Over seks.

Eerlijk gezegd stel ik het schrijven over seks, mijn ontwikkeling qua seksualiteit, uit. Het is nogal een gevoelig thema. Niet voor mij. Integendeel. Ik blog over alles wat ik meemaak voor, tijdens en na mijn transitie en seks hoort daarbij. Veranderen van man naar vrouw. Veranderen van sociale rol. Veranderen van testosteron naar oestrogenen. Veranderen van piemel naar vagina. Het zou vreemd zijn niét te schrijven over dit thema. Om mijn open en eerlijke verhaal te kunnen blijven vertellen voel ik de noodzaak om nu ook te gaan bloggen over seks, mijn beleving, mijn verlangens en mijn zoektocht naar mijn vrouwelijke seksualiteit.

Ik stel het schrijven over seks uit terwijl mijn beleving wat dat betreft zeker aan het veranderen is. Ik word een vrouw, ook op dat gebied. Tegelijkertijd ben ik partner van en is onze situatie best bijzonder. Ik heb haar dan ook om toestemming gevraagd om over dit thema te mogen bloggen. Mijn partner is het vertrekpunt van deze reis en ik ben blij en dankbaar dat ze me de ruimte geeft er hier over te vertellen.

Om te begrijpen waar ik nu sta qua seksualiteit is het belangrijk te vertellen hoe mijn relatie met mijn partner er nu uit ziet. Wat onze vorm is geworden om met elkaar te leven en van elkaar te blijven genieten.

We hebben het fijn met elkaar. Ik hou meer van haar dan ooit. We hebben het echt heerlijk samen. Zonder seks. Dat gaat niet meer, wat haar betreft. Ze zei: “ik heb het geprobeerd. Het spijt me, ik val gewoon niet op vrouwen”. Ze had zich voorgenomen dat ze hetzelfde van mij zou blijven houden als toen ik man was en dat doet ze ook. Maar niet seksueel dus. Ze zei: “ik snap en voel dat ik je niet kan tegenhouden om voor jezelf uit te vinden en te gaan ervaren wat seks als vrouw voor jou betekent. We hebben het heerlijk samen en ik hoop dat we samen blijven”. En zo gebeurt het dat ik nu een superfijne relatie heb, dat we seksueel afscheid hebben genomen van elkaar én elkaar de ruimte geven dat ontbrekende deel op andere manieren in te vullen. Loslaten en elkaar oprecht het beste gunnen als teken van liefde voor elkaar. Wow, nog steeds ben ik onder de indruk van deze nieuwe stap binnen onze relatie. Loslaten betekent ook dat we beiden het risico lopen iemand anders te treffen voor wie we gevoelens zouden kunnen krijgen. Dat weten we. Het is goed. Je kunt elkaar niet ‘hebben’. En het wonderlijke doet zich voor dat sinds we deze richting op zijn gegaan onze liefde voor elkaar alleen maar is gegroeid. Verbondenheid en vrijheid. Deze groei heeft het afgelopen jaar vorm gekregen en is voor mij het vertrekpunt van mijn seksuele ontwikkeling als vrouw. Dit deel is een samenvatting van een indrukwekkend proces dat mijn partner en ik samen hebben beleefd: hoe kunnen we onze liefde voor elkaar laten bestaan en tegelijkertijd recht doen aan ons beider uniekheid.

Nou, zeg het maar. Waar begint de seksuele ontwikkeling van een transgender? Ik weet het zelf ook niet. Ik heb een berg aan redelijk nutteloze mannelijke sekservaringen. Maar toch ook weer niet zo nutteloos. Denk ik, ik weet niet. Ik heb een emmer vol oude frustraties rondom seks omdat ik mezelf niet was. Ik heb een nieuwe wereld te ontdekken met een belegen lijf en tegelijkertijd ben ik een soort van maagd. Oude herinneringen en nieuwe verlangens. Ik heb het gevoel opnieuw op reis te gaan. Wordt vervolgd…

Advertenties

Over biculturele transgenders en de working class hero.

Op het symposium ging het over mij. Nou ja, niet over mij persoonlijk. Over transgenders. Een wethouder vertelde hoe hij moest wennen aan ons ‘andere mensen’ maar dat in zijn stad ruimte was voor iedereen. Ik hoorde een zeer interessante lezing over de geschiedenis van transgenders. Dankjewel, lieve voorgangers. Dankjewel dat ik nu op jullie schouders mag staan. Op het symposium waren hulpverleners, beleidsmensen en andere geinteresseerden. En ik dus. En een handvol andere transgenders.

Ik vond het zo gek om in een zaal te zitten en te horen hoe anderen over mijn beleving, mijn problemen en mijn kansen praatten. Transgenders zijn hot. Transgenders zijn de nieuwe doelgroep waarover we alles willen weten. Het gekke was dat normaal gesproken ík degene ben om alle vragen te beantwoorden. Dat ik degene ben om licht te brengen in de duistere gewone mensenwereld en te vertellen over de magische wereld van het transgenderschap. Ik dacht nog even, ‘dat kan ik beter’ maar daarover later wellicht meer.

De workshop over biculturele transgenders vond ik leerzaam en interessant (niet doorvertellen, ik dacht dat het over biseksuele transgenders ging dus toen me in het beginrondje gevraagd werd waarom ik me voor deze workshop had ingeschreven stond ik met mijn mond vol tanden). Niettemin zat ik op de juiste plek. Als je bijvoorbeeld transgender bent en ook nog een andere culturele achtergrond hebt, dan kan het lastiger zijn om je plek als transgender in Nederland te vinden. Dat snap ik. Als witte Nederlandse transgender merk ik al hoe hard ik moet werken om me gelijk gehoord te voelen als toen ik man was. Wat ook leerzaam was, was dat het gesprek ging over klasse en achtergrond. Van rijke en hoogopgeleide komaf heb je het sowieao wat makkelijker. Ook als transgender.

Ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn vader was lasser (en alcoholist). Mijn moeder huisvrouw en had verschillende werkhuisjes uit de rijke wijken om mijn vaders gedrag financieel te compenseren. Ik kom uit Wassenaar. Jawel. En al snel had ik als kind in de gaten dat ik vriendjes had uit andere sociale klassen. Onbewust leerde ik, kopieerde ik, observeerde ik gedrag waardoor ik me makkelijker kon handhaven. Deep down ben ik een arbeiderskind, verontwaardigd en boos op het systeem, dankbaar voor ieder dubbeltje, hardwerkend en stiekem opkijkend naar boven. Aan de andere kant ben ik hoog opgeleid, intelligent en sociaal sensitief wat me kansen geeft om me te profileren en hogerop te komen. Ik ben het kind van arme komaf, het dubbeltje dat nooit het kwartje zal worden. Tegelijkertijd, en ik besefte me dat tijdens het symposium, woont een deel in mij dat het heel vanzelfsprekend vindt om te zijn wie ik ben. Een vrouw en een transgender. Dat geeft rust. Een bevoorrechte positie.

Wie voor een dubbeltje geboren is, kan gewoon een kwartje zijn hoor.

Bas.

“Je handen zijn lekker groot. Dat is fijn hoor. Dat maakt het wel makkelijker. Kijk de mijne”, zegt hij. Hij steekt zijn handen uit om te laten zien hoe klein zijn handen zijn. Gewone mannenhanden, denk ik bij mezelf. Ik beschouw zijn opmerking maar als een compliment. Hij heeft blijkbaar geen idee dat zeggen tegen een vrouw dat ze grote handen heeft juist géén compliment is. Ik wil het er verder bij laten maar hij gaat nog even door. “Probeer dit eens”, zegt hij, en demonstratief strekt hij zijn arm en houdt hij zijn hand om de hals en wiebelt dan een beetje met zijn pink. “Zie je wel hoe lastig het voor me is? Het kan wel hoor, maar ik moest echt heel veel oefenen”. Ik doe hem na. Mijn ongetrainde pink leg ik met gemak om de hals en druk de de E-snaar in op de vierde fret. “Nou”, zeg ik, “dat gaat nog best lastig”.

Ik droom er serieus al dertig jaar van om basgitaar te spelen. Ik had ooit eens één les en daarna nooit weer. De leraar toen liet me een discoritme spelen en als ik toen ergens een hekel aan had dan was het wel….juist, disco. In de tussenliggende jaren heb ik wel behoorlijk goed trompet leren spelen maar ja… De basgitaar, die mooi lange hals, dat prachtige donkere geluid, het bleef kriebelen. De afgelopen jaren stond hij steevast bovenaan mijn verjaardagslijstje: basgitaar met versterker. En omdat ik hem maar niet kreeg heb ik hem zelf gekocht. Niet zo’n bijzondere, hoor, maar voor mij een sieraad, een kunstwerk.

Bij nieuwe ontmoetingen heb ik steevast de neiging om zo snel mogelijk iets te zeggen als: “en oja, ik ben transgender. Ja, ooit was ik man en ik leef alweer een tijdje als vrouw, als mezelf haha, maar ik dacht ik wil het toch maar even vertellen”. En dat die ander dan ingaat op wat ik heb verteld en dat daarna dan de lucht is geklaard. Voor zover er een lucht geklaard moet worden, denk ik steeds vaker bij mezelf. Moeilijk hoor, gewoon mezelf zijn zonder iets uit te leggen over mijn lengte of mijn stem of in dit geval mijn blijkbaar grote handen.

Maar ik heb het tóch gedaan, het niét uitleggen. Voor mij voelt het als een actieve daad om niets aan te vullen, bij te praten of toe te voegen wat te maken heeft met mijn vrouw zijn op dat moment. “This chick is here to rock. Get used to it!!!”

Savages: Fuckers. De bassiste, Ayse Hassan, ik vind haar echt geweldig.

Zonen.

“Eh, ja, even denken”. Ik weet niet meer precies hoe we er op komen maar ze vraagt me om een voorbeeld te geven hoe ik nog als mannen onder elkaar om ga met mijn zoon. “Bijvoorbeeld als hij op de bank zit en ik loop langs dat ik hem een snelle high give geef. Zonder woorden. Of dat ik een theedoek naar zijn hoofd gooi terwijl hij zit te leren. Gewoon, dat stoeien en uitdagen. Niet praten maar doen”. Met open mond kijkt ze me aan. “Klopt dat dan wel voor jou?”, vraagt ze. Ik laat haar vraag even doordringen. “Het is mijn zoon”, reageer ik zonder verder na te denken. “Dat doe ik gewoon en dit is een van de manieren om contact met elkaar te maken. Eigenlijk past het me niet meer, nee, maar zo erg is het ook niet. Het doet hem goed en dus is het voor mij ook goed”. “Echt waar?”, zegt ze verbaasd. “Is het goed om zo ruw te ravotten, elkaar soms pijn te doen en uit te dagen? Ik sta perplex. Mijn man doet het precies zoals jij nu zegt met onze zoon en ik verwijt hem steeds dat hij zo overdreven doet”. Verward kijkt ze me aan: “ik geloof dat ik dankjewel moet zeggen. Mannen zijn blijkbaar gewoon zo. Mijn zoontje vindt het ook zo heerlijk, dat stoere gedoe en mijn man ook. Ik vind het maar niets”, gaat ze verder. “Brr, dat elkaar maar opjutten en uitdagen”.

Ik snap precies hoe dat zit. Laatst ruimde ik een campingmatje op. Ik loop naar mijn zoon toe met het matje in mijn hand: “matten?”, zeg ik, en ik kijk hem uitdagend aan. Hij hoeft geen seconde na te denken, vliegt uit de stoel omhoog en probeert het opgerolde campingmatje uit mijn handen te trekken. Ik duw hem opzij en mep met het matje op zijn hoofd…

“Ergens heb ik het gevoel”, zeg ik tegen haar, “dat het ook gaat om het losmaken van de moeder. Het leren aan je zoon om op eigen benen te staan. Hem zijn grenzen laten opzoeken. Sparren. Ik weet het niet zeker hoor, zo voelt het”. Ze lacht, ze herkent blijkbaar wat ik bedoel. “Ik wil mijn zoontje het liefst heel dicht tegen me aan blijven houden”, zegt ze zacht. “Ik wil hem voor alle gevaren behoeden. Misschien is dat losmaken van mij wel niet zo gek”. Ik knik en glimlach. “Ik vind het zo leuk”, vervolgt ze, “ik vind het zo leuk dat jij én de mannenkant én de vrouwenbeleving kent. Echt heel leuk”.

Beetje klieren met mijn zoon voordat de show begint. Leuk toch?

Manifest.

Via een kennis van een vriend van een vriend zie ik een naam onder een bericht op facebook staan. Waar ken ik die naam ook alweer van? Ergens in mijn achterhoofd begint een vaag belletje te rinkelen. Ach ja! Natuurlijk! Maar dat is toch zeker dertig jaar geleden. Ik zucht. Wat zou het leuk zijn hem weer eens te spreken. Onze levens hebben elkaar op zo’n bijzondere wijze gekruist. We zijn daarna even best wel goede vrienden geweest totdat ik verhuisde en we elkaar onlangs onze goede pogingen toch uit het oog verloren.

Ik scroll wat door zijn facebookberichten. Jeetje, wat gaat het goed met hem en wat is hij hetzelfde als toen gebleven. Ik merk dat ik nieuwsgierig ben geworden. Zal ik? Mijn vinger bungelt boven het icoontje ‘chatbericht sturen’. “Zal ik?”, zeg ik hardop nu. Het is zo ingewikkeld. Moet ik gaan uitleggen hoe het me is en hoe het zo is gekomen. En heeft hij daar wel zin in? Het voelt meteen ingewikkeld. Gendergedoe.

Een paar dagen later denderen mijn oprechte interesse en nieuwsgierigheid mijn geest binnen. Ach, wat kan mij het ook schelen. Ik zoek zijn pagina op, druk op de knop ‘chatbericht sturen’ en begin te typen: “hier een bericht van Sandra, vroeger heette ik John. Ik kwam je naam hier toevallig tegen en werd meteen blij van binnen. Het is zo lang geleden….”

Nog diezelfde dag: “Dag Sandra. Ik had al eens gezocht naar je en ik kon je nergens vinden. Ik dacht al, zou er iets zijn gebeurd? Wat leuk om van je te horen. Wat een bijzonder verhaal van jou, zeg”. Ik glimlach als ik zijn reactie op mijn tablet lees.

Een paar weken later, tijdens onze ontmoeting: “ik weet nog wel dat je er toen ook al mee bezig was. Je scriptie, die ging over rolpatronen tussen man en vrouw”. Ik lach. Wat is het leuk om zijn kant van ons gezamelijke verleden te horen. “En je raadde me toen ook dat boek aan, ‘de schillen van de ui’ van Anja Meulenbelt”. “Echt? Heb ik dat gedaan?”, reageer ik vol ongeloof. Dat boek is het meest belangtijke manifest van de tweede feministische golf uit de jaren tachtig. Een über-vrouwen boek zou ik het nu noemen. Beschaamd kijk ik hem aan. “Sorry”, zeg ik gespeeld schuldig. “Het zat er toen al in inderdaad, dat gendergedoe van mij”.

Ik heb dit boek verslonden. Het was mijn bijbel. Hoe is het toch mogelijk dat er toen geen alarmbellen zijn afgegaan bij mij? Ik voelde me zo verwand met de feministische beweging.

Zeikwijf.

Op pad met een vriend. Een mannenvriend van vroeger en nu. Het is bijzonder knap van hem hoe hij tijdens mijn transitie is meegereisd, heeft meegeleefd en respect heeft gehad en interesse heeft getoond voor mij, en nog steeds doet. Ik geloof dat ik tijdens ons uitje iets anders wilde dan hij. Ik weet het niet zeker. Misschien wilde hij iets doen en daarna bier drinken. Misschien wilde ik winkelen en kletsen. Het maakt niet uit. De energie, de flow was ongelijk.

De flow was ongelijk en ik zei niets. Mannen onder elkaar, met hem voel ik me op die manier verbonden, zeggen niet wat ze dwars zit. Mannen onder elkaar voegen zich en vinden het meestal wel best. Of niet en dan gaan ze wat anders doen. Klaar! Ik kan dit. Ik heb het jaren zo gedaan. Het is tof en duidelijk zo.

Nu, als vrouw, werkte het niet meer. Er zat me iets niet lekker. Ik wilde het delen, bespreken, misschien een traantje laten en een knuffel. De verbinding zoeken, mijn verwarring benoemen en mijn gevoel inbrengen.

Mijn oude mannengewoonte zei: hou je stil joh, maakt niet uit, toch? Lekker belangrijk. De verbinding zit hem in het samen wat meemaken. Mooi toch?

Mijn vrouwen-ik wilde delen om het delen. Kletsen om het kletsen. Rond en zacht en gezellig.

Het lukte me niet om mezelf te zijn als vrouw bij een man. Ik voelde me een zeikwijf. Een vrouw die zeurt. Een plaatje dat ik heb overgehouden uit mijn tijd als man. Later realiseerde dat ik niet zo goed weet hoe ik mezelf kan blijven bij een man. Die heerlijke, nuchtere, grappige, duidelijke en niet ingewikkelde manier van mannenvriendschappen is fijn hoor. Maar het werkte niet meer voor me. Ik weet niet, die flow was gewoon weg. Ik kan niet anders dan mezelf zijn, maar met die berg aan oude mannencoderingen in me, valt dat nog niet mee. Het is nog wat zoeken hoe ik me fijn kan voelen en gedragen bij een man, op zo’n manier dat het voor die ander ook fijn is.

In dit geval heb ik eerst lang niets gezegd (mannelijk) en toen het niet meer ging een emmer vol opgespaarde gevoelens en gedachten omgekieperd (vrouwelijk). Ook niet heel handig. De balans komt wel weer terug.

Een willekeurig voorbeeld over vrouwen die zeuren. Kijk naar dat duimpje. Het begrip ‘een zeurende vrouw’ is een bekend fenomeen en ook ik heb dat geïnternaliseerd, zo heb ik gemerkt.

Coming out dag 2018.

Als transgender ben ik uit de kast gekomen. Dat was wel een groot en heel eng ding. Ik heb me nooit gerealiseerd dat ik daarmee ook lesbisch werd. Tenminste, ik val ook op mannen, soms. Daarmee word ik dan biseksueel. Omdat ik in een heteroseksuele relatie zat wás ik daarmee gewoon hetero. Nu vraagt men opeens aan me op wie ik val, wie ik ben. Gek hoor.
Ik val op mensen, op hele leuke, gekke, bijzondere, opwindende, heerlijke mensen waarvan mijn hart sneller gaat kloppen. En ik hou van mijn vrouw. Al heel lang en met heel mijn hart. En vandaag kom ik uit de kast als geluksvogel.

Het interview.

Twee meiden van begin twintig interviewen mij. Over mijn transitie, hoe lang ik het al wist, hoe ik er mee omgegaan ben. Ook best pittige vragen hoor, over hoe het was om me rot te voelen toen ik nog man was bijvoorbeeld. Rustig geef ik antwoord op de vragen die me worden gesteld. Natuurlijk gaat het ook over mijn partner. “Hoe ging zij er dan mee om?” En over mijn zoon. “O, hij noemt u nog steeds pappa”. Het gesprek is prettig. Het gesprek is respectvol naar mij, vanwege mijn lef de afgelopen jaren om voor mezelf te durven kiezen en omdat ik zo open ben om op alle vragen antwoord te geven. Ik voel respect naar de twee meiden omdat ze nieuwsgierig zijn, geïnteresseerd, en stoer zijn omdat ze alles durven vragen.

“Wat we zo graag zouden willen begrijpen”, zegt één van de twee, “hoe het is, hoe het voelt om niet te kloppen. Kunt u daar iets over zeggen?” Poeh, dat is alweer zo’n mooie vraag. Ik denk na. Ik kijk ze aan. Leuke, verzorgde mooie jonge vrouwen. “Stel je voor”, zeg ik, “stel je voor dat je de komende maand alleen maar een spijkerbroek draagt. En een trui”. Opeens kijken ze een beetje sip. “Een paar stevige boots en dat is het”. Geschrokken kijken ze me aan. “O ja”, zeg ik, “en geen make-up, geen sieraden, geen oorbellen, geen nagellak”. Grote ogen staren me aan. Het begint een klein beetje bij ze door te dringen. “En natuurlijk gewoon kort haar”, zeg ik er achteraan. “Een maand lang”. Ze zijn stil en ik zie dat ze het voelen. “Ik snap het”, zegt de ene. “En dan heb ik het nog niet over de sociale kant, je rol in de maatschappij, hoe je aangesproken wordt, je lichaam en ga zo maar door”.

Het was een mooie ontmoeting met deze twee mensen en het was alweer even geleden dat ik ben geïnterviewd. Mooi om te merken dat mijn perspectief is veranderd. Ik praatte met vrouwen over de mannen. De andere sekse, van die andere planeet waar ik als een van de weinige vrouwen ooit ben geweest. Hoe die mannen leven, denken, ademen en reageren. De andere sekse, die andere wereld.

Unity.

Mijn zestienjarige zoon mag dan wel flink puberen, zijn kamer een zooitje laten en af en toe flinke bonje met me maken, deze actie gaf me tranen in mijn ogen van ontroering:

“Kijk San, kijk wat ik heb gekocht”. Trots houdt hij zijn aankoop omhoog: “Deze deo”, zegt hij met enige trots. Unity. For everyone, zie ik staan. En de regenboogkleuren. “Is die voor mannen én voor vrouwen?”, reageer ik verwonderd. “Yep”, zegt hij beslist. “Voor LHBTers. Die ga ik voortaan gebruiken. “Cool hé?” Zeker, denk ik. Wat een coole gast is het toch.

Naakt.

Hoe het precies kwam weet ik niet meer. Op de avond van de bloedmaan en de verduistering nam ik deel aan een groepsmeditatie. In de duinen van Den Haag verzamelden zo’n honderd mensen en in de bonte stoet liepen we rustig naar de duinpan.

Na de bijzondere meditatie liep ik mee, terug naar de zee, met een groepje mensen om nog wat te gaan zwemmen. Het weer was zwoel, het was bijna nacht en ik maakte me druk. In donker, zonder dag- of kunstlicht, zou ik letterlijk onzichtbaar zijn. Slechts mijn niet al te vrouwelijke stem om te communiceren met een groepje voor mij vreemde mensen.
“Kijk eens, de zee geeft licht”, roept iemand als we het strand oplopen. Het groepje schreeuwt het uit van plezier en als iedereen zich begint uit te kleden zie ik dat ze bloot gaan. Helemaal. Ik denk niet na. Ik heb plezier. Ik wil de zee voelen en me onderdompelen in deze heerlijke avond. En voor ik het zelf goed door heb ren ik poedelnaakt de zee in. De lichtgevende, fluoriserende spetters vliegen in het rond. We spelen, we lachen en gieren het uit van kinderlijk plezier.
Als jonge jongen had ik ooit eens naakt gezwommen. En nu weer dus. Met mijn nieuwe lijf. Met mijn borsten en mijn vagina rende ik door de golven. Mijn zorgen achterlatend, de vrijheid tegemoet. Zo voelde het.

Vandaag was ik op het strand van de Langevelderslag. De plek waar ik mijn allerallerallereerste stappen als vrouw buiten de deur zette. “Zullen we even gaan zwemmen?”, zeg ik tegen mijn partner. We lopen een stuk langs het strand. “Hier”, zeg ik. “Hier kan het wel”. We kleden ons uit. Poedelnaakt. Met een sprint en een schreeuw van plezier ren ik de zee in en duik ik in de aanrollende golven.dus. Met mijn nieuwe lijf. Met mijn borsten en mijn vagina rende ik door de golven. Mijn zorgen achterlatend, de vrijheid tegemoet. Zo voelde het.

Vandaag was ik op het strand van de Langevelderslag. De plek waar ik mijn allerallerallereerste stappen als vrouw buiten de deur zette. “Zullen we even gaan zwemmen?”, zeg ik tegen mijn partner. We lopen een stuk langs het strand. “Hier”, zeg ik. “Hier kan het wel”. We kleden ons uit. Poedelnaakt. Met een sprint en een schreeuw van plezier ren ik de zee in en duik ik in de aanrollende golven.

Niet zo lekker.

Ik was niet zo lekker. Keelpijn, hangerig en lamlendig. Ik had veel te doen en heb de dag gedaan zoals zoals die zich aandiende. Ik mopperde niet, ik klaagde niet. Ik deed gewoon mijn ding.

Ja, ik had wat minder ruimte voor mijn omgeving, voor de ander, voor mijn naasten en voor mezelf. Mijn gedachten dwaalden wat sneller af en ik was meer naar binnen gericht dan naar buiten. Niet zo gek hoor, want ik voelde me niet zo lekker.

Ik realiseerde me vanavond het volgende: vóór mijn transititie heb ik me iedere dag gevoeld zoals vandaag. Niet echt slecht maar zeker ook niet echt blij. Beetje meehobbelen en naar binnen gericht. Een beetje te moe om te stralen en geen puf om er wat van te maken.

Vandaag voelde ik dat ik me me vóór mijn transitie over het algemeen en iedere dag eigenlijk k*t heb gevoeld. Gewoon k*t. Daarom moest ik wakker worden, opstaan en mezelf worden.

Op de camping.

“Ik dacht, ik kom nog even met je kletsen”, zegt de vrouw die ik eerder had ontmoet. “Ik las laatst een column van Maxim Februari, je weet wel die schrijver die vrouw was en man is geworden”. Ze gaat verder: “nou, hij schreef dus hoe veel het allemaal inhoudt, zo’n verandering en ik dacht ik ga eens even vragen hoe het met je gaat. Dus, hoe gaat  het met je?” 

Ze bedoelde dat een transitie geen kattenpis is en meer is dan zo maar even in het gewenste geslacht gaan leven. “Dat klopt”, zeg ik. “Deze zomer ben ik pas voor het eerst echt ontspannen. Geen vermoeidheid meer omdat ik nu klop. Sterker nog. Voor het eerst in mijn leven heb ik hartstikke veel energie. Ik weet er gewoon geen raad mee’. Ik lach haar toe. “Voor het eerst, hé!” Ik benadruk hoe bijzonder het is om me gewoon heel blij, positief en tof te voelen. “De transitie lijkt achter me te liggen. Ik ben vrienden met mijn lijf en geest en ook op sociaal gebied begin ik langzaamaan mijn plek te vinden. “Dus ja, veel veranderingen en nu best heel blij”. Ik kijk haar aan. “Wat lief dat je het vraagt”, besluit ik.

Ik had haar nog veel meer kunnen vertellen maar ik vond het voldoende zo. Ik had haar nog kunnen zeggen dat het, met mijn nieuwe zelf en mijn en haar hormonen soms best wel pittig is geweest tussen mijn partner en mij. Ik had nog kunnen vertellen dat ik nog steeds mijn plek in de wereld aan het bepalen ben. Van lange heteroseksuele man naar vrouw. Naar lesbiëne, naar transgender. Hoe onwerkelijk dat soms nog is. 

Ik heb het er bij gelaten. Er zijn zoveel verhalen te vertellen. Mooi dat ze naar me vroeg en dankjewel Maxim Februari voor je mooie colums.

Fijn is dat zeg, mezelf zijn.

In het weekend ging het mis met mezelf zijn. Vandaag op het terras bij de Parade in Rotterdam. Een ouder echtpaar schuift aan bij onze tafel. Ik ben er met een oude vriend. Mijn buik spant een beetje samen als het tot een kort gesprekje komt tussen ons vieren. Pff, wat is dat ingewikkeld zeg, mezelf zijn bij volkomen vreemde mensen. En ik wil het zo graag anders doen. Anders dan het afgelopen weekend. Als mezelf.

Later zitten we op het terras van de Bazar. Een multi-kulti-lekker-eten restaurant. Naast ons komen toevallig vier dames zitten. Degene naast me begint een praatje met me. Dat ze net in Rotterdam zijn en dat zij Zwitsers is maar eigenlijk uit Griekenland komt. “How do you know eachother?”, vraagt ze me logischerwijs. Mijn vriend komt me te hulp. “Van de volleybal toch?, van heeeel lang geleden”. Maar het voelt niet lekker bij mij. Geen gedoe meer. Dan maar eerlijk. “I am a transgender. We are very old friends from the time that I was male. We have had a long history of friendship together. We were just discussing relationships and the male and female roles”. “Oke”, zegt ze neutraal. We praten nog even over onze kinderen, onze partners en over Rotterdam en het lekkere eten van het restaurant. Ik zou haast zeggen dat het een volkomen normaal gesprek was tussen twee mensen die elkaar voor het eerst ontmoeten. Fijn is dat zeg, mezelf zijn.

Even later, op een ander terrasje, nu aan de koffie. Een stelletje zit opzichtig aan elkaar te plukken en te kussen. Zij buigt zich even later zich naar mijn vriend: “hoe lang zijn jullie al samen?”, vraagt ze hoopvol. “We zijn geen stelletje hoor”, zegt mijn vriend. “Maar wat niet is kan nog komen”, zegt ze plagerig en kijkt schalks in mijn richting. “Ik woon samen met een vrouw”, reageer ik beslist. Het kan me niet meer schelen merk ik. Ik heb het er uit geflapt voordat ik heb nagedacht. Ik presenteer me opeens als lesbienne terwijl ik eerlijk gezegd nog een beetje verbaasd was dat ze dacht dat wij een stel zouden zijn (en ik dus gewoon een vrouw ben). Dertig jaar mannenvriendschap en nu dit. Ik ga toch eens navragen hoe het voor hem was, deze wending van de avond.

Het doet nog zo sterk mee, mijn transgender zijn. Maar het gaat wel goed hoor. Met vallen en opstaan mijn plek innemen.

https://deparade.nl

Zo’n feestje.

Ik had een feestje. Een barbeque met mensen die ik overwegend niet ken. Beetje salade, beetje kletsen, drankje en nog een hapje. De zon scheen en iedereen was ontspannen en vrolijk en ik, ik voelde me hartstikke transgender en buitenstaander. Misschien kwam het omdat iemand in een gesprekje het over mij had: “Ja, inderdaad, dat zei hij”. Shit. Au, niet aanstellen en doorgaan Sandra. Zo’n zinnetje als dit komt zo snel aan en is weer net zo snel voorbij dat ik te laat ben om iets corrigerends te zeggen.

De knoop in mijn buik bleef een beetje hangen maar, hé, gewoon doorgaan. Ik praatte met iemand over waar ik vandaan kwam. Gewoon wat kletsen. Maar in mijn hoofd spookte het. Ik was toen man. Mijn herinneringen zijn mannelijk. Ik deed mannelijke dingen en had mannenvrienden. . Ik benoemde dit niet, ik lulde maar wat raak, nam nog een sateetje en negeerde mijn buikpijn. Ik voelde me ongemakkelijk. Ik voelde me niet thuis. Ik voelde me niet gezien. Wat had ik dan moeten zeggen? “Oja, by the way, ik was toen man dus als je me niet kan volgen dan kan dat kloppen”. Misschien voelde ik me niet helemaal ok omdat er niemand was die ook anders was. Er hing een degelijke heteroseksuele huisje-boompje-beestje sfeer. Beter kan ik het niet verwoorden.

Met iemand anders kletste ik over kinderen. Mijn zestienjarige zoon, mijn vrouwelijke partner. Weer zag ik een blik die zijn best deed om volkomen normaal te kijken: “twee vrouwen? Of zoiets? Jullie zoon, wie is de moeder?” Ik had gewoon geen zin om het allemaal uit te leggen, ik negeerde maar weer de ongemakkelijkheid die voelde en vulde mijn buik met een beetje couscous. Die ander vroeg ook niets.

Toen ik voor de tweede keer verkeerd werd aangesproken: “die boot van hem”, werd ik opeens heel erg moe en wilde ik gewoon heel erg graag naar huis. Toen ik in de auto stapte zaten mijn tranen hoog. Het was zo’n feestje. Zo’n feestje waar ik mijn eigenheid maar niet leek te vinden. Waar ik me zo eenzaam en onbegrepen voelde. Zo’n feestje waar ik mezelf kwijt raakte en het me niet lukte te herpakken.

Heling en een nieuwe fase.

Het is misschien wel net zo belangeijk als de transitie zelf. Althans, in mijn geval is het zo. Er zijn ongetwijfeld veel transgenders met een minder problematische jeugd en zijn er transgenders die zich minder in bochten hebben hoeven wringen om overeind te blijven in een leven waarin je niet klopt, niet past en je onbegrepen voelt omdat je anders bent.

Het gaan leven als de vrouw die ik ben, met een lichaam dat na enige aanpassing passend is geworden, is ook een periode van heling. Natuurlijk is passabiliteit belangrijk. Natuurlijk is het fijn om de wereld van het vrouw zijn te ontdekken, te omarmen, het uit te schreeuwen van geluk omdat die emmer vol gitzwarte zwaarte eindelijk is verdwenen. En natuurlijk is het ook nog af en toe behelpen. Met mijn stem, mijn lichaam en mijn oude mannengewoonten.

Maar ik merk dat het gedurende mijn transitie minstens zo belangrijk is om stapje voor stapje bevrijd te raken van oude patronen die me hebben beschermd tegen de pijn van het niet mezelf kunnen zijn. Ik heb mezelf beschadigd om me te beschermen tegen de pijn van het niet kloppen. Ik heb me afgesloten voor werkelijke verbinding met de ander. Ik heb me opgesloten in de nacht, ver van het gewone leven. Moe zijn als excuus om maar niet gewoon mee te hoeven doen. Ik heb mezelf vergiftigd met gedachten over hoe slecht de wereld wel niet is en hoe mensen niet te vertrouwen zijn. Mijn achterdocht als veilige haven om mijn vrouw-zijn in te verstoppen. Ik heb me, kortom, niet gehoord, niet gezien en niet geliefd gevoeld. Deels ontstaan door een onveilige jeugd. Maar ook veroorzaakt vanuit de angst om ‘betrapt’ te worden als vrouw. Al die energie, die vermijding, die trucs en smoesjes om mezelf maar niet te hoeven laten zien.

Het herstel daarvan, mijn heling, is nog steeds in volle gang. Ik ben aan het vertrouwen. Eerst in mijn hoofd en de laatste tijd begin ik ook te voelen dat het leven zo gek nog niet is. Dat mensen in het algemeen best tof zijn. Dat ik er mag zijn zoals ik ben. En met mijn nieuw ontdekte vertrouwen lijkt het wel alsof er opnieuw een wereld voor me open gaat. Ik ben wie ik ben en dat geeft me veel energie. Ik voel me bevrijd, als een adolescent van 22 die net aan het leven gaat beginnen. Hoe tof is dat?

Het is misschien wel net zo belangeijk als de transitie zelf. Het bijkomen van alle beschadigingen, kwetsingen, het harde werken om niet mezelf te hoeven zijn. Ik ben nog steeds een beetje moe. Ik zit nog steeds uit te puffen van al dat vermijden en daarna mijn transitie. En weer gaat een wereld voor me open. Ja, zo voel ik me: een adolescent voor wie het leven nu gaat beginnen.

Mijn ontwikkeling naar een volwassen vrouw verloopt wat anders dan normaal. Voor mijn gevoel ben ik alle levensfasen als vrouw in korte tijd aan het inhalen. Die ongeremde, emotionele puberteitsgevoelens lijken achter de rug. Zou het zo zijn, dat een transgender alle levensfasen maar dan in het nieuwe geslacht, opnieuw doormaakt?

De lezing.

Het was een leuk begin. Voordat ik over mijn transitie begon vroeg ik aan de groep wie zeker weet waar hij thuis hoort op de lijn tussen man en vrouw. De enkelen die hun hand opstaken vroeg ik wat hen zo zeker maakten over hun identiteit. Deze sheet gaf eigenlijk heel goed weer hoe ik jarenlang heen en weer gezocht heb op de lijn.

Het drama, de verwarring, de angst en het verlangen kwamen vanzelfsprekend ook aan bod. Dat onderdeel van mijn transitie hield ik klein. Niet zo leuk om aan terug te denken. Niet zo fijn was dat. Gewoon serieus k#t eigenlijk.

De beginperiode van mijn leven als vrouw heb ik verteld met blijheid en met humor. De blijheid van eindelijk en opluchting. En met humor omdat het de toehoorders geboeid hield. Ik heb zelfs nog even mijn oude mannenstappen nagedaan om te illustreren hoe niet kloppend dat er eigenlijk uitziet, nu voor mij als vrouw. Nou ja, ik kletste maar wat. Het was gewoon verwarrend die tijd. Nieuwe gedragingen, nieuw uiterlijk, nieuwe reacties van anderen op mij, nieuwe gevoelens door rondrazende hormonen. Ik heb ook nog verteld dat praten best wel een dingetje is. Aan de telefoon dramatisch maar verder gaat het wel geloof ik. Natuurlijk vergat ik mijn kind en partner niet Omdat ik weet dat zij op veel sympathie en steun kunnen rekenen. Zo’n ondertoon van: leuk voor jou hoor, die veranderingen, maar zij moeten er mee dealen. Prima en terecht. Ik voel dan hoe het publiek zich afvraagt wat zij zouden doen als hun partner…

Bij deze laatste sheet gebeurde er iets wonderlijks. Ik was open wat ik eigenlijk niet van plan was. Maar ja, ik kan toch niet achterhouden dat mijn (seksuele) identiteit was veranderd. Van heteroman naar lesbische vrouw. Of zo. Of bi-vrouw. Of gewoon een tof mens met gevoelens. Het thema van de avond was tenslotte ‘diversiteit en seksualiteit’. Mijn verwarring nu, na mijn transitie, hoorde er nu eenmaal bij, bij deze lezing. Maar ik kon er op wachten en inderdaad gebeurde het: “hoe zit het dan met je vrouw”? “Hoe zit het dan tussen jullie”? Dat soort vragen. Relevante vragen waar ik niet op wilde ingaan. Niet daar. Dat ik het nog niet zo goed wist allemaal, zei ik. Wel heb ik verteld dat we een relatievorm aan het vinden zijn die voor ons beiden gaat werken. En daar heb ik het bij gelaten. Ik heb niet verteld dat ik best heel goed weet hoe het met seks is en met verlangens en met eerlijk en open communiceren. Nee, zo was het goed genoeg.

Aan het einde kwam er nog een jonge vrouw naar me toe. Ze had zichtbaar rode koontjes. Het had haar geraakt, mijn verhaal, en ze bedankte me voor mijn openheid. Ze vertelde dat ze nog nooit zoiets had gehoord, laat staan over nagedacht. Haar reactie zette me aan het denken. Wat voor mij normaal is geworden is misschien volkomen nieuw en wellicht schokkend voor een ander. En ook vroeg ik me af of ik een volgende keer misschien iets minder open zal zijn. Ik was er soms zelf wat ongemakkelijk mee en misschien mijn publiek ook wel. Ben er nog niet helemaal uit. Want het transitieverhaal moet ook worden verteld. ✊

Beetje verdrietig dat het nog moet.

Ik ontving onderstaand bericht. Het is een verzoek of ik een reactie op een bericht van mij van enkele jaren geleden wil verwijderen. De persoon wil dat men niet kan traceren dat ze transgender is (of was, ik weet het verder ook niet). Dit vanwege een bezoek aan een land dat niet zo transgender-vriendelijk is als Nederland. Ergens begrijpelijk natuurlijk, deze vraag, en natuurlijk heb ik de reactie verwijderd. Maar ook best verdrietig dat het nog nodig is de sporen van wie je bent te moeten verwijderen. Ik hoop oprecht dat de persoon een goed verblijf heeft in het niet zo tolerante land daarginds. De acceptatie van transgenders is nog verre van voltooid, zo blijkt maar weer.

WordPress heeft dit bericht forward aan mij doorgestuurd:
In regard to my privacy I would like to remove a reaction I gave once on a WordPress blog a few years ago. I want it removed because it shows me being transgender. Going abroad to countries who are not that tolerant as the Netherlands, I do not want to be googled in this respect. I tried to remove it myself but there ain’t a possibility. Also I cannot reach the owner of the site without being able to e-mail the owner. Can you help to make the reaction anonymous and delete the link to my Facebook page. If you cannot do it from WordPress facilities, could you please be so kind to address the owner of the blog and forward my request. I have no problems to hand her my e-emailaddress.

Ranking transgendervriendelijke europese landen. Bron: https://rainbow-europe.org/country-ranking

Tanja van Hengel

Ik was aan het reageren op onderstaand bericht van Rianne

https://wp.me/p5VnwF-3Fa

toen ik me besefte dat mijn reactie een eigen plek verdient. Tanja van Hengel, mijn oude gendertherapeute. Die zo fijn out-of-the-box is dat ik me meteen thuis voelde bij haar. Niets was op dat moment heerlijker dan me gezien en erkend te voelen. Wat had ik dat nodig zeg, aan het begin van mijn transitie (en soms nog steeds hoor). Ik kon twijfelen, zoeken, ja! nee! toch wel, of nee, toch maar niet in verandering. Alles kon er zijn en zij was zo kundig. Niet mijn transitie stond centraal maar mijn verlangen om rust in mezelf te vinden. Een heel ander uitgangspunt en voor mij van wezenlijk belang.

Twee jaar lang om de week een gesprek. Ik heb twee verschillende psychiaters moeten zien ter bevestiging van mijn diagnose. Ook nog een keer bij een andere psycholoog. Ik heb ongelogen duizenden vragen van psychologische tests ingevuld totdat ik er gek van werd. Ik wil maar zeggen, heel gedegen hulpverlening. En dat in combinatie met haar warme, oprechte persoonlijkheid en kunde maakte het voor mij dé ideale therapeute. Maar vooral, echt ja, vooral omdat het niet alleen over mij, ikke in mijn transitie, ging was de hulp zo waardevol. Hoe ik met mijn parner kon omgaan, hoe belangrijk het was dat zij ook een stem had. En ik heb me zo gesteund gevoeld als het ging over mijn zoon, toen negen jaar. Hoe we het gingen vertellen over mij. Hoe zijn basisschool en vriendjes het zouden kunnen horen. Tanja heeft er mede voor gezorgd dat mijn transitie zo, naar omstandigheden, soepel is verlopen. “Als het nodig is ga ik mee naar zijn school om het uit te leggen”, heeft ze me aangeboden.

Ik ging weg bij haar want ze kon mij niet opereren. Ik ging naar de VU. Met een diagnose op zak (“daar doen we niets mee, we willen graag zelf kijken waar u staat”). Met mijn hormoonbehandeling en mijn endocrinoloog (“als u besluit geen hormoonbehandeling via ons te doen gaan we u niet verder helpen”). Met mijn RLE was ik al begonnen (“dat is uw verantwoordelijkheid, we tellen die tijd niet mee, pas als wij zeggen dat het goed is gaan we het RLE noemen”). En zo bleef ik post ontvangen met mijn jongensnaam.

Ik had geen keuze, Thailand was geen optie voor mij. En dus was het wachten na de intake. Zes frustrerende gesprekken verder en na het groene licht van de VU ballotagecommissie mocht ik door naar de volgende ronde. Ik mocht de RLE in terwijl ik al als vrouw leefde, maar tenminste werd ik in de correspondentie nu aangesproken als mevrouw. Opnieuw op de wachtlijst. Nu voor de operatie. Toen mijn operatiedatum wéér was uitgesteld en opgeschoven heb ik daar als een viswijf werkelijk waar staan gillen dat het genoeg was. Genoeg! GENOEEEEGGG!!!!! Dat hielp en een paar maanden later werd ik dan eindelijk geopereerd.

Ik wil maar zeggen: ik ben gewoon superblij met Tanja. Wat er gebeurd is weet ik niet. Maar haar kwaliteiten als therapeut staan voor mij buiten kijf. En zelfs nu nog weet ik dat ze er voor me zou zijn mocht het nodig zijn. Ik weet wel dat Tanja ‘anders’ is in de zin van bijzonder. En laten wij transgenders nu ook anders en bijzonder zijn. Daarom kan ze zo goed aansluiten, vermoed ik. Maar we weten ook allemaal uit eigen ervaring dat de maatschappij niet altijd zoveel kan met ‘andere, bijzondere mensen’. Maar goed, ik weet er echt het fijne niet van en kan alleen maar hopen dat het haar heel goed gaat. Ze verdient het.

Ik ben niet zo’n mopperaar, en mijn VU verhaal mag ook wel eens verteld worden. Ik hoop echt dat de situatie daar inmiddels is verbeterd.