De logeerhond.

“Jutta, kom maar. Kom dan”. Onze logeerhond is een meter of dertig achter me blijven staan. Stokstijf staat ze met haar snuit diepgestoken in het hoge gras. Ze ruikt iets heel belangrijks maar ik wil verder. “Jutta, kom maar. Kom maar”. Uitnodigend buig ik voorover en klap enthousiast in mijn handen om haar aandacht te trekken. Geen reactie. Iets in het hoge gras is zoveel belangrijker.

Ik kijk om me heen. Ik overzie het hondenuitlaatpaadje. Niemand te zien. Ik zucht even: “jutta! Hierrr!”. Mijn zware mannenstem blaast haar kant op. Jutta spitst haar oren, rent mijn kant op en gaat voor me staan kwispelen alsof ze wil zeggen: “kijk eens hoe goed ik kan luisteren”. “Kom maar”, zeg ik zacht. Ik aai even over haar kop en gedwee loopt de hond met me mee.

Zo af en toe logeert Jutta bij ons. Ze is een kruising tussen een bouvier en een labrador. Jutta is supergoed opgevoed. Ze luistert, ze bedelt niet en doet geen hond of mens kwaad. Ik ben echt blij dat ze af en toe bij ons is. “Het enige met Jutta is”, had haar bazin in het begin gezegd, “het enige is dat ze beter naar mannen luistert dan naar vrouwen”. Mijn zoon blij want inderdaad, hij hoeft maar een kik te geven en ze luistert meteen naar hem.

Nu is het zo dat het voor mij stemtechnisch gezien best lastig is om een luide krachtige vrouwenstem op te zetten. Eigenlijk heb ik geen idee hoe mijn stem overkomt maar goed. Laatst, bij een klein meertje waren meerdere honden én hun baasjes. Ik wilde verder. Jutta niet. “Jutta, kom maar. Kom dan, we gaan”. Ik voelde mezelf weer gezellig voorover buigen en in mijn handen klappen. “Ze is niet van mij en ze luistert niet zo goed”, zei ik schaapachtig tegen de mevrouw naast me terwijl we samen keken hoe Jutta tot haar knieën in het water stond en bleef staan. 

De hond is braaf. Ik weet dat als ik wegloop Jutta me uiteindelijk gewoon volgt. En later, toen ik weer alleen met Jut was, moest ik het toch nog een paar keer proberen: “jutta! Hierrr! Lig! Goed zo. Brave hond”. Die stem, hé. Als ie maar laag genoeg is…

Jutta is gek op water.

Advertenties

Autonomie versus verbondenheid.

Het is gek hoor, om het mezelf weer te horen zeggen: “nu word ik pas écht mezelf”. Ik heb deze zin een paar keer uitgesproken de afgelopen dagen. En dat komt omdat de laatste restjes mannelijk gedrag uit mijn systeem aan het verdwijnen zijn. Bijvoorbeeld: vroeger was ik kampioen ‘op mijn eiland’ zitten. Bij de minste of geringste tegenslag, vermoeidheid, een leuk feestje of gewoon na een dag werk moest ik me afsluiten. Uit contact met mijn omgeving. Een moeilijk gesprek? Daar moest ik altijd over nadenken. In mijn eentje natuurlijk. Of ik moest iets in mijn eentje verwerken. Een drukke dag? Dan moest ik toch echt even alleen zijn. Nou ja, even…. het liefst hele dagen en nachten. Ik was bijzonder autonoom. Alleen, niet delen. Niet echt. Zelf beslissen, niet kwetsbaar opstellen. Het plaatje is helder toch? En het is ok hoor. Autonomie betekent ook zelfstandigheid, maar toch ook een beetje eenzaam vanwege het weinige delen. 

Komt het door de hormonen? Komt het omdat ik mezelf als vrouw kan zijn? Ik weet het werkelijk niet. Wel weet ik dat gewoon een ander mens ben geworden. Delen, ik bedoel echt delen, dus ook kwetsbaar opstellen. Mezelf laten zien en de verbondenheid met de ander als onontkoombare noodzaak voelen. Lekkere gerechten koken om de ander blij te maken. Opruimen, boodschappen doen en het als belangrijkst vinden dat de ander gelukkig is. Ik weet niet wat ik meemaak. Het geeft me grote innerlijke vreugde als ik de zorgrol in ons gezin op me kan nemen. Echt hele grote vreugde. Ik hoef niet meer alleen te zijn. Ik wil me niet afsluiten. Integendeel. Samen en verbondenheid. Knus, gezellig, warm en verbonden. Ik kan niet anders. Ik wil niet anders.

Na alles wat we met mij hebben meegemaakt met mij. Ik bedoel mijn transitie, mijn twijfels, mijn zoeken, mijn operatie, mijn opluchting en mijn nieuwe leven, Dit best wel heel tof. Echt, ik ben serieus een leuk en behoorlijk ongecompliceerd mens aan het worden. Ik vind het echt heel fijn voor iedereen om me heen.

Dit geitenkaas, honing en walnotentaartje was echt heerlijk.

Transitie deel zoveel.

Het begon allemaal met de controlerend arts en zijn vragenlijst. Na drie weken (“sorry, het staat op de lijst ik moet het toch even vragen”), na zes weken, na drie en na zes maanden, elke keer als ik op controle kwam na mijn geslachtsbevestigende operatie kwam de vragenlijst en dé vraag: “heeft u al een orgasme gehad?” Dit was mijn kennismaking met mijn vrouwelijke seksualiteit. Nou ja, seksualiteit, ik kon amper zitten, lopen, nadenken of keuzes maken dat eerste half jaar. Maar goed, die voorovergebogen witte jas, dat géén oogcontact en díe vraag was mijn warme welkom in wereld van de vrouwelijke seksualiteitsbeleving. En, oja, dat latente onuitgesproken schuldgevoel dat ik onderhuids voelde borrelen bij mijn antwoord:” eh, nee, nog niet”. Ben ik te laat of zo? Heb ik een probleem? Is er iets misgegaan?, dacht ik dan daarbij. Maar goed, ik heb op dit blog voldoende en met verbijstering  over deze vraag geschreven. Inmiddels ben ik ruim twee jaar en een stuk of wat orgasmes verder. Godzijdank voor de technische kundigheid van mijn opererend arts, alles werkt in mijn vagina.

Mijn startkapitaal.

Eind goed, al goed zou je zeggen. Veel plezier met je nieuwe leven en je nieuwe lijf en tot nooit meer ziens. Job done, volgende patiënt alstublieft. En inderdaad daar ging ik. Oefenen, hopen op een orgasme en gewoon maar ‘een beetje blijven rommelen daar beneden’. Gaandeweg krijg ik meer rust en ruimte om mijn seksualiteit van mij te maken want eerlijk gezegd heb ik geen idee waar ik mee bezig ben. Ik sta nog echt aan het begin. Mijn seksuele startkapitaal bestaat uit 45 jaar mannensocialisatie. In mijn geval betekende seks vooral veel ‘hoofdwerk’. Fantaseren en vooral heel erg mijn best doen om mijn ware gevoelens niet te voelen want dat was te bedreigend. Dat gierende, brommende, boze seksuele paard in dat verdomde mannenlichaam heb ik moeten beteugelen, bevechten, haten en minachten. Ik ben er nu pas aan toe om onder ogen te zien dat het allemaal niet zo heel erg tof was op dat gebied. Nee, ik moet het goed zeggen: ik heb vandaag zitten janken om de pijn en frustratie van toen. Het was zo ontzettend donker en eenzaam vroeger. Als ik nu wil gaan genieten van mijn vrouwelijke seksualiteit, als ik wil ontdekken en ervaren hoe het is om een kloppend seksueel wezen te zijn dan heb ik mijzelf te vergeven. Ik weet het, ik moest overleven en ik kon er ook niets aan doen. Maar eerlijk is eerlijk, het was gewoon k*t, het was niet ok. Door onder ogen te komen hoe het was maak ik ruimte voor het nieuwe. Seks, mijn lijf, mijn vagina, hoofd en hart. Dit is ook mijn transitie, thuiskomen in mijn lichaam.

Keukenprinsesjes.

Ik luister maar met een half oor. Ik ben al eerder afgehaakt omdat ik het gewoonweg niet kan volgen. De jongen die uitleg geeft is heel duidelijk. Mijn partner verdwijnt bijna, zo gaat ze op in zijn verhaal. “Dus als we die pootjes iets langer doen, zeg 8 in plaats van 6 centimeter, dan komt het geheel wat omhoog en dan komt het wél boven het raam. En dan hoeven die kastjes van 40 niet maar kunnen we gewoon die van 60 nemen. En dan hebben we het hetzelfde als nu”. De jongen knikt bevestigend, klikt wat met de muis en op het scherm verschijnen de nieuwe bovenkastjes. “Oh”, zeg ik spontaan, “dat is mooi”. Op het computerscherm ontstaat stap voor stap een nieuwe keuken. Onze keuken. Eerst hadden we zelf geprobeerd om met het Ikea keukenontwerpprogramma iets moois te bouwen maar besloten we toch de hulp van een medewerker in te roepen. Razendsnel bouwt hij onze digitale droomkeuken. Mijn parter stoeit met de afmetingen en af en toe kijkt ze me vragend aan. “Toch?” Lijkt ze te zeggen als ze uitlegt hoe wij de keuken hebben bedacht. Belangstellend knik ik terug maar met passen en meten kan ik echt niet uit de voeten. Ik heb een aardig IQ maar zodra er een getal verschijnt ben ik opeens leesblind, lijkt wel. Ik snap het niet en raak acuut de draad kwijt. “Dan komt de keuken wel 10 cm de kamer in”, gaat mijn partner verder. “Hmm, dat maakt niet uit denk ik”, zegt ze hardop en tegen niemand in het bijzonder. Ik vertrouw haar blindelings als het om rekensommen gaat. De kleuren en de lades, de inductieplaat en de oven, al die dingen hebben we vooraf besproken en ik weet dat het zo goed is. Dat is het fijne van samenleven: we hebben zo allebei onze kwaliteiten. 

Na twee uur puzzelen en beslissen lopen we met een serieuze offerte door de Ikea. Ik steek mijn arm om de hare en huppel vol enthousiasme naast haar op en neer: “mooi is ie hé? Echt een echte keuken! Wat zijn we belachelijk volwassen aan het doen maar leuk hé?” “En wat was die jongen prettig tóch?”, reageert ze. “Vind je die kastgrepen echt leuk die we hebben uitgekozen?” En zo lopen we kletsend door richting de uitgang. Zacht pakt ze mijn hand. “Kan dat hier?”, fluister ik in haar oor. “Wat maakt het uit”, zegt ze lachend. “Ik ben gewoon blij met ons”.

Hand in hand in de Ikea. Ik zucht diep. Ik voel haar hand in de mijne. Ik voel haar warmte en onze verbondenheid. Wat hebben we veel meegemaakt en kijk ons hier nu eens lopen. Tevreden volgen we het looppad dat Ikea voor ons heeft uitgestippeld. We stoppen even bij de douchegordijnen. “We moeten eigenlijk eens een nieuwe”, zeg ik. “Wat vind jij? Kijk, deze is leuk, zullen we die meenemen?” Ik draai mijn hoofd naar haar toe en opeens voelt het alsof ik haar voor het eerst zie. “Wat ben je mooi”, fluister ik opeens. “Eerlijk waar”, en zacht knijp ik even in haar hand.

Nou, dat ‘helemaal zelf samenstellen’ viel wel een beetje tegen. Verder was het heel fijn.

Op het treķkersveld.

Op het trekkersveld zijn naast ons nieuwe mensen komen staan. Hartelijke mensen. Man, vrouw en twee kinderen. Een jongen en een meisje. Hij zoekt al snel contact met ons en niet veel later liggen onze hamburgers op hun barbeque. “Wijntje?”, vraagt hij aan mij als we om zijn kleine barbeque heen staan. “Ik heb wel alleen maar wit hoor”. 

En zo staan we met ons vieren kennis te maken op her trekkersveld. “Sorry, ik wil het toch even vragen”, zegt hij. Jullie waren eerst een gewoon stel maar nu ben jij een vrouw geworden maar daar heb jij”, en hij wijst naar naar Saskia, “natuurlijk niet voor gekozen. Misschien gek hoor, maar hoe doen jullie dat nu in de slaapkamer? Als je het niet wil zeggen kan dat ook hoor. Ik ben gewoon nieuwsgierig”. 

Ik heb geen idee hoe ze dit weten maar Saskia legt uit dat ze eerder aan haar hadden gevraagd wie van ons de moeder was en dat ze toen heeft verteld over mijn transgender-zijn. Ze zucht: “nou, inderdaad. Ik geloof dat ik dat niet wil vertellen. We kennen elkaar pas net”. 

Ik vind haar zo stoer! Gewoon zeggen dat ze niet gediend is van zo’n vraag. Zo keurig gezegd dat we dat privé houden zonder onze nieuwe buren te beledigen. Later vertelt ze tegen mij dat zijzelf best beledigd was. “Ik vraag ook niet naar hun seksleven. Verdorie, we kennen elkaar pas vijf zinnen lang”. 

Het thema, onze vorm van intimiteit, ligt gevoelig. We zijn nog volop op ontdekkingsreis. We weten nog niet precies hoe wij elkaar weer blijven vinden. Heel voorzichtig reiken we weer naar elkaar. Er is ook nogal wat gebeurd, zeg. En na 20 jaar zijn we opnieuw het wiel aan het uitvinden. Sommige grenzen zijn duidelijk. Sommige verlangens ook. Onze geschiedenis is bekend en het opnieuw vinden is splinternieuw. Maar dat hoeven onze tijdelijke campingburen allemaal niet te weten. En verder was het echt heel gezellig met ze.

Bij de afwas.

Daar loop ik over het veld naar de afwasplaats. In mijn groene emmertje zit de ontbijtboel. Maar een paar bordjes en kopjes om af te wassen. “Laat die mevrouw er even bij”, zegt één van de drie mannen bij de wasbakken. “Komt er maar bij hoor. Die jongens hier zijn niets gewend. Ze nemen alle plaats in”. Demonstratief maakt hij ruimte voor me. De twee andere mannen reageren met een bulderende lach: “dan moet je ons ook niet uitnodigen”, en ze wijzen naar drie kratten vol met afwas. Als ik mijn emmertje vol laat lopen met warm water luister ik naar de drie vrienden. Dat ze geen last hadden van de kou en één van hen vond het helemaal geen probleem dat zijn kleding nat was geworden. “Dat droogt vanzelf weer”, had hij gezegd. En hij vervolgt: “haha, en Monique had twee dekens en een broek aan. Nou, die deken was snel weg en die broek ook trouwens”. Gelach. De mannen begrijpen elkaar. Ze hebben duidelijk plezier. “Ja, jij hebt niet zoveel afwas” grapt een van hen naar mij. “Als we dit vaker gaan doen neem ik de volgende keer een afwasmachine mee”, reageert een ander. Meer gelach.

“Nou mannen, veel plezier nog”, zeg ik als ik mijn kleine beetje heb afgedroogd. “Ja jij ook hé. Het zal wel lukken”. Ik geloof hem.

Het is fijn om vrouw te zijn. Het is is fijn om die mannen zo mee te maken. Mijn rol is fijn. Ik geniet met volle teugen van zo’n situatie waar ik zo duidelijk gewoon een vreemde vrouw ben. Wat ik wel gek vind is dat ik me een soort van verrader blijf voelen. Ik weet iets dat jullie niet weten en dat is dat ik jullie helemaal kan invoelen en begrijpen. En met dat stuk weet ik nog niet zo goed raad. Jullie respecteren en behandelen me als een vrouw. Heel fijn. Ja ik ben van die andere wereld. De vrouwenkant, zal ik maar zeggen maar toch weet en voel ik ook alles van jullie. Hoe tof die kameraadschappelijkheid is en hoe jullie vrouwen zien. Maar jullie weten niet dat ik dat weet en dat voelt gewoon, nou ja, dat voelt gewoon niet helemaal eerlijk of zo. 

Eikels.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik het niet eerder heb meegemaakt. Ja, een schuine blik of wat gefluister achter mijn rug om. En die momenten vonden vooral plaats aan het begin van mijn transitie. De laatste tijden helemaal niet. Maar nu is het dan toch onverwacht en heel direct gebeurd.

“Hé, dat lijkt wel een kerel”, hoor ik links van me.  Twee mannen zitten op terras en ik loop langs. Vanuit mijn ooghoek zie ik bier en zware shag. Ik ben te verbouwereerd om te reageren. Het moment is te snel voorbij om iets gevats te zeggen of om spontaan hun ballen uit hun broek te trappen. 

Voor ik het weet zit ik alweer aan mijn eigen tafeltje. Het gesprek om me heen kan ik even niet volgen omdat mijn eigen gedachten door mijn hoofd razen. 

“Ik wist dat dit eens zou gebeuren, het hoort er helaas nu eenmaal bij. Ik moet sterk zijn, me niet van de wijs laten brengen. En zei die gozer niet dat het net was alsof ik op een kerel leek. Dat zou betekenen dat ik toch vooral een vrouw was. Een vreemde vrouw, maar toch. Ja, ik moet me niet gek laten maken. Ik ben mooi. Ik ben een fijn mens. Ik… ”

Die avond als ik in bed lig heb ik mijn kracht en zelfrespect weer terug. Ik ben boos op zulke horkerigheid van die mannen. Het is gewoon naar om zoiets te horen.  Ik weet dat schelden best een beetje pijn doet, want dat deed het. En verder. Kop op en weer door. Ik heb teveel moois in mijn leven om me door zoiets irritants te laten beïnvloeden. En zo liet ik dit incident  van mijn rug glijden. 

Genderneutraal.

Vandaag was de dag van het nieuwe omroepbericht in de trein. Het “geachte dames en heren” van de NS wordt vervangen door “beste treinreiziger”. Genderneutraal is het woord van vandaag. Genderneutraal aangesproken worden en genderneutraal plassen. Bedoeld voor de mensen die zich noch vrouw, noch man voelen. Of juist allebei. Het verwart me een beetje. De voorzitter van de transgendervereniging hoorde ik op de radio een vurig pleidooi houden voor het genderneutrale benoemen. Hetzelfde hoorde ik de voorzitter van het COC bepleiten. Mijn verwarring zit er in dat ik dit thema en transgender zijn in één adem hoor noemen. Maar het genderneutrale heeft naar mijn idee niets met mijn proces of leven te maken. En voor de helderheid: ik vind de generneutrale toiletten en het genderneutrale benoemen super. Als we er mensen een plezier mee doen, hartstikke prima natuurlijk. Iedereen een beetje opschuiven. Iedereen binnenboord.

Die eerste keer het damestoilet binnenkomen. Het heilige der heiligen binnentreden. Dé plek waar geen enkele man ooit komt. Die eerste keren, schorvoetend en bescheiden naar binnen schuifelen. Ik zal het nooit vergeten. Ook daar, in die kleine ruimte ben ik welkom geheten door de vrouwen. Of de trots die ik voelde als ik hoorde: “dag mevrouw, zegt u het maar”. Wat ik wil zeggen is dat ik nu heel blij ben met “prettige reis, mevrouw” en dat als ik vraag waar het toilet is er als vanzelf naar de dames wordt gewezen. Voor mij is het juist een bevestiging van wie ik ben geworden. En terwijl ik in de berichtgeving het gevoel krijg dat de maatregelen ook voor mij zijn bedoeld is dat niet wat ik ervaar. Het maar niet uit hoor, ik vind het allemaal best. Het is alleen dat ik iets lijk te krijgen waar ik persoonlijk nou niet zo’n behoefte aan heb. Maar voor de emancipatie van de anders dan m/v in het algemeen vind ik het een goede zaak.

Humor

Mijn plek, mijn helden.

 marcheren tegen : waardevol iniatief vandaag in 

Ik las deze tweet gisteren en ik werd blij van binnen. Geweldloosheid en liefde is toch echt het antwoord op wereldproblemen. Ik volg het nieuws zoals het een beetje op mijn netvlies valt. Ik zie iets, ik vind er iets van (nou ja, eigenlijk heb ik niet eens zo heel snel een mening, behalve dan dat liefde alles overwint) en dan ga ik door met waar ik mee bezig was. 

Maar goed. Ik was dus blij om een bericht te lezen over de moslimgemeenschap. Dat ze zich uitspreken tegen geweld. 

Vannacht lag ik in bed en werd ik opeens heel erg pissig. Die foto! Die bijbehorende foto van mannen met een mening. Die waarschijnlijk goedbedoelde actie voor geweldloosheid. Mannen voor geweldloosheid. Mannen die zich beklagen. Mannen die zich inzetten voor de goede zaak. Mannen tegen andere mannen met een mening. Ik dacht aan de nederlandse politiek: mannen. Ik dacht aan de kerk: mannen. Ik dacht aan de G20 top: mannen.

Ik stapte mijn bed uit en ging op het internet op zoek naar het tegengeluid. Waar zijn de vrouwen? Wat vinden de vrouwen van deze actie? Waar is sowieso de stem van de vrouwen? Zijn er meer vrouwen net zo boos als ik? Omdat mannen bepalen, mannen oorlog maken, de maatschappij op de rationele mannenmanier is georganiseerd? Mannen bepalen wat goed is en wat fout? Ik kon het niet echt vinden.

Zijn er meer mensen net zo boos zoals ik omdat vrouwen zich niet verzetten? Omdat ze niet in opstand komen? Omdat vrouwenenergie er niet toe lijkt te doen? Ook bij de vrouwen zelf niet? Mwah! 

De foto: Mannen met een waardevol initiatief.

Ik ben een vrouw in een voor mij nieuwe wereld maar waar zijn mijn helden? Welke vrouw op het wereldtoneel is mijn voorbeeld? Welke vrouwen zijn bepalend voor de aarde en alles wat er op leeft? Waar vind ik mijn herkenbare geluid? 

Misschien staat de bovenstaande afbeelding wel dichter bij de waarheid. Aan wie is het om dat te bepalen? Met een zucht sluit ik mijn laptop af. Hoe bepalend wil ik zelf zijn? Wat een hoop vragen, zo midden in de nacht. Zachtjes sluip ik mijn bed weer in. Eerst nog even slapen.

De longfunctiespecialiste.

De longfunctiespecialiste heeft me al verschillende keren uitgenodigd. De eerste keer was een paar maanden na mijn operatie. Dat was de tijd dat ik nog nauwelijks kon lopen en mijn conditie ver onder nul was. De tweede keer was vorig jaar. Ook in juni. Ook toen bedankte ik vriendelijk voor de uitnodiging.  “Ik ben witte jassen moe”, had ik toen gezegd. “Ik wil dat voorlopig niemand zich met mijn lijf bemoeit. Mijn lijf is nieuw. Mijn leven is nieuw. Ik heb jaren gesleuteld aan mijn geest en aan mijn lichaam. Ik ben moe van gedoe. Echt!” Toen was ik nog verbaasd over mijn eigen temperament. Zo kende ik mijzelf niet. Zo geestdriftig. Twee weken geleden belde ze weer. Nu kon ik niets bedenken om nee te zeggen dus zei ik ja, ik kom.

Vanaf mijn geboorte heb ik last van astma. Als kind had ik het heel erg. Ik ben er overheen gegroeid, vermoed ik, want mijn klachten zijn in de loop der jaren nauwelijks  storend te noemen. Als er pollen in de lucht vliegen, als ik katten aai of als de lucht om me heen gewoon vies is krijg ik last van mijn longen. Daarom heb ik een puffertje en daarom vist de longfunctiespecialiste me steeds uit de patiëntenbak van de huisarts.

Ik vertel haar gewoon eerlijk dat ik er wel ben maar dat ik er wel met tegenzin ben. Ik weet niet, ik vind het tegenwoordig gewoon leuk om een beetje uit te dagen. Ik vind het ook een beetje spannend. Omdat mijn conditie niet supergoed is en ik zo nu en dan toch wat klachten heb verwacht ik een reprimande. Over gezond leven en eten en bewegen en dat mijn longen een tik hebben gekregen van mijn rookjaren. Alsof ik dat zelf niet weet.

Maar eerlijk is eerlijk, ze doet het geweldig. “We gaan gewoon beginnen en dan zien we wel waar we uitkomen. Als je wil stoppen dan stoppen we gewoon”. Dat wil ik horen en ik knik. Ze geeft uitleg over de longfunctietest die we klaarblijkelijk gaan doen. Ik vertel dat ik vroeger als man leefde en dat mijn spierkracht ongeveer met 30% is afgenomen en ik vraag haar of er rondom of in de longen ook spieren zitten. Ze pakt er een stel getekende longen bij en legt precies uit wat wat is en waar klachten vandaan kunnen komen. Dan pakt ze een plastic buis. “Daarin mag je zo blazen”, zegt ze, terwijl ze een snoer van de pc verbindt met dat buisje. “Dan kan ik je longkracht meteen zien op het scherm”, legt ze uit.

Ze staart naar het scherm. “We hebben wel een probleem”, zegt ze. “Je lichaam is van oorsprong mannelijk, dus ik wil je meetwaarden koppelen aan het mannelijk gemiddelde”. “Dat wil ik helemaal niet, “flap ik er uit. “Is er dan een verschil tussen de mannelijke en de vrouwelijke waarden?” Ze vertelt dat dat zo is en dan kijkt ze me wat schuldbewust aan: “je bent mijn eerste transgender. Laat me even denken hoe we dit kunnen oplossen”. Ik vind haar echt heel lief en wat weet ze goed aan te sluiten bij mijn situatie. “Weet je wat, we doen de test eerst via de vrouwelijke waarden en dan doe je de test nog eens over  maar dan met behulp van de mannelijke testwaarden”. Ik vraag haar waarom we niet één test kunnen doen en die dan langs de verschillende waarden leggen maar dat kan het computerprogramma niet aan. “Je bent of vrouw, of een man”.

Na de blaastest staan mijn gegevens in de computer en vergelijken we ze met de gemiddelde vrouw van mijn leeftijd. “Nu moet je dezelfde test nog eens doen. Ehh, ik moet een naam invoeren. Als ik jouw naam nu opnieuw invoer verdwijnen de eerdere testgegevens. Wat zal ik opschrijven?” Ik moet hier erg om lachen. “Moet ik nu serieus een mannennaam gaan verzinnen? Na al die moeite die ik heb gedaan om er vanaf te komen?” “Ik maak er wel meneer Sandra van, goed?” “Goed.”

Zo ziet zo’n test er uit.

Wat is het fijn om gewoon open en eerlijk te zijn over mijn transgender zijn. Het voelt heel emanciperend voor de doelgroep als geheel om er zelf gewoon over te doen. Dat het er is. Dat wij er zijn. Ik was haar eerste transgender , had ze gezegd met een beetje trots in haar stem. En samen hebben we uitgevogeld hoe we dat het beste konden inpassen met elkaar. O ja, en de uitslag? Die was verbazend goed. Bovengemiddeld maar ook de astma achtige symptomen kon ze ook zien. Dus ik ben niet voor niets gegaan.

H

Het is gewoon zo dat sinds ik ben geopereerd ik vaker moet plassen. Hoe dat komt weet ik eigenlijk niet. Misschien wel omdat ik meer thee drink. Of gewoon omdat alles beter stroomt in mijn leven. Hoe het ook is, ik loop over de Weimarstraat in Den Haag, ik kom van een stagegesprek en ik, jawel, moet plassen. Mijn oude gewoonte is dat ik het wel op hou tot ik thuis ben maar tegenwoordig gaat dat gewoon lastiger. Ik moét gewoon. Mijn partner is door de jaren heen heel brutaal en assertief geworden. Ze vraagt gewoon of ze mag. Of het nou bij de bakker is of in een kledingzaak. Als ze moet, dan wil ze ook en het liefst meteen. Ik niet. Ik ben nog wat bleu. Voorzichtig tuur ik naar binnen bij een rotishop. Zie ik daar een deur naar het toilet? Nee. Ik loop door, ik hou het wel op. Aan de overkant zie ik een vishandel. Daar misschien even vragen? Nee. Ik loop ontspannen door maar begin toch wel serieuze aandrang te voelen. Restaurants zijn nog gesloten en om het nou te vragen bij de snackbar? 

Dan weet ik het. Ik zie de bieb. Daar kan ik zonder géne plassen. Ik loop naar binnen, wurm me langs de schoolklas moeders en kinderen en bij de balie vraag ik of ik even naar het toilet mag. “Natuurlijk, geen probleem” en de jonge bibliothecaresse  schuift me een sleutel toe. “Daar, aan het einde van die gang”, wijst ze. O ja, zo gaat dat, je krijgt een sleutel mee. 

Als ik bij de dames naar binnen wil gaan komt er net een moeder met een meisje naar buiten. Vriendelijk passeren we elkaar terwijl ik de deur achter me sluit. In een flits zie ik de grote roze D bungelen aan háár sleutel. Opgelucht zit ik op het toilet en ik speel wat met de sleutel die me was toegeschoven. Wat grappig dat die mevrouw ook een sleutel heeft, denk ik. Is dat nou wel handig? Maar dan zie ik pas goed wat ik in mijn handen heb.

Een grote dikke blauwe H bungelt aan mijn sleutel. De H van Heren. De H van Help. Want als ik dus blijkbaar op het verkeerde toilet zit dan heeft die roze D mevrouw de sleutel van de deur en misschien doet ze die wel op slot en dan zit ik hier heel lang opgesloten. Opeens zit ik niet meer rustig. Zodra ik kan sta ik op en check ik de deur. Pff, gelukkig. Ik ben weer vrij.

Het mooie van dit verhaal is dat het me niet meer uitmaakt. Het kan me niet schelen dat ik wel of niet als Heer werd gezien, of dat die bibliothecaresse gewoon praktisch was om me de vrije toiletsleutel te geven. Echt, ik voelde zo duidelijk dat ik ben zoals ik ben dat ik me niet meer van de wijs laat brengen door een sleutelhanger, mogelijke gedachten van een ander of wat dan ook. Ik ben een vrouw met een voorheen mannenlichaam. Best ok en niet perfect. 100% een roze D en dat iemand zich misschien vergist door me een blauwe H te geven…. Ach, wat kan mij dat nog schelen.

De lezing.

Buiten is het warm en ik zit binnen. Ik woon een lezing bij over ervaringsdeskundigheid. Over hoe je persoonlijke ervaringen kunt inzetten om mensen beter te kunnen begeleiden. Als ervaringsdeskundige kun je soms net dat beetje meer bereiken omdat je weet wat die ander meemaakt. Omdat je niet zo snel schrikt van het verhaal van die ander. Kijk, deze sheet hoort er bij:

Ik denk aan mijn eigen ervaringen. Hoe ik zelf heel deskundig ben geworden op mijn specifieke terrein en dat ik studenten oprecht beter begrijp omdat ik weet hoe het is om me serieus rot te voelen. Ik weet hoe het is om in een wachtkamer te moeten wachten met de zenuwen gierend door mijn lijf want wat zal er nu weer overhoop worden gegooid door die goedbedoelende therapeut.

“Ook is het zo”, vertelt de spreekster, “dat het wel helpt als je die ervaringen een beetje hebt kunnen plaatsen. Alleen maar praten vanuit herkenbaarheid en betrokkenheid is niet altijd helpend. Het leren omgaan met je eigen ervaringsdeskundigheid verloopt in stappen”.

Dan laat ze een sheet zien en benoemt dat het omgaan met je eigen verleden, je ervaringen, in het openbaar niet altijd makkelijk is.  Want laten we eerlijk zijn, gewoon toegeven dat je leven niet helemaal over rozen is gegaan vraagt moed en acceptatie. Deze sheet hoort er bij:

Inderdaad, schipperen tussen schaamte en trots. Ik denk aan mijn eigen leven. Hoe ik me heb geschaamd voor mijn anders zijn. Dat ik dan wel veranderd was maar dat ik vooral niemand tot last wilde zijn. Omdat ‘ik al genoeg ruimte had ingenomen’. 

Ik ben op weg naar de trots. Hier ben ik. Kijk maar, hier ben ik met al mijn ervaringen. Dit is wat ik geworden ben en ik ben trots op mijn pad. Ik ben daar nog niet. Nog steeds voel ik me wat schichtig van binnen. Maar ik weet dat ik goed op weg ben. Later in een lokaal wordt het onderwerp verder bediscussieerd en ik voel dat het tijd is voor een nieuwe stap:

“Hallo, ik ben Sandra en ik wilde nog iets vragen. Ik ben gediagnostiseerd met genderdysforie, ik ben transgender”, start ik mijn vraag. Dat met ‘diagnose’ is wat overdreven maar ik wil gewoon echt even laten zien hoe het zit. Nog nooit heb ik mijzelf zo met kracht en trots neergezet. Helemaal zoals ik ben. En later in de middag komt de spreekster nog even naar me toe: “ik vond het zo mooi zoals je dat deed, zoals je jezelf voorstelde. Dit is precies wat ervaringsdeskundigheid bedoelt te zijn. Dat je trots kunt zijn op wat je hebt meegemaakt”.

Diversity of love and gender.

Ik heb het even nagezocht. Het was in het voorjaar van 1994 dat ik voor het laatst gedemonstreerd heb. Het was tegen de invoering van de identificatieplicht. Ik vond (en vind )het werkelijk volkomen belachelijk dat je altijd moest kunnen laten zien wie je was. Dat was toen en dit is nu.

Gisteren liep ik mee met de eerste The Hague Pride Walk. Een tocht van een kilometer of vijf door de haagse straten om te laten zien dat we zijn zoals we zijn. De diversiteit van de lhbt beweging. Wat waanzinnig super was het om omringd te zijn door mensen die, net als ik, op wat voor manier dan ook anders zijn, bijzonder zijn. Fantastisch zijn. We liepen om ons te laten horen: hier zijn we en we zijn mooi. Love is the message. Demonstreren voor de emancipatie en acceptatie van onze doelgroep. Het grote belang.

Persoonlijk had ik ook een belang. Ik heb mijn leven geleefd als heteroman en na een wilde transitie en een geslachtsbevestigende operatie is het stof van mijn veranderingsproces eindelijk neergedaald. Ik begin voor het eerst met andere ogen, mijn eigen ogen, rond te kijken. En gisteren keek ik mijn ogen uit. Hier hoor ik dus bij. Dit zijn mijn mensen. Dit is een hele grote groep verwanten en god wat voelt het heerlijk om er bij te horen. Ik hoor er bij. Bij ‘de anderen’, zal ik maar zeggen. Wat een feest om me tussen alle ‘anderen’ gewoon te voelen. Eindelijk. Gisteren voelde als een eerste stap. Een stap in de wereld die de mijne is. En ik wil meer stappen zetten. Ik weet niet waarheen en ook niet waartoe. Maar die stappen, die kloppen voor mij en hopelijk komen er meer. Het voelt fijn.

Gisteravond na de demonstratie sta ik bij het busstation op Den Haag cs. Ik sta zo’n beetje te mijmeren en te wachten op de bus naar huis. Ik voel me bijzonder gewoon en gewoon bijzonder op hetzelfde moment. “Het duurt lang hé, voordat de bus komt”. Ik kijk opzij, naar waar de stem vandaan komt. Een jonge vrouw met hoofddoek kijkt me vriendelijk aan. “Ik denk dat hij zo komt”, reageer ik. En zo kletsen we wat om het wachten te verzachten. “Ik hoop nu echt dat hij komt”, zeg ik. “Mijn voeten doen pijn. Ik heb de hele dag gestaan”. “Heb je gewerkt?”, vraagt ze. Ik glimlach. “Nee, ik had een feestje”. Als de bus komt laat ze me voor gaan. “Ga maar gauw zitten”, zegt ze, “je bent moe”. Wat lief van haar.

In de bus besef ik me opeens dat ik mijn heerlijke pride-dag heb verzwegen voor de jonge vrouw met wie ik zo gezellig stond te kletsen. “Een feestje”, heb ik gezegd en ik schaam me een beetje. Ik zag haar hoofddoek en had mijn mening klaar. Ik demonstreer voor acceptatie en openheid en de dag is nog niet voorbij of ik doe precies dat ik niet meer wil dat er gebeurt. In een flits dacht ik dat ze mij niet zou begrijpen. In een split-second had ik gemeend dat ze mij wel niet zou moeten als ik zou zeggen wat de ware reden was, voor mijn dag in Den Haag. En net zo min als ik wil dat anderen over mij oordelen  wil ik ook niet mijn mening meteen klaar hebben over een ander. Leven en laten leven. In liefde en met vertrouwen de verbinding een kans geven. Ik zucht. Ik kijk even naar opzij, recht in de ogen van de jonge vrouw met de hoofddoek. Ik knik en glimlach even. “Dank je voor de mooie les”, zeg ik haar in gedachten. En tevreden over deze bijzondere dag staar ik zo’n beetje naar buiten.

Bicyclerace.

Nou, daar ga ik dan. Banden opgepompt en lekker even naar buiten. Ik heb veel gewerkt de afgelopen weken. Veel op mijn kont gezeten en ik heb echt zin om even te bewegen.

Je moet weten dat ik vroeger altijd de snelste was op de fiets of het wilde zijn. Alleen echte racefietsers mochten me inhalen. Een fietser als stipje aan het einde van het fietspad was een uitdaging voor me: daar zou ik wel even naar toe fietsen. En dat lukte ook eigenlijk wel. Maar goed, toen had ik nog een mannenlichaam. Spieren en kracht hoorden gewoon bij me. 

Toen kwamen de testosteronremmers samen met de oestrogenen. Dodelijk vermoeid was ik. Als ik maar keek naar mijn fiets begon ik al te zuchten. Daarna kwamen de operatie, het lange niets doen en de oestrogenen die alle ruimte kregen. Dag conditie, dag spieren, dag fitheid. 

Mijn spieren hebben plaatsgemaakt voor vet. Mijn vermoeidheid voor energie. Ook dat. Ik ben geloof ik weer aardig waar ik wil zijn qua conditie. Ik ben mijn nieuwe grenzen aan het verkennen. Ik geloof dat ik mijn oude conditie nog terugkrijg. Logisch, ik heb nu vrouwenkracht en ik ben zo’n beetje aan het ontdekken wat het waard is. En het gaat goed hoor. Nog steeds voel ik me elke dag sterker worden en ik leg me neer bij het feit dat ik gewoonweg minder krachtig ben. Een deksel van een potje draaien inderdaad, ik vraag het aan mijn zoon.

Maar goed, best tevreden dus en ik ga er even lekker op uit vanmiddag. En terwijl ik mijn best doe om dat ene stipje aan de horizon ouderwets probeer bij te halen, een beetje voorovergebogen over mijn stuur en lekker trappend, hoor ik opeen geklets achter me. Huh? Wat is dat nou? Blablablabla…… een hele troep fier rechtopzittende grijze ouderen (Met vooral een kort en pittig kapsel) fietst me gezellig keuvelend maar flink sneller dan ik zelf ga, voorbij. “Het is niet waar”, denk ik bij mezelf. “Nee, zo erg is het toch niet met mij gesteld?” Ik veeg een zweetdruppel van mijn voorhoofd. Ik check mijn versnelling. Nee, zo zacht ga ik toch ook weer niet. Blablablabla…….hoor ik ze nog kletsen terwijl ik nog net die blokjes onder hun bagagedrager zie. Dat is niet eerlijk! Ze rijden elektrisch en ik maar trappen. Ik moet er echt nog even aan wennen hoor, ik ben voorlopig echt niet meer de snelste op het fietspad. De techniek heeft me ingehaald.

Helen en ongeloof.

“Ik snap dat wel, dat je nu pas aan jezelf toekomt. Het enige wat speelde was helen en ongeloof”. Onbedoeld verwoordt mijn partner wat ongeveer mijn beleving rondom mijn transitie is geweest, de afgelopen twee jaar. En werkelijk, ik had verwacht dat het grote feest van eindelijk mezelf zijn in volle kracht zou losbarsten. Ergens is dat ook wel gebeurd hoor. Mijn blije grondtoon, de afgenomen stress, het normaliseren van mijn leven, het is allemaal in gang gekomen na mijn operatie. Maar tegelijkertijd moest ik ontzettend helen en bijkomen. Van de operatie. Van vijf jaar transitie op de toppen van mijn kunnen. Van het alsmaar onderweg zijn en veranderen. En, eerlijk is eerlijk, pas nu begint mijn transitie in te dalen in mijn ziel.

Ik zag de docu Genderbende en ik was er nogal van onder de indruk. Opeens en in alle rust voelde ik de verbondenheid met deze club bijzondere mensen. Hoe ze moeten dealen met de vragen en de plek in de wereld. Waar hoor ik? Wie ben ik en wie past er dan bij mij? En waar zie ik mezelf eigenlijk op de lijn tussen man en vrouw? Ik was zo blij na het kijken. In alle rust voelde ik me verbonden. Voor het eerst hoor ik ergens bij. Voor het eerst is het weten wie ik ben sterker dan het ongeloof van wat me overkomt.

Genderbende.

100% man 💪————————————————————-———–100 % vrouw 👡

Waar zet jij jezelf neer op deze schaal?

Echt niet! Jongens stiften hun lippen niet!

“Echt niet! Jongens stiften hun lippen niet!” Twee uitroeptekens om deze boodschap maar eens heel erg duidelijk te maken. En dan de reactie: “inderdaad! We zijn geen clowns!”. Hupsakee, weer twee uitroeptekens. Zijn ze helemaal gek geworden bij de Donald Duck??!!! Er is maar één ding wat ik daarover kan zeggen: “⚡🔥⛈🌫😠$@💨🖕👊”.

Mijn plek.

Ik ben mijn plek een beetje kwijt. Mijn leven, mijn relatie, mijn werk. Mijn vrienden. Alles draait door zoals het altijd draaide. Ik ben een transitie verder, een operatie voorbij en alles is weer zoals het was. Ik heet Sandra, ik ben nooit meer meneer, en iedereen om me heen vindt het prima. En het is weer zoals het was. Ik wil geen zeurpiet zijn, ik wil dankbaar zijn. Voor wat ik heb kunnen behouden (alles) en dat ben ik ook. Ik dacht de transitie is klaar. Ik ben mevrouw, ik wen aan mijn nieuwe sociale rol en ik geniet van wie ik ben geworden. En alles is weer zoals het was. Echt waar. 

Ik ben mijn plek een beetje kwijt omdat de hormoontransitie van binnen nog in volle gang is. Heftig puberaal soms en dan weer sterk en volwassen. Dan weer voel ik die sterke sturm und drang om mijn nieuw verworven wereld te gaan bestormen. Een dag later voel ik me leeftijdsadequaat 52, tevreden en kalm. Ik heb herinneringen aan een grote bonkige blonde hollander en mijn lichaam van nu voelt zacht, rond en romig. Ik ben lesbienne geworden binnen een heterorelatie. Mijn god, daar had ik vooraf echt niet bij stil gestaan. Ik heb sekservaring en ik ben maagd. Ik wil niet zeuren maar dankbaar zijn. Ik  ben niet alleen maar kan me zo wel voelen. Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest en ik mis van alles. Én ik weet niet waar te beginnen. Alles is weer zoals het was. Man. Vrouw. En ik. 

Het is gewoon tijd voor een volgende stap in mijn transitie. Was de reis eerst vooral van binnen, nu lijkt het wel alsof mijn leven geen reflectie meer is van wie ik ben. Concreter kan ik het niet zeggen, geloof ik. Het wordt vanzelf duidelijk. Iets met opnieuw vleugels uitslaan en geestelijke jeuk. Omdat alles weer is zoals het was maar toch eigenlijk helemaal niet.
Queen, spread your wings

Dobberen.

Toen ik ooit dreef op het water van de Dode zee, mijn armen wijd gespreid en het zout prikkend in mijn huid, dacht ik aan mijn vriendin die er ook zo van kon genieten. Van het drijven, bedoel ik. Meditatief dobberend straalde ze voor mij het ultieme geluk uit. Waar dan ook, als zij in het water was moest ze even dobberen. Ik heb het in die tijd ook zo vaak geprobeerd maar mijn bonige spijkerlijf wilde slechts als een paling naar de bodem glijden. Ik moest altijd blijven bewegen. Alleen in de Dode zee is het me ooit gelukt. Verder moest ik altijd blijven zwemmen om te kunnen drijven. Een metafoor van hoe anders we in in het leven staan. Toen in ieder geval. Zij hoefde nooit te bewegen om gelukkig te kunnen zijn. Ik moest altijd spartelen, bewegen om niet te verzuipen.

Ik zeg het eerlijk, ik had een hekel aan de zomer. De warmte en de plakkerige vrolijkheid. De genante lijven, het nationale hitteplan en de barbeque. Vorig jaar ging het opeens beter. Natuurlijk, zonder al te veel kleding sieraden en make-up was het wat lastiger vrouw zijn. En ook nu stond ik niet te juichen bij 30 graden 🌞 maar op de een of andere manier is de zon beter te verdragen. Zoals het leven  beter te verdragen is. Zoals het zwemwater nu lekker koel is in plaats van koud. De warmte mijn huid streelt in plaats van brandt. 

Gisteren dobberde ik op het water. Doodstil lag ik. Met mijn oren onder water hoorde ik vervormde geluiden als klankschalen mijn geest binnendringen. Tevreden zonder bewegen dreef ik op het water. Ik dreef. Zonder armslag, zonder tegenwind. Ik heb het vet aan mijn botten om te drijven zonder spartelen.

In de collegezaal

Een schrijver van verschillende boeken. Een man met heerlijk opstandige ideeën over hoe hulpverlening er uit hoort te zien houdt een lezing op mijn werk over de zin en onzin van methodes en protocollen. Het is bedoeld voor studenten maar er zitten ook verschilllende docenten in de collegebankjes. 

Ik kom wat laat binnen en ga snel naast een collega zitten. Ik zet mijn tas neer tussen mijn benen en schuif met mijn billen op het krappe klapstoeltje. Opeens dringt een stem tot me door. Een bekende. Die stem ken ik. Ik kijk langs mijn collega en zie een oudcollega kletsen. Een hele oudcollega. Van toen ik nog als man leefde. Instinctief kijk ik weg en staar verschrikt vooruit  (dat is nog een oude gewoonte denk ik, dat wegkijken). Maar dan zucht ik even diep en breek in bij het gesprekje naast me:

“He, hoi, dat is lang geleden”, zeg ik opgewekt. Ik vind het oprecht leuk haar weer te zien. Ze kijkt me aan en ik lees de verwarring in haar ogen. Een bekende? Wie ook alweer? En dan zie ik haar kwartje vallen. “Oh, hoi”, en ze noemt mijn mannennaam. De naam die ik al jaren niet meer bewust heb horen zeggen. “En hoe heet je nu?”, vraagt ze bijna direct. Ik noem mijn naam en ze laat een warme lach zien. Ze informeert naar mijn zoon en partner en waar ik nu woon en dan begint de lezing. Ik laat me terugzakken in mijn stoel. “Goh, dat gebeurt nog weinig”, denk ik, “dat iemand me alleen nog herinnert van vroeger”. 

Als ik haar na de lezing even tref zegt ze: “ik had het wel gehoord hoor, maar ik wist niet hoe je heette”. Verder zegt ze niets over mijn transitie. We halen herinneringen op en informeren naar elkaars leven. Heel oprecht en de gewoonste zaak. Van mijn kant, bedoel ik. Mijn anders zijn is vandaag, echt waar, een gewoon onderdeel van mijn leven geweest.

Terugluisteren.

Lees het artikel “Geregistreerd transgender” op de Geregistreerd transgender website: http://www.nporadio1.nl/ovt/onderwerpen/408150-geregistreerd-transgender

Radio-interview met Geertje Mak over de geschiedenis van de transgender. Dit naar aanleiding van de toename van het aantal geregistreerde transgenders. 

Interessante invalshoek: “het in het leven roepen van een term als transgender kan de spanning tussen individu en samenleving opheffen, te vergelijken met b.v. een term als adhd”.