “How do you know eachother?”, vraagt ze me logischerwijs. Mijn vriend komt me te hulp. “Van de volleybal toch?, van heeeel lang geleden”. Maar het voelt niet lekker bij mij. Geen gedoe meer. Dan maar eerlijk. “I am a transgender. We are very old friends from the time that I was male. We have had a long history of friendship together. We were just discussing relationships and the male and female roles”. “Oke”, zegt ze neutraal. We praten nog even over onze kinderen, onze partners en over Rotterdam en het lekkere eten van het restaurant. Ik zou haast zeggen dat het een volkomen normaal gesprek was tussen twee mensen die elkaar voor het eerst ontmoeten. Fijn is dat zeg, mezelf zijn.

Even later, op een ander terrasje, nu aan de koffie. Een stelletje zit opzichtig aan elkaar te plukken en te kussen. Zij buigt zich even later zich naar mijn vriend: “hoe lang zijn jullie al samen?”, vraagt ze hoopvol. “We zijn geen stelletje hoor”, zegt mijn vriend. “Maar wat niet is kan nog komen”, zegt ze plagerig en kijkt schalks in mijn richting. “Ik woon samen met een vrouw”, reageer ik beslist. Het kan me niet meer schelen merk ik. Ik heb het er uit geflapt voordat ik heb nagedacht. Ik presenteer me opeens als lesbienne terwijl ik eerlijk gezegd nog een beetje verbaasd was dat ze dacht dat wij een stel zouden zijn (en ik dus gewoon een vrouw ben). Dertig jaar mannenvriendschap en nu dit. Ik ga toch eens navragen hoe het voor hem was, deze wending van de avond.

Het doet nog zo sterk mee, mijn transgender zijn. Maar het gaat wel goed hoor. Met vallen en opstaan mijn plek innemen.

https://deparade.nl

Advertenties

Zo’n feestje.

Ik had een feestje. Een barbeque met mensen die ik overwegend niet ken. Beetje salade, beetje kletsen, drankje en nog een hapje. De zon scheen en iedereen was ontspannen en vrolijk en ik, ik voelde me hartstikke transgender en buitenstaander. Misschien kwam het omdat iemand in een gesprekje het over mij had: “Ja, inderdaad, dat zei hij”. Shit. Au, niet aanstellen en doorgaan Sandra. Zo’n zinnetje als dit komt zo snel aan en is weer net zo snel voorbij dat ik te laat ben om iets corrigerends te zeggen.

De knoop in mijn buik bleef een beetje hangen maar, hé, gewoon doorgaan. Ik praatte met iemand over waar ik vandaan kwam. Gewoon wat kletsen. Maar in mijn hoofd spookte het. Ik was toen man. Mijn herinneringen zijn mannelijk. Ik deed mannelijke dingen en had mannenvrienden. . Ik benoemde dit niet, ik lulde maar wat raak, nam nog een sateetje en negeerde mijn buikpijn. Ik voelde me ongemakkelijk. Ik voelde me niet thuis. Ik voelde me niet gezien. Wat had ik dan moeten zeggen? “Oja, by the way, ik was toen man dus als je me niet kan volgen dan kan dat kloppen”. Misschien voelde ik me niet helemaal ok omdat er niemand was die ook anders was. Er hing een degelijke heteroseksuele huisje-boompje-beestje sfeer. Beter kan ik het niet verwoorden.

Met iemand anders kletste ik over kinderen. Mijn zestienjarige zoon, mijn vrouwelijke partner. Weer zag ik een blik die zijn best deed om volkomen normaal te kijken: “twee vrouwen? Of zoiets? Jullie zoon, wie is de moeder?” Ik had gewoon geen zin om het allemaal uit te leggen, ik negeerde maar weer de ongemakkelijkheid die voelde en vulde mijn buik met een beetje couscous. Die ander vroeg ook niets.

Toen ik voor de tweede keer verkeerd werd aangesproken: “die boot van hem”, werd ik opeens heel erg moe en wilde ik gewoon heel erg graag naar huis. Toen ik in de auto stapte zaten mijn tranen hoog. Het was zo’n feestje. Zo’n feestje waar ik mijn eigenheid maar niet leek te vinden. Waar ik me zo eenzaam en onbegrepen voelde. Zo’n feestje waar ik mezelf kwijt raakte en het me niet lukte te herpakken.

Heling en een nieuwe fase.

Het is misschien wel net zo belangeijk als de transitie zelf. Althans, in mijn geval is het zo. Er zijn ongetwijfeld veel transgenders met een minder problematische jeugd en zijn er transgenders die zich minder in bochten hebben hoeven wringen om overeind te blijven in een leven waarin je niet klopt, niet past en je onbegrepen voelt omdat je anders bent.

Het gaan leven als de vrouw die ik ben, met een lichaam dat na enige aanpassing passend is geworden, is ook een periode van heling. Natuurlijk is passabiliteit belangrijk. Natuurlijk is het fijn om de wereld van het vrouw zijn te ontdekken, te omarmen, het uit te schreeuwen van geluk omdat die emmer vol gitzwarte zwaarte eindelijk is verdwenen. En natuurlijk is het ook nog af en toe behelpen. Met mijn stem, mijn lichaam en mijn oude mannengewoonten.

Maar ik merk dat het gedurende mijn transitie minstens zo belangrijk is om stapje voor stapje bevrijd te raken van oude patronen die me hebben beschermd tegen de pijn van het niet mezelf kunnen zijn. Ik heb mezelf beschadigd om me te beschermen tegen de pijn van het niet kloppen. Ik heb me afgesloten voor werkelijke verbinding met de ander. Ik heb me opgesloten in de nacht, ver van het gewone leven. Moe zijn als excuus om maar niet gewoon mee te hoeven doen. Ik heb mezelf vergiftigd met gedachten over hoe slecht de wereld wel niet is en hoe mensen niet te vertrouwen zijn. Mijn achterdocht als veilige haven om mijn vrouw-zijn in te verstoppen. Ik heb me, kortom, niet gehoord, niet gezien en niet geliefd gevoeld. Deels ontstaan door een onveilige jeugd. Maar ook veroorzaakt vanuit de angst om ‘betrapt’ te worden als vrouw. Al die energie, die vermijding, die trucs en smoesjes om mezelf maar niet te hoeven laten zien.

Het herstel daarvan, mijn heling, is nog steeds in volle gang. Ik ben aan het vertrouwen. Eerst in mijn hoofd en de laatste tijd begin ik ook te voelen dat het leven zo gek nog niet is. Dat mensen in het algemeen best tof zijn. Dat ik er mag zijn zoals ik ben. En met mijn nieuw ontdekte vertrouwen lijkt het wel alsof er opnieuw een wereld voor me open gaat. Ik ben wie ik ben en dat geeft me veel energie. Ik voel me bevrijd, als een adolescent van 22 die net aan het leven gaat beginnen. Hoe tof is dat?

Het is misschien wel net zo belangeijk als de transitie zelf. Het bijkomen van alle beschadigingen, kwetsingen, het harde werken om niet mezelf te hoeven zijn. Ik ben nog steeds een beetje moe. Ik zit nog steeds uit te puffen van al dat vermijden en daarna mijn transitie. En weer gaat een wereld voor me open. Ja, zo voel ik me: een adolescent voor wie het leven nu gaat beginnen.

Mijn ontwikkeling naar een volwassen vrouw verloopt wat anders dan normaal. Voor mijn gevoel ben ik alle levensfasen als vrouw in korte tijd aan het inhalen. Die ongeremde, emotionele puberteitsgevoelens lijken achter de rug. Zou het zo zijn, dat een transgender alle levensfasen maar dan in het nieuwe geslacht, opnieuw doormaakt?

De lezing.

Het was een leuk begin. Voordat ik over mijn transitie begon vroeg ik aan de groep wie zeker weet waar hij thuis hoort op de lijn tussen man en vrouw. De enkelen die hun hand opstaken vroeg ik wat hen zo zeker maakten over hun identiteit. Deze sheet gaf eigenlijk heel goed weer hoe ik jarenlang heen en weer gezocht heb op de lijn.

Het drama, de verwarring, de angst en het verlangen kwamen vanzelfsprekend ook aan bod. Dat onderdeel van mijn transitie hield ik klein. Niet zo leuk om aan terug te denken. Niet zo fijn was dat. Gewoon serieus k#t eigenlijk.

De beginperiode van mijn leven als vrouw heb ik verteld met blijheid en met humor. De blijheid van eindelijk en opluchting. En met humor omdat het de toehoorders geboeid hield. Ik heb zelfs nog even mijn oude mannenstappen nagedaan om te illustreren hoe niet kloppend dat er eigenlijk uitziet, nu voor mij als vrouw. Nou ja, ik kletste maar wat. Het was gewoon verwarrend die tijd. Nieuwe gedragingen, nieuw uiterlijk, nieuwe reacties van anderen op mij, nieuwe gevoelens door rondrazende hormonen. Ik heb ook nog verteld dat praten best wel een dingetje is. Aan de telefoon dramatisch maar verder gaat het wel geloof ik. Natuurlijk vergat ik mijn kind en partner niet Omdat ik weet dat zij op veel sympathie en steun kunnen rekenen. Zo’n ondertoon van: leuk voor jou hoor, die veranderingen, maar zij moeten er mee dealen. Prima en terecht. Ik voel dan hoe het publiek zich afvraagt wat zij zouden doen als hun partner…

Bij deze laatste sheet gebeurde er iets wonderlijks. Ik was open wat ik eigenlijk niet van plan was. Maar ja, ik kan toch niet achterhouden dat mijn (seksuele) identiteit was veranderd. Van heteroman naar lesbische vrouw. Of zo. Of bi-vrouw. Of gewoon een tof mens met gevoelens. Het thema van de avond was tenslotte ‘diversiteit en seksualiteit’. Mijn verwarring nu, na mijn transitie, hoorde er nu eenmaal bij, bij deze lezing. Maar ik kon er op wachten en inderdaad gebeurde het: “hoe zit het dan met je vrouw”? “Hoe zit het dan tussen jullie”? Dat soort vragen. Relevante vragen waar ik niet op wilde ingaan. Niet daar. Dat ik het nog niet zo goed wist allemaal, zei ik. Wel heb ik verteld dat we een relatievorm aan het vinden zijn die voor ons beiden gaat werken. En daar heb ik het bij gelaten. Ik heb niet verteld dat ik best heel goed weet hoe het met seks is en met verlangens en met eerlijk en open communiceren. Nee, zo was het goed genoeg.

Aan het einde kwam er nog een jonge vrouw naar me toe. Ze had zichtbaar rode koontjes. Het had haar geraakt, mijn verhaal, en ze bedankte me voor mijn openheid. Ze vertelde dat ze nog nooit zoiets had gehoord, laat staan over nagedacht. Haar reactie zette me aan het denken. Wat voor mij normaal is geworden is misschien volkomen nieuw en wellicht schokkend voor een ander. En ook vroeg ik me af of ik een volgende keer misschien iets minder open zal zijn. Ik was er soms zelf wat ongemakkelijk mee en misschien mijn publiek ook wel. Ben er nog niet helemaal uit. Want het transitieverhaal moet ook worden verteld. ✊

Beetje verdrietig dat het nog moet.

Ik ontving onderstaand bericht. Het is een verzoek of ik een reactie op een bericht van mij van enkele jaren geleden wil verwijderen. De persoon wil dat men niet kan traceren dat ze transgender is (of was, ik weet het verder ook niet). Dit vanwege een bezoek aan een land dat niet zo transgender-vriendelijk is als Nederland. Ergens begrijpelijk natuurlijk, deze vraag, en natuurlijk heb ik de reactie verwijderd. Maar ook best verdrietig dat het nog nodig is de sporen van wie je bent te moeten verwijderen. Ik hoop oprecht dat de persoon een goed verblijf heeft in het niet zo tolerante land daarginds. De acceptatie van transgenders is nog verre van voltooid, zo blijkt maar weer.

WordPress heeft dit bericht forward aan mij doorgestuurd:
In regard to my privacy I would like to remove a reaction I gave once on a WordPress blog a few years ago. I want it removed because it shows me being transgender. Going abroad to countries who are not that tolerant as the Netherlands, I do not want to be googled in this respect. I tried to remove it myself but there ain’t a possibility. Also I cannot reach the owner of the site without being able to e-mail the owner. Can you help to make the reaction anonymous and delete the link to my Facebook page. If you cannot do it from WordPress facilities, could you please be so kind to address the owner of the blog and forward my request. I have no problems to hand her my e-emailaddress.

Ranking transgendervriendelijke europese landen. Bron: https://rainbow-europe.org/country-ranking

Tanja van Hengel

Ik was aan het reageren op onderstaand bericht van Rianne

https://wp.me/p5VnwF-3Fa

toen ik me besefte dat mijn reactie een eigen plek verdient. Tanja van Hengel, mijn oude gendertherapeute. Die zo fijn out-of-the-box is dat ik me meteen thuis voelde bij haar. Niets was op dat moment heerlijker dan me gezien en erkend te voelen. Wat had ik dat nodig zeg, aan het begin van mijn transitie (en soms nog steeds hoor). Ik kon twijfelen, zoeken, ja! nee! toch wel, of nee, toch maar niet in verandering. Alles kon er zijn en zij was zo kundig. Niet mijn transitie stond centraal maar mijn verlangen om rust in mezelf te vinden. Een heel ander uitgangspunt en voor mij van wezenlijk belang.

Twee jaar lang om de week een gesprek. Ik heb twee verschillende psychiaters moeten zien ter bevestiging van mijn diagnose. Ook nog een keer bij een andere psycholoog. Ik heb ongelogen duizenden vragen van psychologische tests ingevuld totdat ik er gek van werd. Ik wil maar zeggen, heel gedegen hulpverlening. En dat in combinatie met haar warme, oprechte persoonlijkheid en kunde maakte het voor mij dé ideale therapeute. Maar vooral, echt ja, vooral omdat het niet alleen over mij, ikke in mijn transitie, ging was de hulp zo waardevol. Hoe ik met mijn parner kon omgaan, hoe belangrijk het was dat zij ook een stem had. En ik heb me zo gesteund gevoeld als het ging over mijn zoon, toen negen jaar. Hoe we het gingen vertellen over mij. Hoe zijn basisschool en vriendjes het zouden kunnen horen. Tanja heeft er mede voor gezorgd dat mijn transitie zo, naar omstandigheden, soepel is verlopen. “Als het nodig is ga ik mee naar zijn school om het uit te leggen”, heeft ze me aangeboden.

Ik ging weg bij haar want ze kon mij niet opereren. Ik ging naar de VU. Met een diagnose op zak (“daar doen we niets mee, we willen graag zelf kijken waar u staat”). Met mijn hormoonbehandeling en mijn endocrinoloog (“als u besluit geen hormoonbehandeling via ons te doen gaan we u niet verder helpen”). Met mijn RLE was ik al begonnen (“dat is uw verantwoordelijkheid, we tellen die tijd niet mee, pas als wij zeggen dat het goed is gaan we het RLE noemen”). En zo bleef ik post ontvangen met mijn jongensnaam.

Ik had geen keuze, Thailand was geen optie voor mij. En dus was het wachten na de intake. Zes frustrerende gesprekken verder en na het groene licht van de VU ballotagecommissie mocht ik door naar de volgende ronde. Ik mocht de RLE in terwijl ik al als vrouw leefde, maar tenminste werd ik in de correspondentie nu aangesproken als mevrouw. Opnieuw op de wachtlijst. Nu voor de operatie. Toen mijn operatiedatum wéér was uitgesteld en opgeschoven heb ik daar als een viswijf werkelijk waar staan gillen dat het genoeg was. Genoeg! GENOEEEEGGG!!!!! Dat hielp en een paar maanden later werd ik dan eindelijk geopereerd.

Ik wil maar zeggen: ik ben gewoon superblij met Tanja. Wat er gebeurd is weet ik niet. Maar haar kwaliteiten als therapeut staan voor mij buiten kijf. En zelfs nu nog weet ik dat ze er voor me zou zijn mocht het nodig zijn. Ik weet wel dat Tanja ‘anders’ is in de zin van bijzonder. En laten wij transgenders nu ook anders en bijzonder zijn. Daarom kan ze zo goed aansluiten, vermoed ik. Maar we weten ook allemaal uit eigen ervaring dat de maatschappij niet altijd zoveel kan met ‘andere, bijzondere mensen’. Maar goed, ik weet er echt het fijne niet van en kan alleen maar hopen dat het haar heel goed gaat. Ze verdient het.

Ik ben niet zo’n mopperaar, en mijn VU verhaal mag ook wel eens verteld worden. Ik hoop echt dat de situatie daar inmiddels is verbeterd.

Koningsdag 2018.

Kijk, daar op de achtergrond, dat gebouw, daar heb ik een paar jaar geleden als een van de eersten van de stad, mijn geslacht laten veranderen bij de burgelijke stand.

En weet je. Het maakt me allemaal wat minder uit. Hoe ik er uit zie. Hoe ik over kom en wat men van me denkt. En dus, wat heb ik heerlijk gedanst bij de verschillende podia, in de straten en op een brug bij de discobus. Kletsen met vreemde mensen en zo heerlijk gefeest met mijn partner. Wat een genot om zo lekker te kunnen genieten van alles om me heen. Omdat ik gewoon steeds meer mezelf kan én durf te zijn. Wat een toffe Koningsdag.

Dartelend naar beneden.

Zo soms komen er herinneringen boven waarvan ik dan denk: “holy shit”…

Ik blowde niet echt veel hoor, in die tijd. Ik leefde als 100% man, redelijk tevreden met mij eigen onvrede, volkomen onbewust van wat er nog komen zou en wat zich allemaal roerde in mijn onbewuste. Ik blowde wel zo af en toe als deel van mijn ontdekkingsreis zoals jonge mensen dat nu eenmaal doen. En ik vond het lekker, hoor. Wegdromen, vrij associeren, lachkicks met vrienden. Een paar plantjes in de tuin voor een heel jaar plezier.

Ik lig op de bank. Ik ben hartstikke stoned en ik geniet van droomreis die ik aan het maken ben. Emoties voelen sterker. Beelden zijn helderder en met een vage glimlach rondom mijn mond zie en beleef ik van alles en niets tegelijkertijd. Op een bepaald moment ben ik heel erg in contact met mijn lijf. Liefdevol voel ik me één met mezelf. Een soort van opwinding glijdt zachtmoedig dartelend naar beneden. Naar mijn kruis… naar mijn vagina…. hmm, wat verrukkelijk…. WAT!!?? Vagina??!! Ik open mijn ogen en zit opeens rechtop. Ik schud de dromen van me weg, drink een glas water, sta op en ga naar bed. Daarna heb ik nooit meer geblowd.

Feestje.

Ik had er zin in, in het feestje. Maar ik was ook een beetje gespannen. Die spanning leek een beetje op hetzelfde gevoel als toen ik voor het eerst als vrouw naar buiten ging. Me wat bekeken voelen, onzeker over reacties die ik wel of niet zou krijgen. Tegelijkertijd besefte ik me dat de man in mij, diegene die ik ooit was, inmiddels wel heel erg naar de achtergrond is verdwenen. Ik ben sterk, ik ben een vrouw en mijn identiteit klopt alweer best lang met hoe ik er uit zie en wat ik uitstraal. Dus in die zin had ik helemaal geen zorgen.

Mijn oude vriendenclub is er. En met oud bedoel ik dat ik de mannen ken sinds mijn tienerjaren. Mijn oude dna en nog steeds kan ik lezen en schrijven met ze. Ze zijn er allemaal. “Hé Sjon, hoe is het?” De allereerste zin van het feestje. Pfff…. “Halloooo….het is Sandra!” Sinds een jaar of vijf al weer, denk ik daarbij in gedachten. “O, sorry, ja hoi San”. Ik baal wel maar op de een of andere manier raakt het me niet meer zo. Ik vind het onbeschoft. Ik vind het onattent en ik vind het klunzig maar bij mij overheerst vooral verbazing. Het is zo lang geleden dat iemand dat tegen me zei. Ik ken hem veertig jaar en ik zie hem nauwelijks meer. Ergens snap ik het ook wel.

Even later, een andere oude vriend. Ik was hem wat uit de weg gegaan. Als enige lijkt hij mijn transitie niet helemaal verwerkt te hebben. Qua energie is hij man-man en ik ben er achter dat hij sowieso niet met vrouwen kan omgaan. Drank, grappen, verhalen van vroeger. Ik moet om hem lachen, zoals altijd en lachen is fijn. En als een andere vriend bij ons komt staan praat hij over mij in de hij-vorm. Pfff… ik ben er zo klaar mee. “Waarom zien we elkaar eigenlijk nooit meer”, vraagt hij aan me. “Precies hierom”, reageer ik direct. “Je kunt de slag niet maken, ik ben nog steeds die gozer van vroeger, althans zo benader je me en je sprak zojuist weer in de hij-vorm over me. Daar kan ik toch niks mee?” Hij prevelt excuses en dat hij dat niet zo zei of niet bedoeld had en dat we toch gewoon een biertje kunnen gaan pakken? Hij houdt zijn hoofd schuin en kijkt me vragend aan. Hij snapt het werkelijk niet. Ik pak geen biertjes meer. Dat is mannen-onder-elkaar taal. Dat is precies wat ik bedoel.

Nog iemand van vroeger. De zus van een van de vrienden en ik ben nieuw voor haar. Ik zit naast haar en al snel keuvelen we over de kinderen, de lekkere hapjes en Frankrijk. “Dat is je vrouw toch?”, zegt ze, en ze kijkt in haar richting. “Zeker”, reageer ik trots. “Ik vind het zo knap van haar. Van jou ook hoor, maar van haar… ja…. echt heel bijzonder”. Even schiet de Luizenmoeder door mijn gedachten: “dat vinden we niet raar, dat vinden we alleen maar heel bijzonder”. “Dankjewel”, reageer ik oprecht, “ze is ook een heel fijn mens”. “Je bent eigenlijk niets veranderd”, gaat ze verder. Als ik doorvraag wat ze bedoelt zegt ze dat ik klop qua uitstraling en dat er eigenlijk niets vreemds is aan mij. Ik moet lachen. Het is een leuk mens. Eerlijk en gewoon geinteresseerd in mij en waarschijnlijk ben ik de eerste transgender die ze ontmoet in haar leven.

Het feestje gaat niet alleen over mijn transitie. Ik dans en praat en geniet. Ik voel me vrij en nog steeds zo heerlijk opgelucht alsof het mijn eerste dag uit de kast is. Ik dartel langs de mensen. Ik lach en ik speel. Ik ben me zo bewust dat de ballast van het man zijn helemaal verdwenen is. En voor het eerst realiseer ik me dat ik ook de ballast van mijn transitie kwijt ben. Het wennen, de onduidelijke rol, mijn onzekerheid of ik er wel écht kan zijn zoals ik ben. Het maakt me niet meer uit, geloof ik, hoe ik overkom. Ik weet wie ik ben. Het was gewoon een superleuk feestje.

De ontmoeting.

Zijn handen, zijn verlangen en manier van doen zijn overweldigend. Mijn plaats binnen dit alles is er een van overgave en verwondering. “Laat het maar gebeuren”, had ik afgesproken met mezelf. Ik slurp de ervaring met volle teugen binnen. Dus dit is wat het is om vrouw te zijn. De mannelijke daadkracht tegenover me raakt me in de kern van mijn vrouwelijke wezen. Dit gevoel, deze erkenning van mijn lijf en geest, deze rol en plaats is waar ik thuis hoor. Een diepe ontspanning en een ongekende blijheid, wat een heerlijke combinatie, zweven vrijelijk door mijn geest. Ik hoef niets. Ik hoef niets meer op te houden. Alleen maar genieten en de flow volgen. Eindelijk, alles is op zijn plaats gevallen.

Het was onvermijdelijk en het zat er al even aan te komen. Doodeng vond ik het eerst, de gedachte aan het vrijen met een man. Maar toen ik hem had gevonden wist ik zeker dat ik hét zou gaan doen. Ik wilde het op zijn minst een keer ervaren. Door me te verbinden met een man heb ik een ander soort vrouwelijkheid in mezelf aangeraakt. Ontdekt wat het is om vrouw te zijn bij een man. In mijzelf heb ik een ronde, bruisende oerkracht ervaren waarvan ik al mijn hele leven weet dat dié energie in mij leeft en die er eindelijk uit mocht komen. En dat gevoel, die diepe beleving van ‘kloppen als vrouw in al haar facetten’ was ongekend en heel bijzonder voor me.

Maar of ik nu op mannen val? Ik heb geen idee. Ik ben nog nooit verliefd geweest op een man. Altijd op vrouwen. En dit, met deze man, ik moest het gewoon doen. En, wow, wat is het me goed bevallen. En hoe dit alles verder gaat weet ik niet en het maakt me eigenlijk niet uit. Met deze man was eenmalig. En fantastisch. En morgen is er weer een dag.

In wezen ben ik niets veranderd.

In mijn knusse kleine autootje rijd ik ontspannen binnendoor richting Noord Holland. Katwijk, Noordwijk, Lisse, de Zilk, Vogelenzang. Dan door naar Aerdenhout, Bloemendaal en verder richting het noorden. Een heerlijke rit op een rustige vrijdagochtend. Vandaag neem ik deel aan ik een workshop mediteren, contact maken met het hogere door middel van geleide visualisaties en fijne gesprekken.

In mijn verleden heb ik van alles gedaan op spiritueel gebied. Stiekem sweatlodges bouwen in de duinen om zweethutceremonies te doen. Logeren bij de Krishna’s. Eindeloos mediteren, praten, ontdekken. Het heeft er allemaal voor gezorgd dat ik een zekere rust en kalmte in mezelf heb leren kennen. Een plek in mij waar het altijd fijn en vertrouwd is. Ik zag mijzelf eerlijk gezegd op een gegeven moment het hectische leven hier wel achter me laten en vertrekken naar een of ander klooster, een top van een berg of een leefgemeenschap waar het hogere een centrale plek zou hebben. Het spirituele kwam toen ook voort vanuit een sterke mannelijke onvrede. En ik maar zoeken. Mijn spirituele pad heeft er, vermoed ik, ook voor gezorgd dat ik zo laat in mijn leven in transitie ben gegaan. Want zeg het maar: “is de menselijke ziel mannelijk of vrouwelijk? Maakt het überhaupt iets uit? En als de hartsverbinding zo belangrijk is voor mij dan zou het toch niet hoeven uitmaken of ik met meneer of mevrouw word aangesproken? Of ik een jurkje draag of niet?” Dit soort vragen hebben eindeloos door mijn hoofd gespookt.

En het leven heeft me een mooie poets gebakken door me te dwingen met aardse zaken bezig te zijn. Welke sieraden vind ik mooi? Welke kleding draag ik graag? Hoe groot zijn mijn borsten? Ben ik nou een man of een vrouw? Eindeloos ontharen en alsmaar bezig zijn met mijn nieuwe lichaam. En echt, het materiële, het bezit, geld, ik vond het allemaal niet zo belangrijk. En in wezen vind ik het nog steeds niet interessant. Een fijn contact, verbinden met andere mensen, groei, dat is toch wat ons werkelijk bijblijft en ons innerlijke vervulling geeft? En toch moest ik gedurende mijn transitie, en nog, bezig zijn met hoe ik er uit zie en hoe ik mijzelf presenteer. En nu? Mijn geest, mijn ziel, is nog steeds dezelfde. In wezen ben ik niets veranderd en toch is alles anders. Er is ruimte gekomen voor rust en tevredenheid. Mijn uiterlijk is in overeenstemming gekomen met mijn innerlijk maar snappen doe ik het niet want, ik zeg het nog maar eens: in wezen ben ik niet veranderd. En zo kabbelen mijn gedachten terwijl ik rustig naar het noorden rijd.

“Hallo, ik ben Sandra”, zeg ik tegen de vrouw die de deur opent als ik aangekomen ben. Ik loop de woonkamer binnen en geef de andere deelnemers een hand. “Het is toch weer opvallend”, zegt één van hen lachend. “Weer zijn we met alleen maar vrouwen. Het spreekt de mannen blijkbaar niet aan of ze doen het op hun eigen manier”. Ik glimlach en zeg niets. Even wennen. Even aankomen. Ik kijk de kring vrouwen rond en zucht tevreden. Het maakt me niet uit wat we doen vandaag. Ik ben gewoon blij. Van binnen heel erg blij.

Nog lang en gelukkig.

Mijn zoon is jarenlang geabonneerd geweest op de Donald Duck. En nu hoeft ie hem niet meer. “Ik ben er te groot voor”, zei hij duidelijk. “En mag ik dan voor het abonnementsgeld een horloge kopen. Please, please, please??” De kleine boef wordt groot. In Mei alweer 16. Ik bel met Sanoma, de uitgever. Dat ik het abonnement wil stopzetten. “Voor de resterende weken mag u wel een abonnement op iets anders”, vertelde de dame aan de telefoon opgewekt. Ze noemde zo’n beetje wat ze hebben aan bladen en ik moest snel kiezen. De Llibelle. Het is de Libelle geworden. Beetje suf maar ook wel leuk voor die paar weken. Dus hier geen gefrustreerde berichten meer over de soms seksistische en rolbevestigende eendenfamilie.

Maar wel het onderstaande. In de Libelle van afgelopen week een artikel over hoe een relatie zonder seksualiteit toch kan werken.

Het geeft me de gelegenheid te vertellen over hoe mijn partner en ik onze relatie na mijn transitie vormgeven. Dit proces is nog gaande en tegelijkertijd lijkt de fase van onduidelijkheid en zoeken naar de nieuwe vorm afgelopen.

Ik ben van geslacht veranderd. Mijn partner is niet opeens op vrouwen gaan vallen. We hebben beiden onze verlangens. We houden zielsveel van elkaar en hebben de wens om samen oud te worden. Lang leek het een onmogelijke opgave om al deze aspecten van ons leven binnen onze relatie een plek te geven.

Als we beiden in onze bijzonderheid en eigenheid naast elkaar willen stralen in het leven, ligt er voor ons de uitdaging om elkaar los te laten. “Je kunt elkaar niet hebben”, noem ik het. Ons seksuele leven ligt niet meer bij elkaar. Bijna al het andere wel. En nu kunnen we in alle oprechtheid en liefde zeggen dat we samen blijven zonder seks. Het proces van het loslaten van waarden en normen, het accepteren van (weer) een ander plaatje qua samenleven en het hebben van vertrouwen in elkaars liefde hebben we nu wel doorgewerkt. Ware liefde is de ander oprecht het beste gunnen, al lijkt dat niet in je eigen belang. Ware liefde is loslaten in verbondenheid. Ook als het seksualiteit betreft. Voor beiden.

Blijft er voldoende over? Is er voldoende intimiteit, warmte en belangstelling voor elkaar om door te kunnen met elkaar? Dat hebben we uitgezocht. Wat dan wel en hoe dan? Hoe gaat onze relatie er uit zien als de seksualiteit er uit verdwenen is?

Ja. We hebben het zó fijn met elkaar. En ook de fysieke intimiteit met elkaar is niet verdwenen, sterker zelfs, nu de spanning tussen ons wat betreft seksuele verwachtingen helemaal is verdwenen, komt de ruimte voor fysieke nabijheid weer heerlijk terug. Wat een bijzonder proces en wat knap van ons (al zeg ik het zelf). Het artikel in de Libelle zegt met name dat eerlijkheid, fysiek contact (knuffelen) en wederzijdse tevredenheid over de situatie belangrijke pijlers zijn om een relatie zonder seksualiteit succesvol te laten zijn. En voor de rest? Ik voel me blij en ik voel me vrij…

Dit is mijn lichaam.

Ik durf het hier haast niet vertellen want zo suf voelt dit verhaal. Tegelijkertijd snap ik heel goed waarom het nodig was. Fijn en belangrijk om eens heel goed te kijken. Een hernieuwde kennismaking met mijn lichaam, zo je wilt.

Na mijn geslachtsbevestigende operatie had mijn lichaam een flinke tik gekregen. Meer dan een half jaar was ik serieus bedlegerig, mijn lichaam een gehavend omhulsel van een onwennige maar gelukkige geest. Naarmate ik fitter werd begon ik mijn lichaam meer en meer te verkennen. Borsten, nog steeds gevoelig. Een vagina, schaamlippen en een clitoris. Zou het werken? Hoe gevoelig is het er? Het oorglogsgebied dat was achtergebleven na de operatie was langzaam veranderd in een keurige vagina. Heel gewoon eigenlijk. Een keurige voorbips, zoals ik in de serie ‘de Luizenmoeder’ hoorde zeggen. Niet perfect maar ruim voldoende. Dankuwel dr. Özer. Missie geslaagd. Alles doet het, alles werkt, klaar.

Vorige week,op een rustige zondagmiddag heb ik mezelf gefotografeerd. Van top top teen en poedelnaakt heb ik mezelf voor het eerst eens heel goed bekeken. Van heel dichtbij tot totaal voor de spiegel. Mijn borsten (staan een beetje naar buiten gericht), mijn heupen (echte vrouwenheupen, ik ben dikker geworden) en mijn vagina. Mijn vagina is zo gewoon om te zien. Niks bijzonders aan, hoe gaaf is dat!

Dat vind ik dus gek, mezelf fotograferen. Maar wat een heerlijke opluchting. Wat een erkenning voor wie ik ben geworden heb ik mezelf gegeven. Gewoon kijken. In alle normaalheid kunnen zeggen: “dit is mijn lichaam”. Trots op waar ik blij mee ben en een beetje schaamte over wat niet perfect is. Spelen met mijn zelfbeeld. Wennen aan wie ik ben geworden. Ik ben weer een stukje normaler geworden. Weer wat meer in balans.

Ik heb ze maar weggegooid, die foto’s. Ik wilde van de week een foto laten zien van ik weet niet meer wat aan een collega toen ik opeens mijn eigen naaktheid voorbij zag komen. “Ehh, ik kan de foto even niet vinden”, zei ik haastig tegen mijn collega. Niet dat ik me schaam voor mijn naaktheid hoor, maar toch. Dat doe ik gewoon niet zo makkelijk, die foto’s tussen de dagelijkse kiekjes laten slingeren.

Ook dit is groei. Van mijn lichaam gaan houden, gewoon zoals ik ben geworden.

Vader.

“Bent u de vader of de moeder?” Verward kijk ik naar de eerste vraag van de enquete. Ik ben gevraagd om een vragenlijst in te vullen over de mate van tevredenheid over een revalidatiecentrum waar wij met onze zoon de afgelopen jaren veel zijn geweest. Natuurlijk wil ik meedoen maar bij deze eerste vraag voel ik weerstand. Nou vooruit dan maar: ik klik ‘vader’ aan bij gebrek aan beter. Vraag 2: “wat is de leeftijd van de vader?” Vraag 3: “nu volgen enkele vragen over hoe de vader de zorg van het revalidatiecentrum heeft ervaren”. Sjacherijnig klik ik de pagina weg en ga terug naar de uitnodigingsmail voor de enquete en druk op reply:

Geachte heer ***,
Bij het invullen van de vragenlijst loop ik er tegenaan dat slechts gekozen kan worden voor Vader of Moeder en dat terwijl er meerdere samenlevingsvormen zijn. Ik ben de biologische vader van mijn zoon maar ook transgender. Dus ik ben de vader niet meer. De moeder ben ik sowieso niet. Graag zou ik bv bij de vraag: wie vult de lijst in?, de optie Anders toegevoegd zien. Of gewoon de term opvoeder oid. Want ook homoseksuele mannen of vrouwen komen nu niet aan bod in de vragenlijst. Die zijn met twee vaders of twee moeders.
Bedankt alvast.

Met vriendelijke groet,

Later die dag deel ik deze ervaring met mijn zoon. Dat ik een mail heb gestuurd en dat ik hoop dat ik daarmee toch weer een stukje bewustwording heb meegegeven. “Maar San”, reageert hij, “wil je dan mijn vader niet meer zijn? Want dat kan echt niet hoor. Je bent toch mijn vader?” Hoor ik nu wat schrik in zijn stem? “Nee hoor jongen, ik ben en blijf altijd je vader. Maar ik wilde vooral vertellen aan de onderzoeker dat er meer smaken zijn dan vader en moeder”. Ik hoor mijn zoon geruststellend zuchten. “O, gelukkig”, zegt hij.

Vanaf het begin van mijn transitie hebben we onze zoon meegegeven dat ik, hoe ik ook zou veranderen, ik altijd zijn vader zou blijven. De afgelopen jaren hebben we een vorm gevonden waarin ik helemaal vrouw ben en dat ik toch zijn pappa blijf inclusief de zogenaamde vader-zoon dingen. Stoeien, auto rijden met harde muziek, plagen. Als mannen onder elkaar zijn we soms net wat korter door de bocht. Ik voel dat ik hem die verbinding graag wil meegeven. Dat dat ‘gewoon klopt’ of zo.

Zo hebben wij het vader/moeder issue opgelost en het werkt prima. Misschien als hij kleiner was geweest (hij was toen 9 en nu 15) tijdens mijn transitie dan had ik misschien gezegd dat hij twee moeders heeft. Misschien wil ik hem graag een vader geven omdat ik de mijne zo heb gemist. Ik denk er niet teveel over na. Ik ben vrouw en ik ben zijn pappa. De liefde stroomt en we mogen er zijn zoals we zijn en dat is gewoon heerlijk. En oja, de onderzoeker gaat bij een volgende vragenlijst rekening houden met de formulering.

Daar was ik dan.

Nu pas is het zover. Bij sommige medetransgenders zag ik die ingewikkeldheid toch minder. Ikzelf had echter moeite om mezelf te zien zoals ik vroeger was. Als man dan, bedoel ik. Ik kreeg wel eens de vraag of ik een oude foto wilde laten zien en dat deed ik dan ook braaf. Want ergens snapte ik die nieuwsgierigheid wel. Maar ik keek niet als de ander dat wel deed. Ik zei wel dat ik het niet zo leuk vond om mezelf zo te zien. En dan vertelde ik er bij dat dat kwam omdat aan dat mannelijke verleden zoveel ‘gedoe’ kleefde. Meestal was dat voldoende om snel bij dat verleden weg te gaan. Zwijgend klikte ik dan de foto van mijn telefoonscherm weg niet wetend wat ik er verder over zou moeten zeggen. Toen was toen en nu is nu.

Niet echt. Ik heb geloof ik nog niet echt eerder echt naar mezelf gekeken zoals ik toen was. Tot vorige week. Toen kwam ik babyboekjes tegen van Koen. En ja hoor, daar was ik. Ik zag voltooid verleden tijd. Niet alleen de ingewikkeldheid maar ook een jongeman en een jonge vader. Een mannelijk mens met een baan en een vrouw en een kind. Best ok eigenlijk. Ik heb dankjewel gezegd tegen Sjon, want zo heette ik. Dankjewel voor de goede zorgen, voor het volhouden en voor het vertrouwen dat alles goed zou komen. Echt, want ondanks alles wist hij dat alles op zijn pootjes terecht zou komen.

Maar toch, hé. Het is wel een beetje onwennig om mijn oude zelf te zien. En het is ook goed hoor. Dit was ik toen en nu is nu.

Vijf.

Vandaag vijf jaar geleden werd ik wakker. Stikzenuwachtig omdat er een geboorte was. Van mij. Vandaag vijf jaar geleden nam ik afscheid van mijn mannenrol om eindelijk en voor altijd mijzelf te kunnen zijn. En sindsdien leef ik vanuit blij-zijn. Echt zo fijn. Iedere dag weer een klein feestje in mijzelf.

Vijf jaar geleden.

Een paar dagen geleden. 

Gewoon.

Als ik na mijn werk de supermarkt binnenstap om de boodschappen voor het avondeten te halen, zie ik mijn zoon bij de kassa staan. Ik loop naar hem toe. “Hé”, zeg ik, terwijl ik zacht zijn schouder even aanraak. “Jij ook hier?”. Op de band liggen twee pakken Oreo’s maar daar besteed ik verder geen aandacht aan. “Het waait echt keihard”, zegt hij. “Ik ben helemaal verzopen”. En inderdaad, ik zie dat zijn lichte spijkerbroek donker is van de regen. Hij is doorweekt. “Ga maar lekker naar huis en doe wat droogs aan”, zeg ik en ik loop weg. Naast mijn zoon staat een jongen van ongeveer zijn leeftijd die me even aankijkt. Een vriend van hem die ik niet eerder had gezien. Hij heeft een mooie volle krullenbol. En terwijl ik een winkelwagentje pak hoor ik achter mijn rug: “hé joh, wie was dat?” “Me vader”, hoor ik mijn zoon kort en bondig reageren. Als ik me omdraai zie ik dat ze beiden naar me kijken maar ik kan niet meer horen hoe hun gesprek verder gaat.

Later, als mijn zoon weer droog en opgewarmd op de bank zit en ik met twee volle tassen thuis kom, vraag ik: “wie was dat? Ik heb hem niet eerder gezien”. Mijn zoon noemt zijn naam. “Hij woont hier vlak achter en we fietsen wel eens samen naar huis als we van school komen”. “Enne…”, vraag ik voorzichtig. Tegen een vijftienjarige is het stellen van een persoonlijke vraag een hachelijke onderneming. Voor ik het weet heb ik een zone betreden waar ik echt helemaal niets te zoeken heb, volgens hem. Maar goed, ik probeer het toch. “Hoe was dat voor je, om te vertellen dat ik je vader ben? En wat stoer dat je dat gewoon zonder gêne vertelt.” “O, ik heb gemerkt dat als ik gewoon en direct zeg hoe het zit ik er het minste last mee heb”. Ik zet mijn liefste toon op: “en heb je er wel eens last mee gehad?” “Nee”, zegt hij droog, “maar als ik duidelijk ben vindt iedereen het eigenlijk normaal. ” “En, hoe reageerde deze jongen?”, vraag ik hem. Geen reactie. Hij zit diepgebogen in zijn telefoon een muziekje uit te zoeken waar hij heel dringend naar wil luisteren. “Hoe reageerde hij op jou?”, herhaal ik. “O, gewoon. Het is gewoon zo”. Einde gesprek. Over een transgender die aan haar zoon vraagt hoe leeftijdgenoten op hem reageren als hij vertelt over zijn bijzondere vader.

En verder: ik vroeg me laatst af, stel dat ik later dement word, word ik dan weer het kleine jonetje van vroeger? Dat zou gek zijn.