Tamara is de eerste.

Er zitten toch zo’n dertig mensen in de zaal. Naast me zit een vriendin van Queer aan Zee. Fijn is dat. Ontspannen kijk ik een beetje rond. Veel veertigers en ouder en ik ben de enige transgender in de zaal. Gek genoeg heb ik zelf nog niet één film of documentaire gezien die gaat over transgenders. Dit wordt mijn allereerste en krijg toch wat samengeknepen billen. “Ik moet vast huilen”, en “het zal wel confronterend zijn”. Gedachten buitelen over elkaar in mijn hoofd. Ik kijk er opeens niet bijzonder naar uit om naar mijn eigen pijnlijke, verdrietige en zwoegende verleden te kijken. 

Maar wat een prachtige film is Tamara. Ik herken de eerste euforie van (h)erkennen van het verlangen om vrouw te zijn. Ik herken het zoeken, het uitleven en het weer terug in de kast gaan. Ik herken het wegdoen van de vrouwenkleding, het heimelijke verlangen en het zien van zoveel moois bij vrouwen. Nee, niet de lust maar het vrouw zijn, de jaloezie en het niet te onderdrukken verlangen om haar te mogen zijn en blijven. Ik herken de worsteling van het uit de kast komen, de frustratie en het gedoe met de buitenwereld. Ik herken ‘het er mogen zijn’, het weggooien van die verdomde mannenkleren en het besluit om te opereren. Het herstel en het nieuwe leven. Werkelijk prachtig en compleet wordt de transitie van man naar vrouw in beeld gebracht. Niet over de top, geen overdreven drama. Een speelfilm die je bijna een docu zou kunnen noemen. Herkenbaar en aangrijpend. 

Ik moest inderdaad huilen. Dat is ok. Maar confronterend was de film niet. Niet meer, en dat is fijn. Wat overheerst is trots. Trots op wat ik heb bereikt, samen met mijn omgeving. Ik heb écht wat bereikt. Ik kan het nu zien en voelen. Misschien betekent dit dat mijn transitie eindelijk onderdeel van mijn geschiedenis aan het worden is. Zoals andere belangrijke gebeurtenissen mijn wezen ook hebben gekleurd. Een Philipijnse transgender gaat na de film het gesprek aan met de zaal. Er is ruimte voor vragen over het onderwerp. Ik heb geen vragen maar kan het niet laten mijzelf even te laten zien en horen. “Kijk, hier ben ik. Een echte transgender in de zaal”, lijk ik te willen zeggen als ik me even meng in de discussie over transgenderrechten.

Later, op weg naar de uitgang spreekt een oudere mevrouw ons aan. Ze wil me dringend van alles vragen over hoe het is om vrouw te zijn, of het ook niet een verlies is om geen man meer zijn (mooie vraag) en deelt ze en passant haar bijzondere verhalen wat betreft haar gender issues met ons. Prachtig.

Later in het café deel ik met de vriendin mijn dromen. Nou ja, mijn dromen.  Ik zeg dat ik wel toe ben aan nieuwe wegen en horizonten maar dat er nog werkelijk niets concreets in mijn gedachten speelt. “Misschien wil ik wel iets betekenen voor de transgendergemeenschap”, zeg ik voorzichtig en meer in mezelf dan tegen de vriendin. “Ik ben ten slotte én hulpverlener, én docent en trainer, én mediator. Ik kan wel wat. Maar ik zou ook best een tijdje in een cafe willen  werken. Gewoon achter de bar, gezellig onder de mensen”. Ik heb dus geen idee maar de ruimte, echt, de ruimte die ik na jaren transitie weer voel is werkelijk heel erg lekker. 

https://youtu.be/TDmUdPL4EQw

Advertenties

Over ware liefde en valse romantiek.

Het voelt als volkomen omgekeerd en daarom ook kan ik soms zo balen van die stomme oestrogenen die door mijn lijf lijken te razen. Hoe het precies werkt weet ik niet. Het VU heeft er geen onderzoek naar gedaan. De hormonen veranderen mijn lichaam, zoveel is duidelijk. Maar de geestelijke effecten, daarover is voor zover ik weet niets bekend. Maar ik voel ze wel, beleef ze ten volle. Ik ben zoveel meer gericht op de relatie, op verbondenheid. De behoefte aan erkenning, aan delen en aan samen. Werken is geen carriëre meer maar een manier om me te kunnen verbinden met anderen. Relatiegericht in plaats van resultaatgericht. Koken, kookprogramma’s, opruimen en zorgen hebben en centrale plek in mijn leven gekregen.

Mijn partner daarentegen lijkt door de overgang heen. Ze is volkomen klaar met klaarstaan. Met zorgen en bedenken wat we nu weer zullen eten. Haar zorgzame zorgvoelsprieten heeft ze helemaal ingetrokken.  Volwassen en functioneel stippelt ze nu haar eigen pad uit. Aanvoelen en invoelen…. als ik iets wil kan ik het gewoon zeggen. “Ik ben niet verantwoordelijk voor jouw wensen”, is dan haar reactie. En gelijk heeft ze. Ze houdt van mij én zet zichzelf op plaats één. Ze heeft oog voor haar omgeving zonder zichzelf te vergeten.

Het voelt als volkomen omgekeerd. In mijn lijf en geest woont een wollig, impliciet verlangen naar verbondenheid en romantiek. Naar aanvoelen en afstemmen. Naar versmelten, één worden en eindeloos samen liggen in een groot, warm bed. Mijn partner is gewoon bezig met de dag en wat er gedaan moet worden. Eigenlijk zoals ik vroeger was. 

Mijn hoofd zegt dat het tijd is om volwassen te zijn. Mijn hoofd zegt dat het goed is dat twee mensen volwassen en liefdevol naast elkaar leven. Mijn hoofd zegt hoe goed we het hebben. Mijn hoofd zegt hoe tof het is dat we uit dat symbiotische geneuzel hebben kunnen stappen en kunnen samenleven als twee sterke, autonome en bijzondere mensen. Echt, petje af voor ons. 

Maar het voelt als volkomen omgekeerd. Dat ik de gevoelige vrouw ben die hoopt op een bloemetje, een complimentje of een arm om mijn schouder. En dat mijn partner nu de rol heeft van nuchter persoon met overzicht. Al het onvolwassen, afhankelijke en irrationele wat romantiek wordt genoemd giert door mijn lijf. Echt bah! Ja kijk, had ik 18 geweest dan had het geklopt maar nu? Al heel lang geleden had ik in de gaten dat die liedjes met teksten als “jij bent de reden voor mijn bestaan” en “zonder jou kan ik niet leven”, niet echt bijdragen aan een stabiele en vruchtbare relatie. Voor niemand.
Maar waarom voel ik het onderstaande dan zó sterk? Dáár zou eens onderzoek naar gedaan moeten worden.

 

“Vervlochten, samen één verlangen, één weg, één doel. Voor eeuwig verbonden”. Groetjes van een volwassene met pubergevoelens.

Oud & nieuw.

Ik begin in de buurt te komen van waar ik al die tijd al naar op weg ben. Ik hoefde niet zo nodig vrouw te worden. Ik hoefde niet zo nodig in transitie. Dat heb ik altijd gezegd en nog steeds voel ik dat zo. Ik wilde rust in mezelf en een soort van tevredenheid en geluk ervaren. Dan maar vrouw worden. Blijkbaar zat daar de uitweg van mijn ongeluk. In die volgorde. Ik moest in transitie om mezelf te kunnen zijn. En nu begin ik dus in de buurt te komen wat betreft mijn tevredenheid en de rust. Echt fijn is dat. Dank jullie wel voor het meelezen en meeleven dit jaar. Ik hoop dat jullie allemaal een heel fijn 2018 gaan krijgen waar al jullie heerlijke, prachtige en bijzondere wensen en verlangens mogen uitkomen.

Liefs, Sandra

Wie weet.

Ik denk dat ze een beetje geschrokken was. Ze keek zo nadrukkelijk naar mijn partner en zo overduidelijk niét naar mij dat het bijna gênant werd. Ik schatte dat ze zo ongeveer een jaar of dertig was en op haar neus droeg ze zo’n bril die, hoe zal ik het zeggen, op zijn zachtst gezegd zo gedateerd was dat ie misschien wel nu weer hartstikke hip genoemd zou kunnen worden. Ik begon maar met vertellen over mijn ziektes en over mijn genderdysforie. Daarna over mijn zoon die ook wat heeft en mijn partner vertelde haar ding (zij heeft niet zo’n dik dossier en was snel klaar). Zoveel kennismakingen met een nieuwe huisarts doe ik niet en wat precies de bedoeling van zo’n eerste ontmoeting was wist ik eigenlijk ook niet. Ja, ze moest een vrouw zijn en het liefst een beetje doortastend. Was het voldoende als ze gewoon haar werk deed als huisarts of moest ik er ook nog goed mee kunnen praten? 

We hadden ons aangekondigd bij de assistente. Dat we een dubbele afspraak wilden om ook wat over mijn genderdysforie te kunnen vertellen. De dubbele afspraak was goed doorgekomen maar dat ze twee assertieve mensen voor haar neus zou krijgen en dat mijn eerste vraag zou zijn of ze wel eens te maken had gehad met transgenders was haar blijkbaar teveel. Ze vertelde om precies te zijn niets over de praktijk of over zichzelf. Ook stelde ze niet één vraag over ons.

Maar toen ik vroeg of ik een afspraak kon maken om eens naar de neuropathie in in mijn voeten te laten kijken veerde ze op was ze opeens bijzonder aanwezig. “Sinds wanneer zijn die klachten?” Ook wilde ze weten boe lang ik al met hormonen in de weer was. “Denkt u dat er een verband kan zijn?”, vroeg ze me opeens en heel direct. Ik was stomverbaasd. Al jaren vermoed ik een verband tussen de voetklachten en de hormonen en opeens vraagt zo’n jonge vrouw in een witte jas precies dát. En of de oorzaak misschien zou kunnen liggen in het feit dat door mijn spierafname wellicht zenuwen in de knel zijn komen te zitten? Nou ja zeg. Even ben ik perplex. “Eh, ja, daar denk ik wel aan. Maar andere artsen ontkenden tot nu altijd een verband. Maar.. ja inderdaad, het zou kunnen. Toch?” Vragend kijk ik haar aan. “Maak maar een afspraak”, zei ze kordaat en daarmee was onze kennismaking afgelopen.

Ik denk dat ik haar maar even hou. Misschien moest ze even wennen aan me. Ik was, vermoed ik, haar eerste transgender. En misschien is ze wel een hele goede arts. Wie weet.

De leugen.

Ik kan het me niet heugen want zo lang is het geleden dat ik het zo glashard deed: ik heb gelogen en het ging zo…

Ik was een avondje uit met een vriendin. Na café Schlemmer aan de Lange Houtstraat in Den Haag, lopen we naar een eetcafeetje vlakbij. We kletsen, we drinken en het is fijn en gezellig. Dan komt er een man, eind 30, langs onze tafel en begint wat te praten met ons. Ik weet niet eens waarover of hoe het precies kwam, zo gaat dat soms. “Dag dames, fijne avond nog”, zegt hij en gaat bij zijn vrienden zitten. 

Even later komt de serveerster: “de heren van tafel één vraagt wat jullie willen drinken”. Vragend kijken we elkaar aan en bestellen wat. “Dan gaan we zo wel bij ze zitten”, zegt mijn vriendin enthousiast. “Dat vind ik wel leuk”. Ik voel hoe mijn lichaam zich spant. “Nee joh”, zeg ik paniekerig, “dat durf ik echt niet” en schichtig kijk ik een beetje in de richting van tafel één. “Ik heb dat nog nooit gedaan”,biecht ik op. “Dan is het juist goed om te doen”, reageert ze zelfbewust. “Ik vind het leuk”, herhaalt ze een beetje uitdagend.  “Ik ga even plassen”, zeg ik. Maar als ik terugkom is mijn vriendin al lekker aangeschoven bij de mannen.

Eerlijk is eerlijk, het is direct hartstikke gezellig. Drie van die Haagse gasten, vaders van jonge kinderen. Lekker direct, vrolijk en een beetje bravoure. We stellen ons aan elkaar voor en al snel gaat het over wie we zijn, het ouderschap, wat verder kijken dan je eigen relatie en, zoals één van de mannen het heerlijk Haags verwoord: “leuke partners die na de geboorte van de kinderen veranderen in degelijke moekes”. En of wij ook zo waren. Wij zijn duidelijk de twee vrouwen/vriendinnen en zij de mannen. Mijn vriendin is ervaren met dit spel. Ze grapt en speelt het spel. Soms serieus en eerlijk, dan een kleine flirt of iets plagerigs. Ik voel me als een veertienjarige bakvis die naar de oudere jongens kijkt. Ik geniet met volle teugen en tegelijkertijd is dit alles volkomen nieuw voor me. Ik krijg nog een drankje aangeboden (nog nooit eerder meegemaakt) en de mannen lijken ook werkelijk in mij geinteresseerd (op deze manier ook nooit eerder meegemaakt) en ik ben volkomen betrokken bij het spel. Het is gewoon supertof om vrouw te zijn. Echt. De plaats, de rol, de flow, het past me als een oude jas. Wat heb ik het gemist zeg en tegelijkertijd maak ik het allemaal voor het eerst mee.

Ik wil geen spelbreker zijn. Ik vind het zo fijn om mezelf en vrouw te zijn. En als ik de opmerking krijg dat ik best laat moeder ben geworden en de vraag hoe dat dan zo allemaal is gekomen is, zit ik een beetje knel. Het is een leuke avond en we vertellen allemaal ons ding.  Maar ik heb geen zin om eerlijk te zijn. Ik wil gewoon een lekker wijf zijn. Begeerlijk een een tikkeltje onbereikbaar. 

Ik vertel dat ik met een vrouw leef en dat mijn partner de moeder is (dat is waar). “Geeft niks toch?”, reageert er één. “Gewoon lekker je ding doen toch?”. Zo’n avond, dus. Maar dan wil er een van de mannen wel weten wie de vader is en hoe dat dan juridisch is geregeld en zo, “wat doen jullie dan, stel dat het misgaat?”. En ik vertel gewoon zonder blikken of blozen dat dat allemaal prima in orde is, dat het contact met de vader goed is en dat hij bij de opvoeding is betrokken. En dan ga ik gauw maar even plassen. Gewoon liegen omdat de waarheid er niet kan zijn. Godsamme, ik was inderdaad veertien toen ik dat voor het laatst zo schaamteloos deed. 

We nemen afscheid. Het was superleuk. Een van de jongens vraagt nog hoe oud dat ik denk dat hij is. Als ik hem te oud inschat moeten de anderen superhard lachen en als ik daarna grappig zeg dat ik bedoel dat hij een oude ziel is, komen de mannen helemaal niet meer bij. 

Buiten ben ik verward. “Ik schaam me kapot. Ik heb gewoon zitten liegen tegen die jongens”, zeg ik tegen mijn vriendin. “Je kunt toch gewoon eerlijk zijn”, reageert ze oprecht en ik knik. “Maar dat vind ik nog zo moeilijk in een situatie als deze”. Ik neem me voor om voortaan te gaan staan voor mijn transgender-zijn. Want dat ben ik. Niet meer draaikonten. 

En terwijl ik dit nu schrijf merk ik dat ik het gewoon heel erg fijn vond om even helemaal  vrouw te zijn en dat ik daarom loog. Voor het eerst in de kroeg aan een tafel met mannen. En dat ik dat zo heerlijk vind. Het spel, het geliefd en gezien worden. Het flirten. Even niets hoeven uitleggen. Gewoon even zijn zoals het eigenlijk altijd had moeten zijn.


Den Haag bij nacht.

Twee blikjes.

Ik had wat vergeten spulletjes in mijn mandje. Achter me, in de rij bij de kassa, staat een jongetje van een jaar of zes. In elke hand heeft hij een blikje Red Bull. Verbaasd kijk ik hem aan. “Ga je die opdrinken?”, vraag ik hem en ik wijs naar de twee blikjes. “Nee, die zijn voor mijn moeder. Ik moest ze voor haar halen”. Brutaal kijkt hij me aan en ik zie hem even fronsen. “Bent u een man of een vrouw?”, vraagt het kereltje opeens genadeloos. “Een vrouw”, reageer ik kalm. En alsof hij zijn vraag nog nog even wil toelichten, vervolgt hij: “want uw stem klinkt als een man, daarom vroeg ik het”. 

In een pavlov-reactie had ik het mannetje wel even willen kielhalen en vierendelen maar ik bleef rustig. Ik word meer mezelf, doe minder mijn best om op mijn allervrouwelijkst te zijn. Ik dans wat minder met mijn stem en mijn mannenwinterjas helpt ook niet mee in de beeldvorming. Ik ‘verslap’ een beetje, zal ik maar zeggen en daarmee is de reactie van het kind wat minder vreemd dan het misschien op het eerste gezicht lijkt.

Veertig jaar mannensocialisatie en voorheen een mannenlichaam. Ook dat ben ik en ik doe minder mijn best dat te verhullen. Ik vind het, geloof ik, ook wat minder erg als mijn oude ik wat door mijn gevonden vrouwelijkheid heen sijpelt. Ik heb nu eenmaal mijn verleden. Ik heb nu eenmaal het lichaam dat ik heb. Ik noem het verslappen maar ik kan het ook ontspannen noemen.  Ja, ik ben gewoon veel meer ontspannen. Ik hoef voor niets en niemand mijn best te doen en ik geloof dat ik dan liever af en toe ‘door de mand val’ dan dat ik hard moet werken om passabel te zijn. 

Deze laatste zin laat ik even tot me doordringen. Is het echt zo dat ik mijn passabiliteit wat loslaat? Ik geloof van wel. Ik ben gewoon wie ik ben. Punt. Beetje ongemakkelijke gedachte, dat ook. Maar gewoon mijn eigen ontspannen zelf zijn…. het kan toch nergens anders heen gaan dan daarheen?

Het feestje.

Kijk, je moet begrijpen dat feestjes voor mij nooit zo’n feest waren. Ik keek dan met de mannen, of alleen,  naar de vrouwen die mooi en aantrekkelijk waren. En die golf van energie, of opwinding of hoe je het ook noemen wilt bestempelde ik als lust (want ik was een man en dat is wat mannen doen, kijken naar vrouwen). Pas jaren later herkende ik die gevoelens als jaloezie. Die vrouwen, dat was ik. 

Ik hing bij de mannen want mannen zoeken elkaar op. Best gelukkig hoor, want echt, met mannen onder elkaar is het best heel tof. Maar mijn onvrede, mijn niet kloppen, zat het echte genieten altijd in de weg. En als ik eens bij vrouwen hing dan werkte het ook niet echt. Mijn eigen verlangens om ook zo te zijn en waar ik vervolgens helemaal niet mee uit de voeten kon, zorgde voor verwarring en ook irritatie bij mij. Snap je het nog een beetje? Zo’n zooitje was het dus in mijn hoofd. Ik was bij de mannen en dat klopte niet. Ik was niet bij de vrouwen want daar paste ik niet. En steeds meer veranderde ik in een een vermijdend en bitter mens, doodop van van het alsmaar aanpassen zonder te weten waarom of waarheen. Heel. Erg. Uitputtend.

Gedurende mijn transitie was ik eigenlijk ook best onzeker. Nieuw uiterlijk, nieuwe gevoelens, de afwezigheid van gedoe in mijn hoofd, voorzichtig aanschuivend bij de vrouwen niet wetend of ik wel bij zou gaan horen, het loslaten van mannencoderingen, het aanleren van vrouwencoderingen, andere kleding, andere stem, een ander lichaam en andere gebaren en gedragingen….. kun je dit nog volgen? Een transitie is niet voor watjes, zeg ik je, maar ook dat lijk ik achter me te hebben gelaten.

Zaterdag was ik op een feestje alsof het mijn eerste was. Vrij van gedoe en met rust in mijn hoofd. Ik was wie ik ben. Ik klop. WOW. Geen zoeken en geen onzekerheid. Mijn uiterlijk en innerlijk in balans en vooral de sociale rol die bij me past. En weet je, als je klopt dan hoef je niet zoveel op een feestje. Gewoon genieten. That’s it! Jazeker, wat een open deur. Maar wel de mijne en ik ben er blij mee. Echt, het is zo fijn om eindelijk een soort van echt normaal te zijn.

De keuken.

Met de gebeurtenissen van de afgelopen jaren zijn we zo goed als mogelijk omgegaan. Zij begreep dat het heftig was voor mij. Dat alles op zijn kop stond in mijn leven. Ze voelde haarfijn aan dat dit het pad was dat ik hoe dan ook zou lopen. Het pad van man naar vrouw. Het was vanzelfsprekend voor haar dat ze mij zou steunen. Me zou bijstaan zo goed als ze kon tijdens alle veranderingen, uitdagingen en beslissingen die ik te nemen had. 

Ze vertelde me dat ze lang geleden al afscheid had genomen van die lange, wat slungelige jongen op wie ze ooit verliefd was geworden en toen ik haar vroeg hoe het kwam dat ik daar niets van had gemerkt zei ze me dat ik teveel met mijzelf bezig was om überhaupt signalen op te vangen vanuit mijn omgeving. “Je had gewoon geen ruimte”, had ze me zacht en begripsvol toegefluisterd. “Ik heb je gevolgd en het is goed zo”. 

Mijn afstandelijkheid maakte plaats voor emotionaliteit. Mijn hoekigheid werd ronder en ronder totdat er van die slungelige jongen niets meer over was. Mijn spieren werden vet en in plaats van avonden alleen achter de computer verlangde ik naar verbondenheid en samenzijn. Ik begon zorgtaken over te nemen. De boodschappen, het koken en het opruimen. Ze zag het en ze vond het fijn. Ze had zo lang gezorgd. Vroeger thuis deed ze het al.

Van mijn allereerste stapjes als vrouw zoveel jaar geleden tot aan mijn nieuwe zorgrol nu: met elke verandering, het zijn er honderden geweest, hebben we zo goed als mogelijk gereageerd. Aangepast, ingevoegd, bijgesteld. Altijd maar weer die nieuwe balans die gevonden moest worden totdat we weer een soort van nieuw normaal te pakken hadden en er weer even wat rust was tot de volgende golf er aan kwam.

Het afgelopen jaar hebben we ons allebei serieus afgevraagd of we er nog wel zin in hadden. Het gedoe moest stoppen. Uiteindelijk konden we allebei en los van elkaar zeggen: “dit ben ik. Zo ben ik. Ik pas me niet meer aan. Dit zijn mijn wensen. Dit zijn mijn verlangens. Dit heb ik te geven en dit heb ik van je nodig”. Het grote plaatje. We moesten opnieuw voor elkaar kiezen. 

De keuken was de rode draad. De keuken die we niet gingen uitzoeken want het had toch allemaal geen zin. De keuken die vervangen moest worden om nog jaren mee te gaan. Het uitstellen van het besluit van het kopen van een nieuwe keuken want hoe kon je zo’n grote aankoop doen als niet duidelijk was of we hem samen zouden gebruiken. De oude keuken zat letterlijk met ducttape aan elkaar. De oude keuken lekte. De oude keuken piepte en kraakte.

De duizend dozen van de nieuwe keuken als de bouwstenen van een nieuw fundament.

Kruis.

“Holy shit, ik heb een vagina”. Ik voel tussen mijn benen of het echt waar is. “Ja, het is echt, echt waar”. Ik lach hardop en hoofdschuddend vol ongeloof loop ik naar de waterkoker om mijn eerste kopje thee van de dag te zetten. 

Dit gebeurt me nog regelmatig, dat opeens en in volle hevigheid tot me doordringt dat ik mijn piemel niet meer heb en dat daarvoor in de plaats een vagina is gekomen. Ik ben me dan ook bewust van de glimlach rond mijn mond maar heel soms vraag ik mezelf nog wel eens af: heb ik echt het juiste gedaan? Had ik echt niet iets anders kunnen bedenken om mijn onvrede weg te nemen? 

Dan herinner ik me mijn dramatische seksleven waar ik worstelde met mijn identiteit, waar mijn piemel in de weg zat en dat ik in paniek van jaloezie was, op de vrouw die onder me lag. En dat ik maar bleef doen alsof ik het allemaal heel tof vond. Ik herinner me die eeuwige frustratie die alsmaar door mijn lijf gierde. Mijn geest als een verbitterde oude man. Mijn onmacht om verdorie minstens een dag gewoon tevreden te zijn. Nee, geluk hoefde ik niet, gewoon een beetje tevreden. Ik in balans met mijn lijf en mijn omgeving.

Het water kookt en ik sta voor het aanrecht. Ik kruis mijn benen zoals ik vroeger wel deed toen ik mijn geslacht naar achter trok zodat het voor een spiegel net leek alsof ik een vagina had. “Nou, dat kan ik ook niet meer doen”, zeg ik lachend hardop. Ik voel nog even. Tussen mijn benen. Er zit niet niets, alles zit er. En met een brede glimlach giet ik het hete water in de theekop. Wat voelt dat tof, zeg. 

Wordfeud.

Iemand zoals ik, die op latere leeftijd in het domein van de vrouwen is gestapt, kan het verschil tussen het ‘man-zijn en het ‘vrouw-zijn’ vanuit de eerste lijn begrijpen, voelen en benoemen.

Toen ik ruime een maand geleden meedeed met het programma Over de streep bleef ik maar naar voren lopen. Van alles meegemaakt, overkomen, doorleefd, tegenaangelopen en opgelost. #metoo, zal ik maar zeggen. 

Als nieuwbakken vrouw in het vrouwendomein heb ik me zo ontzettend verbaasd over hoe vrouwen zich alsmaar (moeten) wapenen. Echt waar???, was mijn reactie toen een vrouw me vertelde, dat als ze ’s avonds alleen over straat fietste op een rustige weg, ze haar huissleutel tussen haar vingers gekneld hield bij wijze van wapen gewoon voor het geval dat….. Geschokt was ik. Ik kwam uit een situatie waarik als man letterlijk zorgeloos door het leven fietste. Hoe donker het paadje ook was. Bij navraag bleken bijna alle vrouwen hun manieren te hebben om zich te beschermen. 

Toen kreeg ik te maken met het dagelijks seksisme op mijn werk en in mijn privé omgeving. Gewoon heel subtiel voelde ik me soms door mannen om me heen op mijn plek gezet. Alsof ik niet helemaal serieus werd genomen. “Ligt dat nou aan mij?”, vroeg ik aan de vrouwen om me heen? “Nee hoor, welkom in de wereld van de vrouw”, was veelal hun reactie. “Zo gaat dat nu eenmaal”. Even heb ik trots gevoeld omdat ik nu echt vrouw geworden was. Ik ervaarde immers nu ook met regelmaat dat gevoel van inferieur zijn. Maar ik was het het niet gewend. Ik was een lange blonde gozer naar wie gewoon geluisterd werd en ik vroeg aan de vrouwen: “waarom pikken jullie dit?” waarop ze zeiden dat het nu eenmaal zo was en dat ze wel beter wisten met als klap op de vuurpijl de opmerking: “ach, laat die mannen maar spelen”. 

Een stompzinnig voorbeeld: ik speel graag wordfeud. Met een leuke profielfoto, wist ik veel. Die foto alleen al zorgt er voor dat als ik een nieuwe speler zoek om mee te spelen ik me schrap zet. Want het zal toch niet weer zo’n vent zijn? “Hé, schatje, leuke foto heb je”.  Ik ga er niet op in. “Hé! Waarom reageer je niet?”, lees ik dan. Een collega vertelde me dat ze om deze reden geen wordfeud meer speelt. Ik was wederom geschokt om zo’n reactie want ik was een man en was me zo niét bewust hoe vrouwen worden beperkt en zich laten beperken in hun vrijheid om te kunnen zijn wie ze zijn. Eén keer heb ik na een kort wordfeudgesprekje gezegd dat ik het woordspelletje wilde spelen en niet het flirten. Toen hij dat niet wilde horen heb ik het spel gestopt.  Tot op de dag van vandaag blijft hij me uitnodigen voor een spelletje. Ik kan hem helaas niet blokkeren. 

Kleine nietszeggende voorbeelden, zeker in vergelijking met de vrouwen die echt serieus te maken hebben gehad met grensoverschrijdend gedrag. Ook die verhalen ken ik. Maar al te goed helaas. Maar als nieuwkomer uit de vrije mannenwereld voel ik nu ook het vrouwelijke keurslijf van mogelijke dreiging en grensoverschrijding en dat is gewoon niet normaal! #metoo is niet overdreven. #metoo is een topje van de ijsberg. Geloof me, ik weet waar ik vandaan kom. Ik weet hoe het nu is. 

Op de Veluwe.

Met ons drieën, mijn partner, onze zoon en ik, fietsen we op zo’n gratis witte leenfiets door park Kröller-Müller. Als ik naast mijn 15 jarige zoon fiets vraag ik hem: “je volgt het nieuws toch ook een beetje?” Hij zegt ja en ik ga verder: “de mensen die hier fietsen, die ook op weg zijn naar het museum, zijn dat nou normale mensen? Je weet wel, waar Rutte het over had?” Hij hoeft er niet lang over na te denken. “Echt niet”, hoor ik hem zeggen met zijn ferme stem, “die mensen daar, die nemen hun eigen electrische fiets mee. Niet normaal toch? En daar”, en ik zie hem wijzen naar twee wandelaars”, die gaan dat hele pokke eind lopen. Dan ben je echt niet goed wijs.”. Ik kijk hem even schuin aan. Meent hij dat nou? Ik verwachtte meer een reactie in de trant van of hier gemiddelde dagjesmensen zijn en of het zou voldoen aan het beeld wat onze premier voor ogen heeft. Mijn zoon meent het in ieder geval: “dan staan hier fietsen en dan ga je je eigen fiets meesjouwen! Om naar een museum te gaan!” Ik lach. Wat is deze jongen heerlijk 15 zeg.

De witte leenfietsen. Je kunt ze gratis gebruiken om mee door het park te fietsen

“Denk jij omdat je nu al deze van Gogh’s hebt gezien meer een echte nederlander bent geworden? Je weet toch wel van die plannen van het nieuwe kabinet om elk kind naar het Rijksmuseum te sturen?” We zitten inmiddels op het terras van het museum Kröller-Müller. “Zou van Gogh ook goed genoeg zijn?”, vraag ik hem. “Hij zet zijn colaatje neer en gaat er eens goed voor zitten: “we moeten met zijn allen naar het Amsterdam Dance Event”, zegt hij beslist. “Deze oude zooi vindt niemand van mijn leeftijd toch leuk? Kijk, Nederland heeft de beste dj’s, ze verdienen het meest en alle grote dj’s zijn nu in Amsterdam. Dát is Nederland”, zegt hij trots. Hij pakt zijn cola leunt achterover in zijn stoel en kijkt me tevreden aan. Hij heeft gelijk en van binnen gloei ik van trots over zoveel eigenheid die hij hier even laat zien.


Het terras van het museum.


“Eigenlijk gaat het er over dat de regering gewoon bang is voor verandering”. Mijn partner meldt zich nu ook in het gesprek. “De regering wil de angst van de mensen wegnemen door ze een nederlands gevoel te geven van veiligheid maar dit is niet de goede manier hoor. Leven vanuit vertrouwen is zoveel fijner”. Ik ben het met haar eens. Het vertrouwen in de ander en dat ‘het leven goed voor je zorgt’ heeft ons gedurende de transitie zoveel moois gebracht. “Ik ben het wel eens met wat je moeder zegt”, reageer ik. “Op alles wat anders is of eng lijkt wordt vaak zo krampachtig gereageerd. En terwijl het juist zo leuk is om anders te zijn. Of jezelf, het is maar hoe je het bekijkt”. En zo gaat het gesprek nog even door. Over het Wilhelmus en dat mijn zoon eigenlijk weinig buitenlandse kinderen in de klas heeft. En dat wij als gezin wel nooit als normaal zullen worden gezien, en dat dat dan weer wel zo prettig is.

Ik jou van ze. Ik hou van ons als gezin. Het is fijn om met ze te zijn en een golf van warme dankbaarheid stroomt door me heen. En het woord ‘lesbisch’ klinkt in mijn gedachten als een lelijk woord uit een andere wereld. Een wereld vol onrust en verwarring.

Identiteit.

Ik ben wat zoekende. Wist ik veel, ik was in transitie. Overleven, dealen met mijn angsten, mijn nieuwe leven, lichaam en geest. Opnieuw passen in de maatschappij. Het cliché beeld van eerst ontevredenheid, dan een transitie en na alle verwarring het geluk en de altijd schijnende zon klopt maar ten dele. Kijk, echt, heus word ik iedere! dag blij wakker. Blij omdat ik een toppprestatie heb geleverd. Blij om wie ik ben geworden en blij om eindelijk zo dicht bij mezelf te mogen leven. Blij dat het alles bij elkaar best goed is gegaan en blij, nou ja, gewoon blij. Wow!

Ik ben wat zoekende. Omdat ik lebisch ben geworden. Of al was, weet ik veel. Nooit bij stilgestaan. Omdat ik leef met een vrouw die het niet was en is en nooit zal worden. Omdat ik toch gelukkig ben met haar maar ergens ook niet. Het potje past niet meer op het dekseltje, zal ik maar zeggen, en dat is keihard wel heel jammer. Maar dat ik toch ook een heel fijn leven heb met haar. Ik heb veel om dankbaar voor te zijn.

Ik hoef niet het onderste uit de kan van mijn leven. Ik ben 52 jaar. Ik heb het goed. Echt. Ik ben 52 jaar. En ik ben een nieuwbakken lesbische vrouw met een maagdelijk lichaam. Wat moet ik er mee? 

Ik leef met een vrouw die me alles heeft gegeven, alles opzij heeft gezet om mij te laten stralen. Die me het beste gunt en bij me wil zijn. Om mij, om wie ik ben. Die me een glimlach geeft op mijn gezicht als ik aan haar denk. Zo heerlijk. Ik doe altijd mijn best om haar schoonheid en wijsheid te eren, haar te laten groeien en bloeien. Om wie ze is. Ik ben heel graag met haar.

Maar ik zal nooit meer met haar zoenen zoals mijn hart zó vurig schreeuwt. 

Het potje en de deksel. Ook dit is transitie. Of, zoals een vriend het met galgenhumor verwoorrdde: “als je vrouw die niet op vrouwen valt niet meer met je wil vrijen betekent het dat jij echt wel helemaal vrouw geworden bent”. 

Hoef niet meer alleen.

Vroeg opstaan. Heel vroeg. Naar het station met de trein. Schip​hol. Wachten, douane, inchecken en hupsakee, vliegen naar Bristol. Dan de bus, dan nog een bus. Even lopen, inchecken bij de rbnb, een klein dutje en na een fikse wandeling bergop ben ik hier in Glastonbury: 

Ik heb altijd al tripjes gemaakt. Een paar dagen alleen weg. Naar Rome. Of Jerusalem. Heerlijk. Maar toen leefde ik nog als een man. 

En nu ben ik een vrouw. Ik moet toegeven dat ik mijn korte nacht voor vertrek best een beetje de bibbers had. Alleen weg. Naar het buitenland. Schiphol. Passabel? En hoe moet het allemaal? Piekeren dus maar tegelijkertijd een reden om juist wel te willen gaan. Het is tijd om weer echt zelfredzaam te zijn, mijn vrijheid te claimen en te doen wat ik wil. Naar St. Petersburg wil ik ook. En naar Warschau. Maar dat zijn plaatsen waar ik als transgender niet meteen in mijn eentje heen kan, vermoed ik. In ieder geval ga ik dat nog niet uitproberen.

Glastonbury Engeland, dus. Lekker een paar dagen alleen weg. Met mijn nieuwe zelf op pad. En dat is het hem nou net: mijn nieuwe zelf wil ook graag op pad. Maar niet meer alleen met mezelf. Samen vind ik veel gezelliger. Lekker delen, verbinden, lolmaken en samen genieten. Wie had dat gedacht? Ik heb het wel naar mijn zin hoor. Maar samen is toch leuker. 

Ik wilde zo vaak alleen zijn. Ik moest me zo vaak afsluiten. Om het te redden. Om te overleven. Om tijd voor mezelf te hebben. Maar jeetje wat een ontdekking: alle tijd, waar en met wie ik ook ben, is tijd voor mezelf tegenwoordig. Ik hoef niet meer alleen.

“Hai schatje, met mij”, ik bel haar whatsapp via de wifi. “Hé Sandra, wat lekker om je even te horen. Hoe was je reis? Hoe is je kamer? Ik ben zo nieuwsgierig maar ik dacht ik laat je maar met rust omdat je daar zo’n behoefte aan hebt als je alleen weg bent”. Ik lach. “Nee, dat hoeft niet meer. Hoe was je dag? Zullen we even kletsen?” “Hè, ja, heerlijk”, zegt ze opgetogen. En ongemerkt is onze relatie weer een beetje mooier geworden want ik hoef niet meer alleen.


Het mag wel maar het hoeft niet meer alleen. Ik kan kiezen en dat voelt pas echt vrij.

Omdat ik ik ben…

“Kun je nu zeggen dat je jezelf bent geworden, zo aan het einde van je transitie?” Deze vraag kreeg ik vanavond. Hij is vaker aan me gesteld en zelf heb ik er vanzelfsprekend eerder over nagedacht. “Als man was ik ook mezelf”, zeg ik. “Niet gelukkig, niet kloppend en zwoegend door het leven maar inderdaad, ook dat was ik. Denk ik. Ik weet het niet precies, eerlijk gezegd”. Ik vertel dat mijn ik best zakelijk kon zijn als man. Dat mijn ik toen problemen goed kon analyseren, knopen kon doorhakken of een kwestie parkeren voor later, om maar eens iets te noemen. En doodongelukkig was. Ook dat. Nadat de testosteron zo goed als weg was uit mijn lijf en de oestrogenen vrij spel kregen werd het pas echt een rollecoaster. Tegenwoordig ben ik emotioneler, dramatischer, liever, zorgzamer, onzekerder, warmer, meer ontspannen en ja, meer mezelf.

“Ik weet het ook niet precies, mijn nieuwe lijf, mijn nieuwe geest. Het klopt gewoon!”, ga ik verder. Ik bedenk me dat ik dit vijf jaar geleden echt zo’n ‘vrouwenantwoord’ had gevonden. Geen argumenten behalve dat het ‘nu eenmaal zo voelt’. Lekker vaag. Maar het is míjn heerlijke vaagheid. Van mij, passend bij hoe ik ben geworden of al was. Geen idee verder. Heerlijk. “Weet je”, besluit ik mijn antwoord, “eerst was de grondtoon van mijn leven donker, zwaar en moeilijk. Nu is mijn grondtoon blij en ongedwongen en dat is geloof ik alles wat ik er over kan zeggen. Ik ben gewoon blij”. Ik lach en ben me bewust hoe ontspannen ik me eigenlijk voel. En hoe nieuw dat nog voor me is. Ik kijk even om me heen. De mensen met wie ik deze avond ben maken me blij. Gewoon omdat ik ik ben en zij kunnen zijn wie zij zijn.

De ontmoeting.

We lopen elkaar tegen het lijf in een gang van de school. “Hoe is het met u?” De studente spreekt me met ‘u’ aan. Het geeft niet, ik ben er aan gewend geraakt. Haar glimlach is hartelijk en open. “Goed, leuk dat je het vraagt”, reageer ik. Ze doelt op mijn transitie, heb ik het gevoel. “Ik ben wat minder gaan werken”, vervolg ik, “ik heb even veel tijd nodig om leuke dingen te doen in mijn leven”. Ik zie een kleine bedachtzame frons tussen haar ogen verschijnen: “is het omdat u ziek bent of gaat het om iets anders?” Stiekem ben ik trots op haar. Wat een mooie doortastende vraag. Ik leg uit dat ik, nu het stof van mijn transitie is neergedaald, ontzettend veel behoefte heb om te genieten van het leven. Dat ik met mijn nieuwe lichaam en geest ruimte voor mezelf wil. Een pas op de plaats in plaats van maar doorgaan. En dat ik dus eigenlijk heel erg blij ben. Even schiet er door me heen dat ik zoiets persoonlijks niet zou moeten delen met een studente maar laat die gedachte snel weer los. In hemelsnaam, ik ben wie ik ben hoor.

“Ik wilde nog even zeggen dat ik zoveel bewondering voor u heb”, vervolgt ze.  “Dat u zo open vertelt over hoe dat allemaal gaat met u en de transitie en zo. Echt, ik heb heel veel respect. Ik wou ook nog even zeggen dat als ik iemand als u ergens zie ik nu heel anders kijk. Ik weet hoe bijzonder het allemaal is en daar ben ik blij om”. Ik kijk haar aan. “Wow”, zeg ik zacht, wat fijn om te horen en wat leuk dat je dit met me deelt”. “Ik had het vorig jaar al eens willen zeggen”, gaat ze verder, “maar ik wist niet zo goed hoe. Ik durfde niet zo goed”. Ik ben oprecht onder de indruk van haar. Wat geeft ze me een mooi compliment. “Dankjewel”, zeg ik. We kijken elkaar even aan en spontaan geven we elkaar een knuffel. Als ze daarna wegloopt roep ik: “en hoe is het me jou?” Ze draait zich om en roept terug: “goed hoor. Dahaag”.

Als je me echt zou kennen…

Als ik je echt zou kennen, wat zou je me dan vertellen? Zo’n 50 eerstejaars studenten van rond de 18 en zo’n 15 volwassenen, collega’s. Met zijn allen zijn we een dag in de sporthal. We doen een Challenge Day.

Challenge Day is een dag vol emotie waarin er onderling meer bewustzijn wordt gecreëerd, meer respect ontstaat, vriendschappen worden beklonken of versterkt en ruzies worden bijgelegd. Het is een dag waarin jongeren de kans krijgen elkaar echt te leren kennen, om te ontdekken wie zij zelf en de andere deelnemers werkelijk zijn. Tijdens deze workshop gaan de jongeren actief aan de gang met drie hoofdonderwerpen:


  • Bewustwording van eigen gedrag en emoties

  • Meer begrip voor het gedrag en de emoties van anderen

  • Respect naar jezelf en anderen

Dit is wat op de website staat van challenge day over wat het precies inhoudt. Een aantal volwassenen doen mee om een voorbeeld en een voortrekker te zijn voor de jongeren. Dit alles was een understatement zeg. Heftig, emotioneel, zeer verbindend en vol respect. En als je wil dat de wereld een klein stukje beter wordt en als je niet langer alleen wil zijn vraag dan aan je buurman: “als ik je echt zou kennen, wat zou je me dan vertellen?” Letterlijk. 

Misschien heb je het wel eens op de televisie gezien, het programma met Arie Boomsma: Over de Streep. Het letterlijk over de streep stappen was een van de belangeijkste onderdelen van de dag. “Kijk om je heen. Je bent niet alleen”. Hieronder een impressie van het programma:

Zo intens als in deze trailer was het ook voor mij en voor iedereen die meedeed. Ik ben transgender, ik ben gewoon onzeker en ik voel me alleen. Ik weet nog steeds niet goed bij wie ik hoor. Deze dag vol mannen en vrouwen….. en ik. Respect voor iedereen en respect voor mij. Als je me echt zou kennen dan zou ik je dat vertellen. En dat heb ik gedaan.

Dit is mijn verhaal. Het verhaal van anderen was minstens zo indrukwekkend. Mooi, ontroerend en heftig soms. Maar altijd vol respect en liefde. En niemand stond alleen. Helemaal niemand.

Respect.

De logeerhond.

“Jutta, kom maar. Kom dan”. Onze logeerhond is een meter of dertig achter me blijven staan. Stokstijf staat ze met haar snuit diepgestoken in het hoge gras. Ze ruikt iets heel belangrijks maar ik wil verder. “Jutta, kom maar. Kom maar”. Uitnodigend buig ik voorover en klap enthousiast in mijn handen om haar aandacht te trekken. Geen reactie. Iets in het hoge gras is zoveel belangrijker.

Ik kijk om me heen. Ik overzie het hondenuitlaatpaadje. Niemand te zien. Ik zucht even: “jutta! Hierrr!”. Mijn zware mannenstem blaast haar kant op. Jutta spitst haar oren, rent mijn kant op en gaat voor me staan kwispelen alsof ze wil zeggen: “kijk eens hoe goed ik kan luisteren”. “Kom maar”, zeg ik zacht. Ik aai even over haar kop en gedwee loopt de hond met me mee.

Zo af en toe logeert Jutta bij ons. Ze is een kruising tussen een bouvier en een labrador. Jutta is supergoed opgevoed. Ze luistert, ze bedelt niet en doet geen hond of mens kwaad. Ik ben echt blij dat ze af en toe bij ons is. “Het enige met Jutta is”, had haar bazin in het begin gezegd, “het enige is dat ze beter naar mannen luistert dan naar vrouwen”. Mijn zoon blij want inderdaad, hij hoeft maar een kik te geven en ze luistert meteen naar hem.

Nu is het zo dat het voor mij stemtechnisch gezien best lastig is om een luide krachtige vrouwenstem op te zetten. Eigenlijk heb ik geen idee hoe mijn stem overkomt maar goed. Laatst, bij een klein meertje waren meerdere honden én hun baasjes. Ik wilde verder. Jutta niet. “Jutta, kom maar. Kom dan, we gaan”. Ik voelde mezelf weer gezellig voorover buigen en in mijn handen klappen. “Ze is niet van mij en ze luistert niet zo goed”, zei ik schaapachtig tegen de mevrouw naast me terwijl we samen keken hoe Jutta tot haar knieën in het water stond en bleef staan. 

De hond is braaf. Ik weet dat als ik wegloop Jutta me uiteindelijk gewoon volgt. En later, toen ik weer alleen met Jut was, moest ik het toch nog een paar keer proberen: “jutta! Hierrr! Lig! Goed zo. Brave hond”. Die stem, hé. Als ie maar laag genoeg is…

Jutta is gek op water.

Autonomie versus verbondenheid.

Het is gek hoor, om het mezelf weer te horen zeggen: “nu word ik pas écht mezelf”. Ik heb deze zin een paar keer uitgesproken de afgelopen dagen. En dat komt omdat de laatste restjes mannelijk gedrag uit mijn systeem aan het verdwijnen zijn. Bijvoorbeeld: vroeger was ik kampioen ‘op mijn eiland’ zitten. Bij de minste of geringste tegenslag, vermoeidheid, een leuk feestje of gewoon na een dag werk moest ik me afsluiten. Uit contact met mijn omgeving. Een moeilijk gesprek? Daar moest ik altijd over nadenken. In mijn eentje natuurlijk. Of ik moest iets in mijn eentje verwerken. Een drukke dag? Dan moest ik toch echt even alleen zijn. Nou ja, even…. het liefst hele dagen en nachten. Ik was bijzonder autonoom. Alleen, niet delen. Niet echt. Zelf beslissen, niet kwetsbaar opstellen. Het plaatje is helder toch? En het is ok hoor. Autonomie betekent ook zelfstandigheid, maar toch ook een beetje eenzaam vanwege het weinige delen. 

Komt het door de hormonen? Komt het omdat ik mezelf als vrouw kan zijn? Ik weet het werkelijk niet. Wel weet ik dat gewoon een ander mens ben geworden. Delen, ik bedoel echt delen, dus ook kwetsbaar opstellen. Mezelf laten zien en de verbondenheid met de ander als onontkoombare noodzaak voelen. Lekkere gerechten koken om de ander blij te maken. Opruimen, boodschappen doen en het als belangrijkst vinden dat de ander gelukkig is. Ik weet niet wat ik meemaak. Het geeft me grote innerlijke vreugde als ik de zorgrol in ons gezin op me kan nemen. Echt hele grote vreugde. Ik hoef niet meer alleen te zijn. Ik wil me niet afsluiten. Integendeel. Samen en verbondenheid. Knus, gezellig, warm en verbonden. Ik kan niet anders. Ik wil niet anders.

Na alles wat we met mij hebben meegemaakt met mij. Ik bedoel mijn transitie, mijn twijfels, mijn zoeken, mijn operatie, mijn opluchting en mijn nieuwe leven, Dit best wel heel tof. Echt, ik ben serieus een leuk en behoorlijk ongecompliceerd mens aan het worden. Ik vind het echt heel fijn voor iedereen om me heen.

Dit geitenkaas, honing en walnotentaartje was echt heerlijk.

Transitie deel zoveel.

Het begon allemaal met de controlerend arts en zijn vragenlijst. Na drie weken (“sorry, het staat op de lijst ik moet het toch even vragen”), na zes weken, na drie en na zes maanden, elke keer als ik op controle kwam na mijn geslachtsbevestigende operatie kwam de vragenlijst en dé vraag: “heeft u al een orgasme gehad?” Dit was mijn kennismaking met mijn vrouwelijke seksualiteit. Nou ja, seksualiteit, ik kon amper zitten, lopen, nadenken of keuzes maken dat eerste half jaar. Maar goed, die voorovergebogen witte jas, dat géén oogcontact en díe vraag was mijn warme welkom in wereld van de vrouwelijke seksualiteitsbeleving. En, oja, dat latente onuitgesproken schuldgevoel dat ik onderhuids voelde borrelen bij mijn antwoord:” eh, nee, nog niet”. Ben ik te laat of zo? Heb ik een probleem? Is er iets misgegaan?, dacht ik dan daarbij. Maar goed, ik heb op dit blog voldoende en met verbijstering  over deze vraag geschreven. Inmiddels ben ik ruim twee jaar en een stuk of wat orgasmes verder. Godzijdank voor de technische kundigheid van mijn opererend arts, alles werkt in mijn vagina.

Mijn startkapitaal.

Eind goed, al goed zou je zeggen. Veel plezier met je nieuwe leven en je nieuwe lijf en tot nooit meer ziens. Job done, volgende patiënt alstublieft. En inderdaad daar ging ik. Oefenen, hopen op een orgasme en gewoon maar ‘een beetje blijven rommelen daar beneden’. Gaandeweg krijg ik meer rust en ruimte om mijn seksualiteit van mij te maken want eerlijk gezegd heb ik geen idee waar ik mee bezig ben. Ik sta nog echt aan het begin. Mijn seksuele startkapitaal bestaat uit 45 jaar mannensocialisatie. In mijn geval betekende seks vooral veel ‘hoofdwerk’. Fantaseren en vooral heel erg mijn best doen om mijn ware gevoelens niet te voelen want dat was te bedreigend. Dat gierende, brommende, boze seksuele paard in dat verdomde mannenlichaam heb ik moeten beteugelen, bevechten, haten en minachten. Ik ben er nu pas aan toe om onder ogen te zien dat het allemaal niet zo heel erg tof was op dat gebied. Nee, ik moet het goed zeggen: ik heb vandaag zitten janken om de pijn en frustratie van toen. Het was zo ontzettend donker en eenzaam vroeger. Als ik nu wil gaan genieten van mijn vrouwelijke seksualiteit, als ik wil ontdekken en ervaren hoe het is om een kloppend seksueel wezen te zijn dan heb ik mijzelf te vergeven. Ik weet het, ik moest overleven en ik kon er ook niets aan doen. Maar eerlijk is eerlijk, het was gewoon k*t, het was niet ok. Door onder ogen te komen hoe het was maak ik ruimte voor het nieuwe. Seks, mijn lijf, mijn vagina, hoofd en hart. Dit is ook mijn transitie, thuiskomen in mijn lichaam.