Tanja van Hengel

Ik was aan het reageren op onderstaand bericht van Rianne

https://wp.me/p5VnwF-3Fa

toen ik me besefte dat mijn reactie een eigen plek verdient. Tanja van Hengel, mijn oude gendertherapeute. Die zo fijn out-of-the-box is dat ik me meteen thuis voelde bij haar. Niets was op dat moment heerlijker dan me gezien en erkend te voelen. Wat had ik dat nodig zeg, aan het begin van mijn transitie (en soms nog steeds hoor). Ik kon twijfelen, zoeken, ja! nee! toch wel, of nee, toch maar niet in verandering. Alles kon er zijn en zij was zo kundig. Niet mijn transitie stond centraal maar mijn verlangen om rust in mezelf te vinden. Een heel ander uitgangspunt en voor mij van wezenlijk belang.

Twee jaar lang om de week een gesprek. Ik heb twee verschillende psychiaters moeten zien ter bevestiging van mijn diagnose. Ook nog een keer bij een andere psycholoog. Ik heb ongelogen duizenden vragen van psychologische tests ingevuld totdat ik er gek van werd. Ik wil maar zeggen, heel gedegen hulpverlening. En dat in combinatie met haar warme, oprechte persoonlijkheid en kunde maakte het voor mij dé ideale therapeute. Maar vooral, echt ja, vooral omdat het niet alleen over mij, ikke in mijn transitie, ging was de hulp zo waardevol. Hoe ik met mijn parner kon omgaan, hoe belangrijk het was dat zij ook een stem had. En ik heb me zo gesteund gevoeld als het ging over mijn zoon, toen negen jaar. Hoe we het gingen vertellen over mij. Hoe zijn basisschool en vriendjes het zouden kunnen horen. Tanja heeft er mede voor gezorgd dat mijn transitie zo, naar omstandigheden, soepel is verlopen. “Als het nodig is ga ik mee naar zijn school om het uit te leggen”, heeft ze me aangeboden.

Ik ging weg bij haar want ze kon mij niet opereren. Ik ging naar de VU. Met een diagnose op zak (“daar doen we niets mee, we willen graag zelf kijken waar u staat”). Met mijn hormoonbehandeling en mijn endocrinoloog (“als u besluit geen hormoonbehandeling via ons te doen gaan we u niet verder helpen”). Met mijn RLE was ik al begonnen (“dat is uw verantwoordelijkheid, we tellen die tijd niet mee, pas als wij zeggen dat het goed is gaan we het RLE noemen”). En zo bleef ik post ontvangen met mijn jongensnaam.

Ik had geen keuze, Thailand was geen optie voor mij. En dus was het wachten na de intake. Zes frustrerende gesprekken verder en na het groene licht van de VU ballotagecommissie mocht ik door naar de volgende ronde. Ik mocht de RLE in terwijl ik al als vrouw leefde, maar tenminste werd ik in de correspondentie nu aangesproken als mevrouw. Opnieuw op de wachtlijst. Nu voor de operatie. Toen mijn operatiedatum wéér was uitgesteld en opgeschoven heb ik daar als een viswijf werkelijk waar staan gillen dat het genoeg was. Genoeg! GENOEEEEGGG!!!!! Dat hielp en een paar maanden later werd ik dan eindelijk geopereerd.

Ik wil maar zeggen: ik ben gewoon superblij met Tanja. Wat er gebeurd is weet ik niet. Maar haar kwaliteiten als therapeut staan voor mij buiten kijf. En zelfs nu nog weet ik dat ze er voor me zou zijn mocht het nodig zijn. Ik weet wel dat Tanja ‘anders’ is in de zin van bijzonder. En laten wij transgenders nu ook anders en bijzonder zijn. Daarom kan ze zo goed aansluiten, vermoed ik. Maar we weten ook allemaal uit eigen ervaring dat de maatschappij niet altijd zoveel kan met ‘andere, bijzondere mensen’. Maar goed, ik weet er echt het fijne niet van en kan alleen maar hopen dat het haar heel goed gaat. Ze verdient het.

Ik ben niet zo’n mopperaar, en mijn VU verhaal mag ook wel eens verteld worden. Ik hoop echt dat de situatie daar inmiddels is verbeterd.

Advertenties

Koningsdag 2018.

Kijk, daar op de achtergrond, dat gebouw, daar heb ik een paar jaar geleden als een van de eersten van de stad, mijn geslacht laten veranderen bij de burgelijke stand.

En weet je. Het maakt me allemaal wat minder uit. Hoe ik er uit zie. Hoe ik over kom en wat men van me denkt. En dus, wat heb ik heerlijk gedanst bij de verschillende podia, in de straten en op een brug bij de discobus. Kletsen met vreemde mensen en zo heerlijk gefeest met mijn partner. Wat een genot om zo lekker te kunnen genieten van alles om me heen. Omdat ik gewoon steeds meer mezelf kan én durf te zijn. Wat een toffe Koningsdag.

Dartelend naar beneden.

Zo soms komen er herinneringen boven waarvan ik dan denk: “holy shit”…

Ik blowde niet echt veel hoor, in die tijd. Ik leefde als 100% man, redelijk tevreden met mij eigen onvrede, volkomen onbewust van wat er nog komen zou en wat zich allemaal roerde in mijn onbewuste. Ik blowde wel zo af en toe als deel van mijn ontdekkingsreis zoals jonge mensen dat nu eenmaal doen. En ik vond het lekker, hoor. Wegdromen, vrij associeren, lachkicks met vrienden. Een paar plantjes in de tuin voor een heel jaar plezier.

Ik lig op de bank. Ik ben hartstikke stoned en ik geniet van droomreis die ik aan het maken ben. Emoties voelen sterker. Beelden zijn helderder en met een vage glimlach rondom mijn mond zie en beleef ik van alles en niets tegelijkertijd. Op een bepaald moment ben ik heel erg in contact met mijn lijf. Liefdevol voel ik me één met mezelf. Een soort van opwinding glijdt zachtmoedig dartelend naar beneden. Naar mijn kruis… naar mijn vagina…. hmm, wat verrukkelijk…. WAT!!?? Vagina??!! Ik open mijn ogen en zit opeens rechtop. Ik schud de dromen van me weg, drink een glas water, sta op en ga naar bed. Daarna heb ik nooit meer geblowd.

Feestje.

Ik had er zin in, in het feestje. Maar ik was ook een beetje gespannen. Die spanning leek een beetje op hetzelfde gevoel als toen ik voor het eerst als vrouw naar buiten ging. Me wat bekeken voelen, onzeker over reacties die ik wel of niet zou krijgen. Tegelijkertijd besefte ik me dat de man in mij, diegene die ik ooit was, inmiddels wel heel erg naar de achtergrond is verdwenen. Ik ben sterk, ik ben een vrouw en mijn identiteit klopt alweer best lang met hoe ik er uit zie en wat ik uitstraal. Dus in die zin had ik helemaal geen zorgen.

Mijn oude vriendenclub is er. En met oud bedoel ik dat ik de mannen ken sinds mijn tienerjaren. Mijn oude dna en nog steeds kan ik lezen en schrijven met ze. Ze zijn er allemaal. “Hé Sjon, hoe is het?” De allereerste zin van het feestje. Pfff…. “Halloooo….het is Sandra!” Sinds een jaar of vijf al weer, denk ik daarbij in gedachten. “O, sorry, ja hoi San”. Ik baal wel maar op de een of andere manier raakt het me niet meer zo. Ik vind het onbeschoft. Ik vind het onattent en ik vind het klunzig maar bij mij overheerst vooral verbazing. Het is zo lang geleden dat iemand dat tegen me zei. Ik ken hem veertig jaar en ik zie hem nauwelijks meer. Ergens snap ik het ook wel.

Even later, een andere oude vriend. Ik was hem wat uit de weg gegaan. Als enige lijkt hij mijn transitie niet helemaal verwerkt te hebben. Qua energie is hij man-man en ik ben er achter dat hij sowieso niet met vrouwen kan omgaan. Drank, grappen, verhalen van vroeger. Ik moet om hem lachen, zoals altijd en lachen is fijn. En als een andere vriend bij ons komt staan praat hij over mij in de hij-vorm. Pfff… ik ben er zo klaar mee. “Waarom zien we elkaar eigenlijk nooit meer”, vraagt hij aan me. “Precies hierom”, reageer ik direct. “Je kunt de slag niet maken, ik ben nog steeds die gozer van vroeger, althans zo benader je me en je sprak zojuist weer in de hij-vorm over me. Daar kan ik toch niks mee?” Hij prevelt excuses en dat hij dat niet zo zei of niet bedoeld had en dat we toch gewoon een biertje kunnen gaan pakken? Hij houdt zijn hoofd schuin en kijkt me vragend aan. Hij snapt het werkelijk niet. Ik pak geen biertjes meer. Dat is mannen-onder-elkaar taal. Dat is precies wat ik bedoel.

Nog iemand van vroeger. De zus van een van de vrienden en ik ben nieuw voor haar. Ik zit naast haar en al snel keuvelen we over de kinderen, de lekkere hapjes en Frankrijk. “Dat is je vrouw toch?”, zegt ze, en ze kijkt in haar richting. “Zeker”, reageer ik trots. “Ik vind het zo knap van haar. Van jou ook hoor, maar van haar… ja…. echt heel bijzonder”. Even schiet de Luizenmoeder door mijn gedachten: “dat vinden we niet raar, dat vinden we alleen maar heel bijzonder”. “Dankjewel”, reageer ik oprecht, “ze is ook een heel fijn mens”. “Je bent eigenlijk niets veranderd”, gaat ze verder. Als ik doorvraag wat ze bedoelt zegt ze dat ik klop qua uitstraling en dat er eigenlijk niets vreemds is aan mij. Ik moet lachen. Het is een leuk mens. Eerlijk en gewoon geinteresseerd in mij en waarschijnlijk ben ik de eerste transgender die ze ontmoet in haar leven.

Het feestje gaat niet alleen over mijn transitie. Ik dans en praat en geniet. Ik voel me vrij en nog steeds zo heerlijk opgelucht alsof het mijn eerste dag uit de kast is. Ik dartel langs de mensen. Ik lach en ik speel. Ik ben me zo bewust dat de ballast van het man zijn helemaal verdwenen is. En voor het eerst realiseer ik me dat ik ook de ballast van mijn transitie kwijt ben. Het wennen, de onduidelijke rol, mijn onzekerheid of ik er wel écht kan zijn zoals ik ben. Het maakt me niet meer uit, geloof ik, hoe ik overkom. Ik weet wie ik ben. Het was gewoon een superleuk feestje.

De ontmoeting.

Zijn handen, zijn verlangen en manier van doen zijn overweldigend. Mijn plaats binnen dit alles is er een van overgave en verwondering. “Laat het maar gebeuren”, had ik afgesproken met mezelf. Ik slurp de ervaring met volle teugen binnen. Dus dit is wat het is om vrouw te zijn. De mannelijke daadkracht tegenover me raakt me in de kern van mijn vrouwelijke wezen. Dit gevoel, deze erkenning van mijn lijf en geest, deze rol en plaats is waar ik thuis hoor. Een diepe ontspanning en een ongekende blijheid, wat een heerlijke combinatie, zweven vrijelijk door mijn geest. Ik hoef niets. Ik hoef niets meer op te houden. Alleen maar genieten en de flow volgen. Eindelijk, alles is op zijn plaats gevallen.

Het was onvermijdelijk en het zat er al even aan te komen. Doodeng vond ik het eerst, de gedachte aan het vrijen met een man. Maar toen ik hem had gevonden wist ik zeker dat ik hét zou gaan doen. Ik wilde het op zijn minst een keer ervaren. Door me te verbinden met een man heb ik een ander soort vrouwelijkheid in mezelf aangeraakt. Ontdekt wat het is om vrouw te zijn bij een man. In mijzelf heb ik een ronde, bruisende oerkracht ervaren waarvan ik al mijn hele leven weet dat dié energie in mij leeft en die er eindelijk uit mocht komen. En dat gevoel, die diepe beleving van ‘kloppen als vrouw in al haar facetten’ was ongekend en heel bijzonder voor me.

Maar of ik nu op mannen val? Ik heb geen idee. Ik ben nog nooit verliefd geweest op een man. Altijd op vrouwen. En dit, met deze man, ik moest het gewoon doen. En, wow, wat is het me goed bevallen. En hoe dit alles verder gaat weet ik niet en het maakt me eigenlijk niet uit. Met deze man was eenmalig. En fantastisch. En morgen is er weer een dag.

In wezen ben ik niets veranderd.

In mijn knusse kleine autootje rijd ik ontspannen binnendoor richting Noord Holland. Katwijk, Noordwijk, Lisse, de Zilk, Vogelenzang. Dan door naar Aerdenhout, Bloemendaal en verder richting het noorden. Een heerlijke rit op een rustige vrijdagochtend. Vandaag neem ik deel aan ik een workshop mediteren, contact maken met het hogere door middel van geleide visualisaties en fijne gesprekken.

In mijn verleden heb ik van alles gedaan op spiritueel gebied. Stiekem sweatlodges bouwen in de duinen om zweethutceremonies te doen. Logeren bij de Krishna’s. Eindeloos mediteren, praten, ontdekken. Het heeft er allemaal voor gezorgd dat ik een zekere rust en kalmte in mezelf heb leren kennen. Een plek in mij waar het altijd fijn en vertrouwd is. Ik zag mijzelf eerlijk gezegd op een gegeven moment het hectische leven hier wel achter me laten en vertrekken naar een of ander klooster, een top van een berg of een leefgemeenschap waar het hogere een centrale plek zou hebben. Het spirituele kwam toen ook voort vanuit een sterke mannelijke onvrede. En ik maar zoeken. Mijn spirituele pad heeft er, vermoed ik, ook voor gezorgd dat ik zo laat in mijn leven in transitie ben gegaan. Want zeg het maar: “is de menselijke ziel mannelijk of vrouwelijk? Maakt het überhaupt iets uit? En als de hartsverbinding zo belangrijk is voor mij dan zou het toch niet hoeven uitmaken of ik met meneer of mevrouw word aangesproken? Of ik een jurkje draag of niet?” Dit soort vragen hebben eindeloos door mijn hoofd gespookt.

En het leven heeft me een mooie poets gebakken door me te dwingen met aardse zaken bezig te zijn. Welke sieraden vind ik mooi? Welke kleding draag ik graag? Hoe groot zijn mijn borsten? Ben ik nou een man of een vrouw? Eindeloos ontharen en alsmaar bezig zijn met mijn nieuwe lichaam. En echt, het materiële, het bezit, geld, ik vond het allemaal niet zo belangrijk. En in wezen vind ik het nog steeds niet interessant. Een fijn contact, verbinden met andere mensen, groei, dat is toch wat ons werkelijk bijblijft en ons innerlijke vervulling geeft? En toch moest ik gedurende mijn transitie, en nog, bezig zijn met hoe ik er uit zie en hoe ik mijzelf presenteer. En nu? Mijn geest, mijn ziel, is nog steeds dezelfde. In wezen ben ik niets veranderd en toch is alles anders. Er is ruimte gekomen voor rust en tevredenheid. Mijn uiterlijk is in overeenstemming gekomen met mijn innerlijk maar snappen doe ik het niet want, ik zeg het nog maar eens: in wezen ben ik niet veranderd. En zo kabbelen mijn gedachten terwijl ik rustig naar het noorden rijd.

“Hallo, ik ben Sandra”, zeg ik tegen de vrouw die de deur opent als ik aangekomen ben. Ik loop de woonkamer binnen en geef de andere deelnemers een hand. “Het is toch weer opvallend”, zegt één van hen lachend. “Weer zijn we met alleen maar vrouwen. Het spreekt de mannen blijkbaar niet aan of ze doen het op hun eigen manier”. Ik glimlach en zeg niets. Even wennen. Even aankomen. Ik kijk de kring vrouwen rond en zucht tevreden. Het maakt me niet uit wat we doen vandaag. Ik ben gewoon blij. Van binnen heel erg blij.

Nog lang en gelukkig.

Mijn zoon is jarenlang geabonneerd geweest op de Donald Duck. En nu hoeft ie hem niet meer. “Ik ben er te groot voor”, zei hij duidelijk. “En mag ik dan voor het abonnementsgeld een horloge kopen. Please, please, please??” De kleine boef wordt groot. In Mei alweer 16. Ik bel met Sanoma, de uitgever. Dat ik het abonnement wil stopzetten. “Voor de resterende weken mag u wel een abonnement op iets anders”, vertelde de dame aan de telefoon opgewekt. Ze noemde zo’n beetje wat ze hebben aan bladen en ik moest snel kiezen. De Llibelle. Het is de Libelle geworden. Beetje suf maar ook wel leuk voor die paar weken. Dus hier geen gefrustreerde berichten meer over de soms seksistische en rolbevestigende eendenfamilie.

Maar wel het onderstaande. In de Libelle van afgelopen week een artikel over hoe een relatie zonder seksualiteit toch kan werken.

Het geeft me de gelegenheid te vertellen over hoe mijn partner en ik onze relatie na mijn transitie vormgeven. Dit proces is nog gaande en tegelijkertijd lijkt de fase van onduidelijkheid en zoeken naar de nieuwe vorm afgelopen.

Ik ben van geslacht veranderd. Mijn partner is niet opeens op vrouwen gaan vallen. We hebben beiden onze verlangens. We houden zielsveel van elkaar en hebben de wens om samen oud te worden. Lang leek het een onmogelijke opgave om al deze aspecten van ons leven binnen onze relatie een plek te geven.

Als we beiden in onze bijzonderheid en eigenheid naast elkaar willen stralen in het leven, ligt er voor ons de uitdaging om elkaar los te laten. “Je kunt elkaar niet hebben”, noem ik het. Ons seksuele leven ligt niet meer bij elkaar. Bijna al het andere wel. En nu kunnen we in alle oprechtheid en liefde zeggen dat we samen blijven zonder seks. Het proces van het loslaten van waarden en normen, het accepteren van (weer) een ander plaatje qua samenleven en het hebben van vertrouwen in elkaars liefde hebben we nu wel doorgewerkt. Ware liefde is de ander oprecht het beste gunnen, al lijkt dat niet in je eigen belang. Ware liefde is loslaten in verbondenheid. Ook als het seksualiteit betreft. Voor beiden.

Blijft er voldoende over? Is er voldoende intimiteit, warmte en belangstelling voor elkaar om door te kunnen met elkaar? Dat hebben we uitgezocht. Wat dan wel en hoe dan? Hoe gaat onze relatie er uit zien als de seksualiteit er uit verdwenen is?

Ja. We hebben het zó fijn met elkaar. En ook de fysieke intimiteit met elkaar is niet verdwenen, sterker zelfs, nu de spanning tussen ons wat betreft seksuele verwachtingen helemaal is verdwenen, komt de ruimte voor fysieke nabijheid weer heerlijk terug. Wat een bijzonder proces en wat knap van ons (al zeg ik het zelf). Het artikel in de Libelle zegt met name dat eerlijkheid, fysiek contact (knuffelen) en wederzijdse tevredenheid over de situatie belangrijke pijlers zijn om een relatie zonder seksualiteit succesvol te laten zijn. En voor de rest? Ik voel me blij en ik voel me vrij…

Dit is mijn lichaam.

Ik durf het hier haast niet vertellen want zo suf voelt dit verhaal. Tegelijkertijd snap ik heel goed waarom het nodig was. Fijn en belangrijk om eens heel goed te kijken. Een hernieuwde kennismaking met mijn lichaam, zo je wilt.

Na mijn geslachtsbevestigende operatie had mijn lichaam een flinke tik gekregen. Meer dan een half jaar was ik serieus bedlegerig, mijn lichaam een gehavend omhulsel van een onwennige maar gelukkige geest. Naarmate ik fitter werd begon ik mijn lichaam meer en meer te verkennen. Borsten, nog steeds gevoelig. Een vagina, schaamlippen en een clitoris. Zou het werken? Hoe gevoelig is het er? Het oorglogsgebied dat was achtergebleven na de operatie was langzaam veranderd in een keurige vagina. Heel gewoon eigenlijk. Een keurige voorbips, zoals ik in de serie ‘de Luizenmoeder’ hoorde zeggen. Niet perfect maar ruim voldoende. Dankuwel dr. Özer. Missie geslaagd. Alles doet het, alles werkt, klaar.

Vorige week,op een rustige zondagmiddag heb ik mezelf gefotografeerd. Van top top teen en poedelnaakt heb ik mezelf voor het eerst eens heel goed bekeken. Van heel dichtbij tot totaal voor de spiegel. Mijn borsten (staan een beetje naar buiten gericht), mijn heupen (echte vrouwenheupen, ik ben dikker geworden) en mijn vagina. Mijn vagina is zo gewoon om te zien. Niks bijzonders aan, hoe gaaf is dat!

Dat vind ik dus gek, mezelf fotograferen. Maar wat een heerlijke opluchting. Wat een erkenning voor wie ik ben geworden heb ik mezelf gegeven. Gewoon kijken. In alle normaalheid kunnen zeggen: “dit is mijn lichaam”. Trots op waar ik blij mee ben en een beetje schaamte over wat niet perfect is. Spelen met mijn zelfbeeld. Wennen aan wie ik ben geworden. Ik ben weer een stukje normaler geworden. Weer wat meer in balans.

Ik heb ze maar weggegooid, die foto’s. Ik wilde van de week een foto laten zien van ik weet niet meer wat aan een collega toen ik opeens mijn eigen naaktheid voorbij zag komen. “Ehh, ik kan de foto even niet vinden”, zei ik haastig tegen mijn collega. Niet dat ik me schaam voor mijn naaktheid hoor, maar toch. Dat doe ik gewoon niet zo makkelijk, die foto’s tussen de dagelijkse kiekjes laten slingeren.

Ook dit is groei. Van mijn lichaam gaan houden, gewoon zoals ik ben geworden.

Vader.

“Bent u de vader of de moeder?” Verward kijk ik naar de eerste vraag van de enquete. Ik ben gevraagd om een vragenlijst in te vullen over de mate van tevredenheid over een revalidatiecentrum waar wij met onze zoon de afgelopen jaren veel zijn geweest. Natuurlijk wil ik meedoen maar bij deze eerste vraag voel ik weerstand. Nou vooruit dan maar: ik klik ‘vader’ aan bij gebrek aan beter. Vraag 2: “wat is de leeftijd van de vader?” Vraag 3: “nu volgen enkele vragen over hoe de vader de zorg van het revalidatiecentrum heeft ervaren”. Sjacherijnig klik ik de pagina weg en ga terug naar de uitnodigingsmail voor de enquete en druk op reply:

Geachte heer ***,
Bij het invullen van de vragenlijst loop ik er tegenaan dat slechts gekozen kan worden voor Vader of Moeder en dat terwijl er meerdere samenlevingsvormen zijn. Ik ben de biologische vader van mijn zoon maar ook transgender. Dus ik ben de vader niet meer. De moeder ben ik sowieso niet. Graag zou ik bv bij de vraag: wie vult de lijst in?, de optie Anders toegevoegd zien. Of gewoon de term opvoeder oid. Want ook homoseksuele mannen of vrouwen komen nu niet aan bod in de vragenlijst. Die zijn met twee vaders of twee moeders.
Bedankt alvast.

Met vriendelijke groet,

Later die dag deel ik deze ervaring met mijn zoon. Dat ik een mail heb gestuurd en dat ik hoop dat ik daarmee toch weer een stukje bewustwording heb meegegeven. “Maar San”, reageert hij, “wil je dan mijn vader niet meer zijn? Want dat kan echt niet hoor. Je bent toch mijn vader?” Hoor ik nu wat schrik in zijn stem? “Nee hoor jongen, ik ben en blijf altijd je vader. Maar ik wilde vooral vertellen aan de onderzoeker dat er meer smaken zijn dan vader en moeder”. Ik hoor mijn zoon geruststellend zuchten. “O, gelukkig”, zegt hij.

Vanaf het begin van mijn transitie hebben we onze zoon meegegeven dat ik, hoe ik ook zou veranderen, ik altijd zijn vader zou blijven. De afgelopen jaren hebben we een vorm gevonden waarin ik helemaal vrouw ben en dat ik toch zijn pappa blijf inclusief de zogenaamde vader-zoon dingen. Stoeien, auto rijden met harde muziek, plagen. Als mannen onder elkaar zijn we soms net wat korter door de bocht. Ik voel dat ik hem die verbinding graag wil meegeven. Dat dat ‘gewoon klopt’ of zo.

Zo hebben wij het vader/moeder issue opgelost en het werkt prima. Misschien als hij kleiner was geweest (hij was toen 9 en nu 15) tijdens mijn transitie dan had ik misschien gezegd dat hij twee moeders heeft. Misschien wil ik hem graag een vader geven omdat ik de mijne zo heb gemist. Ik denk er niet teveel over na. Ik ben vrouw en ik ben zijn pappa. De liefde stroomt en we mogen er zijn zoals we zijn en dat is gewoon heerlijk. En oja, de onderzoeker gaat bij een volgende vragenlijst rekening houden met de formulering.

Daar was ik dan.

Nu pas is het zover. Bij sommige medetransgenders zag ik die ingewikkeldheid toch minder. Ikzelf had echter moeite om mezelf te zien zoals ik vroeger was. Als man dan, bedoel ik. Ik kreeg wel eens de vraag of ik een oude foto wilde laten zien en dat deed ik dan ook braaf. Want ergens snapte ik die nieuwsgierigheid wel. Maar ik keek niet als de ander dat wel deed. Ik zei wel dat ik het niet zo leuk vond om mezelf zo te zien. En dan vertelde ik er bij dat dat kwam omdat aan dat mannelijke verleden zoveel ‘gedoe’ kleefde. Meestal was dat voldoende om snel bij dat verleden weg te gaan. Zwijgend klikte ik dan de foto van mijn telefoonscherm weg niet wetend wat ik er verder over zou moeten zeggen. Toen was toen en nu is nu.

Niet echt. Ik heb geloof ik nog niet echt eerder echt naar mezelf gekeken zoals ik toen was. Tot vorige week. Toen kwam ik babyboekjes tegen van Koen. En ja hoor, daar was ik. Ik zag voltooid verleden tijd. Niet alleen de ingewikkeldheid maar ook een jongeman en een jonge vader. Een mannelijk mens met een baan en een vrouw en een kind. Best ok eigenlijk. Ik heb dankjewel gezegd tegen Sjon, want zo heette ik. Dankjewel voor de goede zorgen, voor het volhouden en voor het vertrouwen dat alles goed zou komen. Echt, want ondanks alles wist hij dat alles op zijn pootjes terecht zou komen.

Maar toch, hé. Het is wel een beetje onwennig om mijn oude zelf te zien. En het is ook goed hoor. Dit was ik toen en nu is nu.

Vijf.

Vandaag vijf jaar geleden werd ik wakker. Stikzenuwachtig omdat er een geboorte was. Van mij. Vandaag vijf jaar geleden nam ik afscheid van mijn mannenrol om eindelijk en voor altijd mijzelf te kunnen zijn. En sindsdien leef ik vanuit blij-zijn. Echt zo fijn. Iedere dag weer een klein feestje in mijzelf.

Vijf jaar geleden.

Een paar dagen geleden. 

Gewoon.

Als ik na mijn werk de supermarkt binnenstap om de boodschappen voor het avondeten te halen, zie ik mijn zoon bij de kassa staan. Ik loop naar hem toe. “Hé”, zeg ik, terwijl ik zacht zijn schouder even aanraak. “Jij ook hier?”. Op de band liggen twee pakken Oreo’s maar daar besteed ik verder geen aandacht aan. “Het waait echt keihard”, zegt hij. “Ik ben helemaal verzopen”. En inderdaad, ik zie dat zijn lichte spijkerbroek donker is van de regen. Hij is doorweekt. “Ga maar lekker naar huis en doe wat droogs aan”, zeg ik en ik loop weg. Naast mijn zoon staat een jongen van ongeveer zijn leeftijd die me even aankijkt. Een vriend van hem die ik niet eerder had gezien. Hij heeft een mooie volle krullenbol. En terwijl ik een winkelwagentje pak hoor ik achter mijn rug: “hé joh, wie was dat?” “Me vader”, hoor ik mijn zoon kort en bondig reageren. Als ik me omdraai zie ik dat ze beiden naar me kijken maar ik kan niet meer horen hoe hun gesprek verder gaat.

Later, als mijn zoon weer droog en opgewarmd op de bank zit en ik met twee volle tassen thuis kom, vraag ik: “wie was dat? Ik heb hem niet eerder gezien”. Mijn zoon noemt zijn naam. “Hij woont hier vlak achter en we fietsen wel eens samen naar huis als we van school komen”. “Enne…”, vraag ik voorzichtig. Tegen een vijftienjarige is het stellen van een persoonlijke vraag een hachelijke onderneming. Voor ik het weet heb ik een zone betreden waar ik echt helemaal niets te zoeken heb, volgens hem. Maar goed, ik probeer het toch. “Hoe was dat voor je, om te vertellen dat ik je vader ben? En wat stoer dat je dat gewoon zonder gêne vertelt.” “O, ik heb gemerkt dat als ik gewoon en direct zeg hoe het zit ik er het minste last mee heb”. Ik zet mijn liefste toon op: “en heb je er wel eens last mee gehad?” “Nee”, zegt hij droog, “maar als ik duidelijk ben vindt iedereen het eigenlijk normaal. ” “En, hoe reageerde deze jongen?”, vraag ik hem. Geen reactie. Hij zit diepgebogen in zijn telefoon een muziekje uit te zoeken waar hij heel dringend naar wil luisteren. “Hoe reageerde hij op jou?”, herhaal ik. “O, gewoon. Het is gewoon zo”. Einde gesprek. Over een transgender die aan haar zoon vraagt hoe leeftijdgenoten op hem reageren als hij vertelt over zijn bijzondere vader.

En verder: ik vroeg me laatst af, stel dat ik later dement word, word ik dan weer het kleine jonetje van vroeger? Dat zou gek zijn.

Tamara is de eerste.

Er zitten toch zo’n dertig mensen in de zaal. Naast me zit een vriendin van Queer aan Zee. Fijn is dat. Ontspannen kijk ik een beetje rond. Veel veertigers en ouder en ik ben de enige transgender in de zaal. Gek genoeg heb ik zelf nog niet één film of documentaire gezien die gaat over transgenders. Dit wordt mijn allereerste en krijg toch wat samengeknepen billen. “Ik moet vast huilen”, en “het zal wel confronterend zijn”. Gedachten buitelen over elkaar in mijn hoofd. Ik kijk er opeens niet bijzonder naar uit om naar mijn eigen pijnlijke, verdrietige en zwoegende verleden te kijken. 

Maar wat een prachtige film is Tamara. Ik herken de eerste euforie van (h)erkennen van het verlangen om vrouw te zijn. Ik herken het zoeken, het uitleven en het weer terug in de kast gaan. Ik herken het wegdoen van de vrouwenkleding, het heimelijke verlangen en het zien van zoveel moois bij vrouwen. Nee, niet de lust maar het vrouw zijn, de jaloezie en het niet te onderdrukken verlangen om haar te mogen zijn en blijven. Ik herken de worsteling van het uit de kast komen, de frustratie en het gedoe met de buitenwereld. Ik herken ‘het er mogen zijn’, het weggooien van die verdomde mannenkleren en het besluit om te opereren. Het herstel en het nieuwe leven. Werkelijk prachtig en compleet wordt de transitie van man naar vrouw in beeld gebracht. Niet over de top, geen overdreven drama. Een speelfilm die je bijna een docu zou kunnen noemen. Herkenbaar en aangrijpend. 

Ik moest inderdaad huilen. Dat is ok. Maar confronterend was de film niet. Niet meer, en dat is fijn. Wat overheerst is trots. Trots op wat ik heb bereikt, samen met mijn omgeving. Ik heb écht wat bereikt. Ik kan het nu zien en voelen. Misschien betekent dit dat mijn transitie eindelijk onderdeel van mijn geschiedenis aan het worden is. Zoals andere belangrijke gebeurtenissen mijn wezen ook hebben gekleurd. Een Philipijnse transgender gaat na de film het gesprek aan met de zaal. Er is ruimte voor vragen over het onderwerp. Ik heb geen vragen maar kan het niet laten mijzelf even te laten zien en horen. “Kijk, hier ben ik. Een echte transgender in de zaal”, lijk ik te willen zeggen als ik me even meng in de discussie over transgenderrechten.

Later, op weg naar de uitgang spreekt een oudere mevrouw ons aan. Ze wil me dringend van alles vragen over hoe het is om vrouw te zijn, of het ook niet een verlies is om geen man meer zijn (mooie vraag) en deelt ze en passant haar bijzondere verhalen wat betreft haar gender issues met ons. Prachtig.

Later in het café deel ik met de vriendin mijn dromen. Nou ja, mijn dromen.  Ik zeg dat ik wel toe ben aan nieuwe wegen en horizonten maar dat er nog werkelijk niets concreets in mijn gedachten speelt. “Misschien wil ik wel iets betekenen voor de transgendergemeenschap”, zeg ik voorzichtig en meer in mezelf dan tegen de vriendin. “Ik ben ten slotte én hulpverlener, én docent en trainer, én mediator. Ik kan wel wat. Maar ik zou ook best een tijdje in een cafe willen  werken. Gewoon achter de bar, gezellig onder de mensen”. Ik heb dus geen idee maar de ruimte, echt, de ruimte die ik na jaren transitie weer voel is werkelijk heel erg lekker. 

https://youtu.be/TDmUdPL4EQw

Over ware liefde en valse romantiek.

Het voelt als volkomen omgekeerd en daarom ook kan ik soms zo balen van die stomme oestrogenen die door mijn lijf lijken te razen. Hoe het precies werkt weet ik niet. Het VU heeft er geen onderzoek naar gedaan. De hormonen veranderen mijn lichaam, zoveel is duidelijk. Maar de geestelijke effecten, daarover is voor zover ik weet niets bekend. Maar ik voel ze wel, beleef ze ten volle. Ik ben zoveel meer gericht op de relatie, op verbondenheid. De behoefte aan erkenning, aan delen en aan samen. Werken is geen carriëre meer maar een manier om me te kunnen verbinden met anderen. Relatiegericht in plaats van resultaatgericht. Koken, kookprogramma’s, opruimen en zorgen hebben en centrale plek in mijn leven gekregen.

Mijn partner daarentegen lijkt door de overgang heen. Ze is volkomen klaar met klaarstaan. Met zorgen en bedenken wat we nu weer zullen eten. Haar zorgzame zorgvoelsprieten heeft ze helemaal ingetrokken.  Volwassen en functioneel stippelt ze nu haar eigen pad uit. Aanvoelen en invoelen…. als ik iets wil kan ik het gewoon zeggen. “Ik ben niet verantwoordelijk voor jouw wensen”, is dan haar reactie. En gelijk heeft ze. Ze houdt van mij én zet zichzelf op plaats één. Ze heeft oog voor haar omgeving zonder zichzelf te vergeten.

Het voelt als volkomen omgekeerd. In mijn lijf en geest woont een wollig, impliciet verlangen naar verbondenheid en romantiek. Naar aanvoelen en afstemmen. Naar versmelten, één worden en eindeloos samen liggen in een groot, warm bed. Mijn partner is gewoon bezig met de dag en wat er gedaan moet worden. Eigenlijk zoals ik vroeger was. 

Mijn hoofd zegt dat het tijd is om volwassen te zijn. Mijn hoofd zegt dat het goed is dat twee mensen volwassen en liefdevol naast elkaar leven. Mijn hoofd zegt hoe goed we het hebben. Mijn hoofd zegt hoe tof het is dat we uit dat symbiotische geneuzel hebben kunnen stappen en kunnen samenleven als twee sterke, autonome en bijzondere mensen. Echt, petje af voor ons. 

Maar het voelt als volkomen omgekeerd. Dat ik de gevoelige vrouw ben die hoopt op een bloemetje, een complimentje of een arm om mijn schouder. En dat mijn partner nu de rol heeft van nuchter persoon met overzicht. Al het onvolwassen, afhankelijke en irrationele wat romantiek wordt genoemd giert door mijn lijf. Echt bah! Ja kijk, had ik 18 geweest dan had het geklopt maar nu? Al heel lang geleden had ik in de gaten dat die liedjes met teksten als “jij bent de reden voor mijn bestaan” en “zonder jou kan ik niet leven”, niet echt bijdragen aan een stabiele en vruchtbare relatie. Voor niemand.
Maar waarom voel ik het onderstaande dan zó sterk? Dáár zou eens onderzoek naar gedaan moeten worden.

 

“Vervlochten, samen één verlangen, één weg, één doel. Voor eeuwig verbonden”. Groetjes van een volwassene met pubergevoelens.

Oud & nieuw.

Ik begin in de buurt te komen van waar ik al die tijd al naar op weg ben. Ik hoefde niet zo nodig vrouw te worden. Ik hoefde niet zo nodig in transitie. Dat heb ik altijd gezegd en nog steeds voel ik dat zo. Ik wilde rust in mezelf en een soort van tevredenheid en geluk ervaren. Dan maar vrouw worden. Blijkbaar zat daar de uitweg van mijn ongeluk. In die volgorde. Ik moest in transitie om mezelf te kunnen zijn. En nu begin ik dus in de buurt te komen wat betreft mijn tevredenheid en de rust. Echt fijn is dat. Dank jullie wel voor het meelezen en meeleven dit jaar. Ik hoop dat jullie allemaal een heel fijn 2018 gaan krijgen waar al jullie heerlijke, prachtige en bijzondere wensen en verlangens mogen uitkomen.

Liefs, Sandra

Wie weet.

Ik denk dat ze een beetje geschrokken was. Ze keek zo nadrukkelijk naar mijn partner en zo overduidelijk niét naar mij dat het bijna gênant werd. Ik schatte dat ze zo ongeveer een jaar of dertig was en op haar neus droeg ze zo’n bril die, hoe zal ik het zeggen, op zijn zachtst gezegd zo gedateerd was dat ie misschien wel nu weer hartstikke hip genoemd zou kunnen worden. Ik begon maar met vertellen over mijn ziektes en over mijn genderdysforie. Daarna over mijn zoon die ook wat heeft en mijn partner vertelde haar ding (zij heeft niet zo’n dik dossier en was snel klaar). Zoveel kennismakingen met een nieuwe huisarts doe ik niet en wat precies de bedoeling van zo’n eerste ontmoeting was wist ik eigenlijk ook niet. Ja, ze moest een vrouw zijn en het liefst een beetje doortastend. Was het voldoende als ze gewoon haar werk deed als huisarts of moest ik er ook nog goed mee kunnen praten? 

We hadden ons aangekondigd bij de assistente. Dat we een dubbele afspraak wilden om ook wat over mijn genderdysforie te kunnen vertellen. De dubbele afspraak was goed doorgekomen maar dat ze twee assertieve mensen voor haar neus zou krijgen en dat mijn eerste vraag zou zijn of ze wel eens te maken had gehad met transgenders was haar blijkbaar teveel. Ze vertelde om precies te zijn niets over de praktijk of over zichzelf. Ook stelde ze niet één vraag over ons.

Maar toen ik vroeg of ik een afspraak kon maken om eens naar de neuropathie in in mijn voeten te laten kijken veerde ze op was ze opeens bijzonder aanwezig. “Sinds wanneer zijn die klachten?” Ook wilde ze weten boe lang ik al met hormonen in de weer was. “Denkt u dat er een verband kan zijn?”, vroeg ze me opeens en heel direct. Ik was stomverbaasd. Al jaren vermoed ik een verband tussen de voetklachten en de hormonen en opeens vraagt zo’n jonge vrouw in een witte jas precies dát. En of de oorzaak misschien zou kunnen liggen in het feit dat door mijn spierafname wellicht zenuwen in de knel zijn komen te zitten? Nou ja zeg. Even ben ik perplex. “Eh, ja, daar denk ik wel aan. Maar andere artsen ontkenden tot nu altijd een verband. Maar.. ja inderdaad, het zou kunnen. Toch?” Vragend kijk ik haar aan. “Maak maar een afspraak”, zei ze kordaat en daarmee was onze kennismaking afgelopen.

Ik denk dat ik haar maar even hou. Misschien moest ze even wennen aan me. Ik was, vermoed ik, haar eerste transgender. En misschien is ze wel een hele goede arts. Wie weet.

De leugen.

Ik kan het me niet heugen want zo lang is het geleden dat ik het zo glashard deed: ik heb gelogen en het ging zo…

Ik was een avondje uit met een vriendin. Na café Schlemmer aan de Lange Houtstraat in Den Haag, lopen we naar een eetcafeetje vlakbij. We kletsen, we drinken en het is fijn en gezellig. Dan komt er een man, eind 30, langs onze tafel en begint wat te praten met ons. Ik weet niet eens waarover of hoe het precies kwam, zo gaat dat soms. “Dag dames, fijne avond nog”, zegt hij en gaat bij zijn vrienden zitten. 

Even later komt de serveerster: “de heren van tafel één vraagt wat jullie willen drinken”. Vragend kijken we elkaar aan en bestellen wat. “Dan gaan we zo wel bij ze zitten”, zegt mijn vriendin enthousiast. “Dat vind ik wel leuk”. Ik voel hoe mijn lichaam zich spant. “Nee joh”, zeg ik paniekerig, “dat durf ik echt niet” en schichtig kijk ik een beetje in de richting van tafel één. “Ik heb dat nog nooit gedaan”,biecht ik op. “Dan is het juist goed om te doen”, reageert ze zelfbewust. “Ik vind het leuk”, herhaalt ze een beetje uitdagend.  “Ik ga even plassen”, zeg ik. Maar als ik terugkom is mijn vriendin al lekker aangeschoven bij de mannen.

Eerlijk is eerlijk, het is direct hartstikke gezellig. Drie van die Haagse gasten, vaders van jonge kinderen. Lekker direct, vrolijk en een beetje bravoure. We stellen ons aan elkaar voor en al snel gaat het over wie we zijn, het ouderschap, wat verder kijken dan je eigen relatie en, zoals één van de mannen het heerlijk Haags verwoord: “leuke partners die na de geboorte van de kinderen veranderen in degelijke moekes”. En of wij ook zo waren. Wij zijn duidelijk de twee vrouwen/vriendinnen en zij de mannen. Mijn vriendin is ervaren met dit spel. Ze grapt en speelt het spel. Soms serieus en eerlijk, dan een kleine flirt of iets plagerigs. Ik voel me als een veertienjarige bakvis die naar de oudere jongens kijkt. Ik geniet met volle teugen en tegelijkertijd is dit alles volkomen nieuw voor me. Ik krijg nog een drankje aangeboden (nog nooit eerder meegemaakt) en de mannen lijken ook werkelijk in mij geinteresseerd (op deze manier ook nooit eerder meegemaakt) en ik ben volkomen betrokken bij het spel. Het is gewoon supertof om vrouw te zijn. Echt. De plaats, de rol, de flow, het past me als een oude jas. Wat heb ik het gemist zeg en tegelijkertijd maak ik het allemaal voor het eerst mee.

Ik wil geen spelbreker zijn. Ik vind het zo fijn om mezelf en vrouw te zijn. En als ik de opmerking krijg dat ik best laat moeder ben geworden en de vraag hoe dat dan zo allemaal is gekomen is, zit ik een beetje knel. Het is een leuke avond en we vertellen allemaal ons ding.  Maar ik heb geen zin om eerlijk te zijn. Ik wil gewoon een lekker wijf zijn. Begeerlijk een een tikkeltje onbereikbaar. 

Ik vertel dat ik met een vrouw leef en dat mijn partner de moeder is (dat is waar). “Geeft niks toch?”, reageert er één. “Gewoon lekker je ding doen toch?”. Zo’n avond, dus. Maar dan wil er een van de mannen wel weten wie de vader is en hoe dat dan juridisch is geregeld en zo, “wat doen jullie dan, stel dat het misgaat?”. En ik vertel gewoon zonder blikken of blozen dat dat allemaal prima in orde is, dat het contact met de vader goed is en dat hij bij de opvoeding is betrokken. En dan ga ik gauw maar even plassen. Gewoon liegen omdat de waarheid er niet kan zijn. Godsamme, ik was inderdaad veertien toen ik dat voor het laatst zo schaamteloos deed. 

We nemen afscheid. Het was superleuk. Een van de jongens vraagt nog hoe oud dat ik denk dat hij is. Als ik hem te oud inschat moeten de anderen superhard lachen en als ik daarna grappig zeg dat ik bedoel dat hij een oude ziel is, komen de mannen helemaal niet meer bij. 

Buiten ben ik verward. “Ik schaam me kapot. Ik heb gewoon zitten liegen tegen die jongens”, zeg ik tegen mijn vriendin. “Je kunt toch gewoon eerlijk zijn”, reageert ze oprecht en ik knik. “Maar dat vind ik nog zo moeilijk in een situatie als deze”. Ik neem me voor om voortaan te gaan staan voor mijn transgender-zijn. Want dat ben ik. Niet meer draaikonten. 

En terwijl ik dit nu schrijf merk ik dat ik het gewoon heel erg fijn vond om even helemaal  vrouw te zijn en dat ik daarom loog. Voor het eerst in de kroeg aan een tafel met mannen. En dat ik dat zo heerlijk vind. Het spel, het geliefd en gezien worden. Het flirten. Even niets hoeven uitleggen. Gewoon even zijn zoals het eigenlijk altijd had moeten zijn.


Den Haag bij nacht.

Twee blikjes.

Ik had wat vergeten spulletjes in mijn mandje. Achter me, in de rij bij de kassa, staat een jongetje van een jaar of zes. In elke hand heeft hij een blikje Red Bull. Verbaasd kijk ik hem aan. “Ga je die opdrinken?”, vraag ik hem en ik wijs naar de twee blikjes. “Nee, die zijn voor mijn moeder. Ik moest ze voor haar halen”. Brutaal kijkt hij me aan en ik zie hem even fronsen. “Bent u een man of een vrouw?”, vraagt het kereltje opeens genadeloos. “Een vrouw”, reageer ik kalm. En alsof hij zijn vraag nog nog even wil toelichten, vervolgt hij: “want uw stem klinkt als een man, daarom vroeg ik het”. 

In een pavlov-reactie had ik het mannetje wel even willen kielhalen en vierendelen maar ik bleef rustig. Ik word meer mezelf, doe minder mijn best om op mijn allervrouwelijkst te zijn. Ik dans wat minder met mijn stem en mijn mannenwinterjas helpt ook niet mee in de beeldvorming. Ik ‘verslap’ een beetje, zal ik maar zeggen en daarmee is de reactie van het kind wat minder vreemd dan het misschien op het eerste gezicht lijkt.

Veertig jaar mannensocialisatie en voorheen een mannenlichaam. Ook dat ben ik en ik doe minder mijn best dat te verhullen. Ik vind het, geloof ik, ook wat minder erg als mijn oude ik wat door mijn gevonden vrouwelijkheid heen sijpelt. Ik heb nu eenmaal mijn verleden. Ik heb nu eenmaal het lichaam dat ik heb. Ik noem het verslappen maar ik kan het ook ontspannen noemen.  Ja, ik ben gewoon veel meer ontspannen. Ik hoef voor niets en niemand mijn best te doen en ik geloof dat ik dan liever af en toe ‘door de mand val’ dan dat ik hard moet werken om passabel te zijn. 

Deze laatste zin laat ik even tot me doordringen. Is het echt zo dat ik mijn passabiliteit wat loslaat? Ik geloof van wel. Ik ben gewoon wie ik ben. Punt. Beetje ongemakkelijke gedachte, dat ook. Maar gewoon mijn eigen ontspannen zelf zijn…. het kan toch nergens anders heen gaan dan daarheen?